Straatvervuiling: een beschavingskwestie

ā€œUma sma en du bun ogri, mannegre nomo e tyar a nen.ā€


Vrouwen doen goed en kwaad, maar vaak draagt de mannennaam de schuld. Dat oude kasekolied raakt aan een dieper maatschappelijk verschijnsel: degene die zichtbaar is, krijgt vaak de schuld. Degene die zwak staat, wordt gemakkelijk aangewezen. Degene die geen stem heeft, wordt het gezicht van een probleem dat in werkelijkheid veel groter, breder en ingewikkelder is. Zo is het ook met de verloedering van Paramaribo en andere delen van Suriname.

Ā 

Complex maatschappelijk probleem

Via de media werd recent bij monde van Omar Terborg, veiligheidsadviseur van president Jennifer Simons en oud-commissaris van politie, vernomen dat de regering het dak- en thuislozenvraagstuk structureler wil aanpakken. Volgens de berichtgeving gaat het om een complex maatschappelijk probleem dat vraagt om samenwerking tussen verschillende ministeries en organisaties. Ā Ā 

Ā 

Dat de regering dit vraagstuk opnieuw op de agenda plaatst, is belangrijk. Het beeld van dak- en thuislozen, verslaafden en geestelijk verwarde personen in het straatbeeld is immers niet langer te ontkennen. Maar juist daarom moeten wij voorzichtig zijn. Want wanneer een maatschappelijk probleem politiek geladen wordt benaderd, ontstaat al snel het gevaar dat men vooral het zichtbare ongemak wil verwijderen, zonder de diepere oorzaken werkelijk aan te pakken.



Toerismereclame bezijdens de waarheid

Wie vandaag door bepaalde straten, bermen en openbare plekken loopt, ziet een pijnlijke werkelijkheid. Onverzorgde hoeken. Vuil langs de weg. Stinkende afvalhopen. Verwaarloosde gebouwen. Pishok. Bermen die niet meer als publieke ruimte voelen, maar als vergeten plekken. Het beeld dat zich aandient, past niet bij het paradijs dat in toerismereclame wordt opgehemeld.

Ā 

Suriname wordt graag gepresenteerd als groen, gastvrij, kleurrijk en natuurlijk. En dat is Suriname ook. Maar wie eerlijk kijkt, ziet daarnaast een andere werkelijkheid: vervuiling, nalatigheid, wanorde en een groeiend gebrek aan zorg voor de publieke ruimte. Die werkelijkheid mogen wij niet langer wegpraten.

Ā 

Wie krijgt de schuld?

In vraaggesprekken met willekeurige burgers, verspreid over jaren, wordt in negen van de tien gevallen een beschuldigende vinger gewezen naar zwervers, drugsverslaafden, geestelijk verwarde personen, dak- en thuislozen. Zij zouden de stad bevuilen. Zij zouden de overlast veroorzaken. Zij zouden het beeld van de hoofdstad ontsieren. Maar die beschuldiging is te gemakkelijk. Zij is onrechtvaardig en vaak ook onjuist.

Ā 

Natuurlijk zijn er problemen rond mensen die op straat leven. Natuurlijk is er sprake van overlast. Natuurlijk zijn er plekken waar de samenleving niet mag wegkijken van gevaar, vervuiling, verslaving en menselijk verval. Maar het is onjuist om de hele verloedering van de stad op deze groepen af te schuiven.

Drager van de schuld van de samenleving.

Wie een hond wil slaan, vindt licht een stok. Wie een zondebok zoekt, vindt altijd iemand die minder macht heeft, minder bescherming geniet en zich moeilijk kan verdedigen. De kwetsbare mens wordt dan niet alleen slachtoffer van armoede, verslaving, psychische nood of uitsluiting, maar ook drager van de schuld van de samenleving.

Ā 

Daarom is het goed dat Omar Terborg het vraagstuk niet uitsluitend als een politieprobleem of veiligheidsprobleem benoemt, maar als een complex maatschappelijk vraagstuk. Juist daarin ligt de kern. Het gaat niet alleen om mensen van de straat halen. Het gaat niet alleen om het schoonmaken van plekken waar toeristen, kinderen, ouderen en burgers dagelijks passeren. Het gaat om de vraag wat voor samenleving wij zijn geworden, hoe wij omgaan met publieke ruimte en hoe wij omgaan met mensen die buiten de normale orde zijn gevallen.



Verwijdering of zelfs internering

Het idee om overlastbezorgers van de straat te verwijderen is niet nieuw. Al decennia wordt in Suriname gesproken over opvang, afzondering, verwijdering of zelfs internering in districten. Ook in eerdere perioden is geprobeerd om het vraagstuk buiten het zicht van de hoofdstad te plaatsen. Maar telkens blijkt dat een probleem niet verdwijnt wanneer men de mens verplaatst.

