Onderwijs

Keti Koti 2026

Keti Koti 2026 De geest van het verleden Ā ā€œHet woord slavernij komt nergens voor in de annalen van de geschiedenis van De Nederlandsche Bank,ā€ stelde historicus Karwan Fatah Black. De bank kijkt door een Nederlandse bril, zeggen velen. De geschiedenis van Suriname is niet geschreven in cijfers, doch in bloed en ketens. De financiĆ«le wortels van onze afhankelijkheid reiken terug tot 1667, toen Abraham Crijnssen voet aan wal zette in Suriname. De Geoctroyeerde West-Indische Compagnie verhief zich tot eigenaar van de kolonie, een onderneming gehuld in meedogenloosheid. Slavernij was geen fout van de geschiedenis, maar een bouwsteen van het systeem. Met de oprichting van de Geoctrooieerde SociĆ«teit van Suriname in 1683 werd deze macht verder verstevigd. Zelfs toen de West-Indische Compagnie in 1863 werd opgeheven en de Nederlandsche Bank ontstond, bleef het financiĆ«le geheel van belemmerende bepalingen en maatregelen bestaan. Van plantage tot platform Ā Na de afschaffing van de slavernij werd CuraƧao een spil in het koloniale netwerk. Via bedrijven als de CuraƧaose Handelmaatschappij kortweg CHM genoemd, later Ceteco, werden de koloniĆ«n met economische touwen aan elkaar gebonden. Deze CHM geboren in de nadagen van het koloniale tijdperk, was een economische spil onder Nederlands toezicht en speelde een belangrijke rol in de handel en industriĆ«le ontwikkeling van de Nederlandse Antillen, met name CuraƧao. Ze hield zich bezig met import, export, scheepvaart, olieproducten en allerlei commerciĆ«le activiteiten, een ware koopliedenmachine in tropenzonlicht gehesen. Na de Tweede Wereldoorlog werd het koloniaal systeem geherstructureerd. Showroomwinkels, ontwikkelingshulp met strikte clausules, ingenieursbureaus, alles rook naar afhankelijkheid. De militaire coup van 1980 gooide roet in het eten, maar de netwerken bleven. Tot op de dag van vandaag zijn de structuren van economische overheersing niet verdwenen. Ze hebben enkel een nieuwe vorm aangenomen. De onzichtbare ketting van AI als koloniale kracht Vandaag liggen er geen slavenschepen meer op de Surinamerivier. Maar er is een digitale vloot, algoritmen, apps, sensoren, servers. En opnieuw zijn wij gebruikers, geen eigenaren maar velddienaren in het digitale domein. Onze data, wie we zijn, wat we voelen, waar we gaan wordt verzameld, verwerkt en verkocht. Zoals eens onze arbeid op plantages werd geĆ«xploiteerd, zo wordt nu onze digitale aanwezigheid uitgewonnen. Wat is het verschil tussen een plantage en een platform, als jij werkt en een ander de opbrengst krijgt? De slavernij van toen wordt nu herhaald via digitale paden. Toestemming wordt verkregen via gebruiksvoorwaarden, niet via zweepslagen. Maar de essentie blijft: verlies van controle. AI: vriend of vijand? Ā ArtificiĆ«le Intelligentie heeft voordelen: EfficiĆ«ntie in werkprocessen, verbeterde gezondheidszorg, gepersonaliseerd onderwijs maar ook nadelen: banenverlies, privacy-schending, creativiteitsverstikking en discriminatie via data. AI is als een mes: nuttig in de handen van een kok, dodelijk in de handen van een roofridder. De vraag is: Wie hanteert het? En in wiens belang? AI en spionage het oog dat nooit slaapt Ā Spionage is geĆ«volueerd. Geen microfoons meer verborgen in een kast, maar algoritmen die e-mails lezen, zoekopdrachten analyseren en gedrag voorspellen. AI spioneert sneller dan elke James Bond. Grootmachten gebruiken deze technologie om invloed uit te oefenen, ook op kleine landen. Suriname lijkt misschien onbelangrijk, maar onze data is goud waard: politieke voorkeuren, mijnbouwgegevens, contracten. Wie data bezit, bezit macht. Suriname is een datakolonie geworden. Digitale afhankelijkheid de nieuwe slavernij Ā We worden opnieuw onderworpen, niet met kettingen van ijzer, maar met codes en schermen. AI-systemen worden getraind op onze data, maar gebouwd met buitenlands kapitaal. Onze kinderen gebruiken gratis apps die hun gedrag leren. Onze regeringen kopen ‘slimme’ systemen van buitenlandse Tech bedrijven. Onze stem in de Verenigde Naties, onze politiek, ons bankverkeer, onze communicatie, allemaal onder indirecte controle van digitale systemen die we niet begrijpen. Wat kunnen wij doen? Ā Onderwijs hervormen, van lezen en schrijven naar coderen en begrijpen. Data beschermen, onze informatie is nationale rijkdom. Wetten opstellen, digitale grenzen zijn even belangrijk als fysieke. Bewustzijn kweken, alleen wie begrijpt, kan zich verdedigen. De vrijheid bewaren Vrijheid is geen geschenk. Het is een vuur dat steeds opnieuw gevoed moet worden. Slavernij is niet alleen iets van het verleden, het is een vorm die steeds verandert. Van ketting naar code. Van zweep naar algoritme. De toekomst van Suriname hangt niet af van technologie, maar van de geest waarmee we haar gebruiken. Laat ons bouwen aan een AI die ons dient, niet overheerst. Laat ons kinderen onderwijzen, niet conditioneren. En bovenal: laat ons nooit vergeten wie we zijn. https://youtu.be/ZJTd4P_yfSo