Ā 

Een dak boven het hoofd is noodzakelijk, maar het is slechts een klein deel van het proces. Wie dakloos is, heeft vaak meer nodig dan onderdak. Er is specialistische hulp nodig. Er is medische zorg nodig. Er is psychische begeleiding nodig. Er is verslavingszorg nodig. Er is voeding nodig. Er is veiligheid nodig. Er is dagstructuur nodig. Er is werkgelegenheid nodig. Er is menselijke nabijheid nodig.

Ā 

Wie geestelijk verward is, moet niet alleen uit het straatbeeld verdwijnen, maar geholpen worden. Wie verslaafd is, heeft niet alleen politie nodig, maar behandeling. Wie dakloos is, heeft niet alleen opvang nodig, maar perspectief. En wie jarenlang buiten het gewone maatschappelijke verkeer heeft geleefd, keert niet zomaar terug met een bed, een bord eten en een bevel.



Zonder duurzame resultaten

Daarom moet bureaucratie ver uit de buurt blijven van menselijke nood. Er zijn in Suriname tientallen instanties, organisaties, diensten en personen die zich op de een of andere manier ontfermen over drugsverslaafden, daklozen, geestelijk kwetsbaren en mensen aan de rand van de samenleving. Velen van hen werken hard. Velen doen hun best. Velen verdienen waardering. Maar goede bedoelingen zijn niet genoeg als de aanpak versnipperd blijft, als niemand eindverantwoordelijkheid draagt en als projecten telkens beginnen met veel woorden maar eindigen zonder duurzame resultaten.

Ā 

De centrale vraag is daarom niet alleen: wat gaat de regering doen?

Ā 

De centrale vraag is ook: waarom zou het nu wel lukken?

Ā 

Het antwoord kan alleen liggen in een integrale aanpak. Niet in het wegduwen van mensen. Niet in het schoonvegen van straten voor het oog. Niet in tijdelijke acties die verdwijnen zodra de mediabelangstelling afneemt. Het antwoord ligt in samenwerking, deskundigheid, financiering, opvolging, registratie, begeleiding en volharding.

Ā 

Maar zelfs dan is het vraagstuk groter dan dak- en thuisloosheid alleen. Want Suriname wordt niet alleen ontsierd door mensen die op straat leven. Suriname wordt ook ontsierd door straatvuil in alle hoeken en gaten. Het is niet alleen zwerfvuil. Er vormen zich op steeds meer plekken stinkende afvalhopen. Soms in de buurt van woningen. Soms langs wegen. Soms bij markten. Soms bij verlaten gebouwen. Soms op plekken waar kinderen lopen, ouderen passeren en toeristen kijken.

Ā 

Dat is een nationale schande.

Ā 

En opnieuw rijst de vraag: wie zijn de boosdoeners?

Wij zien de splinter in het oog van de ander, maar de balk in ons eigen oog zien wij niet.

Ā 

Want wie gooit plastic bekers uit de auto?
Wie laat voedselverpakkingen achter op straat?
Wie dumpt huisvuil in het holst van de nacht op verlaten hoeken?

Wie plast tegen muren, bomen en hekken?
Wie organiseert activiteiten zonder na afloop op te ruimen?
Wie bouwt, verkoopt, consumeert en vertrekt zonder verantwoordelijkheid te nemen?

Dat is niet alleen de zwerver.
Dat is niet alleen de verslaafde.
Dat is niet alleen de dakloze.

Ā 

Het is ook de doorsnee burger. De nette burger. De werkende burger. De burger die overdag klaagt over vuil, maar ’s avonds zelf een zak afval ergens neerzet waar die niet hoort. Het is de ondernemer die zijn omgeving gebruikt, maar niet verzorgt. Het is de organisator die geld verdient aan een activiteit, maar de rommel achterlaat voor de gemeenschap. Het is de automobilist die het raam opent en zijn afval aan de straat geeft alsof de weg geen eigenaar heeft.

Ā 

Een beschavingskwestie

De vlek zit dus niet alleen op straat. De vlek zit ook in ons gedrag.

Straatvervuiling is daarom niet alleen een hygiƫnisch probleem. Het is een beschavingskwestie.

Ā 

Een volk laat in zijn publieke ruimte zien hoe het zichzelf ziet. Een schoon erf kan niet samengaan met een smerige straat zonder dat er iets wringt in het geweten. Wie zijn eigen huis veegt, maar zijn afval buiten het hek dumpt, heeft het begrip gemeenschap niet begrepen.

Ā 

De straat is niet van niemand. De straat is van ons allemaal. De berm is niet het afvalputje van de wijk. Het plein is niet de vuilnisbak van de stad. De openbare ruimte is het gedeelde erf van het volk.