Keti Koti 2026 Read More Ā»

Achter ieder straatbeeld schuilt een levensverhaal

Achter ieder straatbeeld schuilt een levensverhaal De verslaafde, de zwerver, de verwarde mens, de dakloze en de thuisloze worden in het dagelijks spraakgebruik vaak op ƩƩn hoop gegooid. Zij worden gezien als mensen die het straatbeeld ontsieren, overlast veroorzaken en ā€œvan de straat gehaaldā€ moeten worden. Ā  Maar wie dieper kijkt, ziet dat achter elk gezicht een ander levensverhaal schuilgaat. Niemand wordt zomaar zwerver. Niemand raakt zomaar verslaafd. Niemand kiest zonder reden voor een bestaan van vuil, honger, gevaar, vernedering en onzekerheid. Ā  Deze mensen hebben onderweg in de trein van hun leven schade opgelopen. Sommigen zijn getekend door trauma, anderen door drugs, alcohol, armoede, huiselijk geweld, geestelijke ontregeling, familieruzies, verlies, ziekte, ouderdom, eenzaamheid of overheidsfalen. Hun straatbestaan is vaak niet het begin van het probleem, maar het zichtbare eindpunt van een lange keten van persoonlijke, sociale en maatschappelijke breuken. Ā  Daarom is het verkeerd om al deze mensen in ƩƩn tehuis onder te brengen en te denken dat daarmee het probleem is opgelost. Een opvangcentrum zonder onderscheid, diagnose en deskundige begeleiding wordt al gauw een opslagplaats van menselijke ellende. Het haalt mensen misschien tijdelijk uit het straatbeeld, maar herstelt hun leven niet. Ā  Niet iedereen heeft hetzelfde probleem De grote fout in veel benaderingen is dat men spreekt over ā€œde zwerversā€ alsof het om ƩƩn soort mensen gaat. Dat is niet zo. De ene persoon is verslaafd. De andere is psychisch ziek. Een derde is oud en verlaten. Een vierde is door huiselijk geweld gevlucht. Een vijfde is uit detentie gekomen en heeft geen netwerk meer. Een zesde is door schulden, werkloosheid of woningnood op straat beland. Ā  Wie deze groepen door elkaar plaatst, creĆ«ert nieuwe problemen. Een mishandelde vrouw hoort niet tussen agressieve verslaafden. Een psychiatrische patiĆ«nt hoort niet zonder begeleiding in een gewone slaapzaal. Een zieke oudere heeft geen strafregime nodig, maar zorg. Een weggelopen jongere mag niet tussen geharde straatfiguren terechtkomen. Ā  De eerste vraag moet daarom niet zijn: hoe halen wij deze mensen zo snel mogelijk van de straat? De eerste vraag moet zijn: wie is deze mens, wat is er gebeurd en welke hulp is werkelijk nodig? Ā  Verslaving vraagt om behandeling Een grote groep bestaat uit mensen die door drugs- of alcoholgebruik hun grip op het leven zijn kwijtgeraakt. Verslaving wordt vaak gezien als zwakte of slechte wil. Maar daarachter liggen vaak diepere oorzaken: pijn, trauma, verlies, uitzichtloosheid, groepsdruk, psychische nood of jarenlange sociale verwaarlozing. Ā  Deze groep heeft meer nodig dan een bed en een bord eten. Nodig zijn verslavingsartsen, psychologen, verslavingscounselors, maatschappelijk werkers, ervaringsdeskundigen, activiteitenbegeleiders en nazorgwerkers. Zonder behandeling, structuur en nazorg is terugval vrijwel onvermijdelijk. Ā  Psychische nood vraagt om psychiatrische zorg Een andere groep bestaat uit mensen met ernstige psychische problemen: psychoses, depressie, angststoornissen, trauma, verwardheid of andere geestelijke aandoeningen. Sommigen zijn door familie opgegeven, anderen zijn weggelopen of jarenlang onbehandeld gebleven. Ā  Deze mensen horen niet zomaar in een algemeen opvangtehuis. Zij hebben psychiatrische begeleiding nodig van psychiaters, psychologen, psychiatrisch verpleegkundigen, sociaalpsychiatrisch werkers, medicatiebegeleiders en crisisinterventieteams. Ā  Zonder deskundigheid kan hun situatie escaleren. Wie met deze groep werkt, moet verstand hebben van de-escalatie, medicatie, crisisopvang, suĆÆciderisico en langdurige begeleiding. Ā  Trauma vraagt om veiligheid en vertrouwen Er zijn ook mensen die door diepe innerlijke beschadiging op straat zijn beland. Zij hebben geweld, misbruik, huiselijke terreur, vernedering, verlies, verwaarlozing of langdurige afwijzing meegemaakt. Hun gedrag lijkt soms moeilijk