Ā 

Daarom moeten wij de vraag durven stellen: hoe zijn wij opgevoed? Wat leren wij onze kinderen? Welke norm wordt thuis, op school, in de buurt, in de kerk, in de moskee, in de mandir, op het werk en in de politiek doorgegeven?

Ā 

Wanneer kinderen dagelijks zien dat volwassenen vuil op straat gooien, leren zij dat vervuiling normaal is. Wanneer burgers merken dat niemand optreedt, leren zij dat nalatigheid geen gevolgen heeft. Wanneer leiders alleen spreken maar niet organiseren, leren mensen dat openbare orde slechts een woord is.

Ā 

Zo ontstaat verloedering niet in ƩƩn dag. Zij groeit langzaam. Eerst in gedrag. Daarna in gewoonte. Daarna in cultuur.

Ā 

Ā 

De overheid mag zich niet achter de burger verschuilen

Een samenleving wordt niet schoongehouden door mooie toespraken alleen. Er is beleid nodig. Er is toezicht nodig. Er is handhaving nodig. Er zijn afvalbakken nodig. Er zijn openbare toiletten nodig. Er is regelmatige vuilophaal nodig. Er is onderhoud nodig. Er is planning nodig. Er is gezag nodig.

Ā 

Wanneer vuil blijft liggen, trekt het meer vuil aan. Wanneer niemand optreedt, ontstaat het gevoel dat alles mag. Wanneer de overheid afwezig is, neemt de verloedering toe. Dan wordt wanorde normaal. Dan sterft schaamte af. Dan verliest de stad niet alleen haar schoonheid, maar ook haar waardigheid.

Ā 

De regering, districtsbesturen, ressortraden, De Nationale AssemblƩe, ministeries, diensten en controleorganen hebben allemaal een rol. Niet als losse schakels die naar elkaar wijzen, maar als onderdelen van ƩƩn bestuurlijke verantwoordelijkheid.

Ā 

Ook burgers, bedrijven, scholen, religieuze organisaties, buurtgroepen en maatschappelijke instellingen kunnen zich niet vrijpleiten. Districtsraad en ressortraad, man en vrouw, jong en oud, overheid en burger: allen zijn op hun manier medeverantwoordelijk voor wat Suriname aan zichzelf en aan de wereld toont.

Ā 

De echte vlek is daarom niet alleen het vuil op straat

De echte vlek is ons gemak om anderen de schuld te geven.
De echte vlek is onze onverschilligheid.
De echte vlek is het ontbreken van gezamenlijke verantwoordelijkheid.
De echte vlek is dat wij Suriname liefhebben in woorden, maar te weinig verzorgen in daden.

Ā 

Suriname wordt niet vuil door ƩƩn groep mensen. Suriname wordt vuil wanneer burgers, bedrijven en overheid allemaal een beetje wegkijken.

Ā 

Het oude lied zegt: ā€œOema sma en du bun ogri, mannegre nomo e tyar a nen.ā€ De gedachte daarachter is herkenbaar: niet altijd draagt degene die beschuldigd wordt ook werkelijk de volle schuld. Soms wordt de naam gedragen door degene die zichtbaar is, terwijl de oorzaak dieper ligt.

Ā 

Zo is het ook met de verloedering van onze straten. De kwetsbaren dragen de naam. De zwerver draagt de naam. De verslaafde draagt de naam. De dakloze draagt de naam. Maar de oorzaak ligt breder, dieper en dichterbij.



Ons geweten

De vlek zit niet alleen op straat.
De vlek zit ook in ons gedrag.
In ons bestuur.
In onze opvoeding.
In onze gemeenschapszin.
In ons geweten.

Ā 

Wie Suriname schoon wil zien, moet daarom niet alleen naar beneden kijken, naar het vuil op de grond. Die moet ook naar binnen kijken, naar de houding van het volk.

Ā 

Een schoon land begint niet bij de bezem alleen. Het begint bij schaamte. Bij zorg. Bij discipline. Bij opvoeding. Bij handhaving. Bij liefde voor de plek waar wij samen leven.

Ā 

De burger moet zijn gedrag veranderen. De overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen. De ondernemer moet bijdragen aan orde. De buurt moet elkaar aanspreken. De school moet opvoeden tot burgerschap. De kerken, moskeeƫn en mandirs moeten het geweten scherpen. De politiek moet minder praten en beter organiseren.

Ā 

Paramaribo hoeft geen vlek in ons nationaal bewustzijn te blijven. Maar dan moeten wij ophouden met doen alsof de schuld alleen bij de zwaksten ligt.

Ā 

De straat is van ons allemaal.
De rommel is van ons allemaal.
De schaamte is van ons allemaal.
En dus moet ook de oplossing van ons allemaal zijn.

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiƫren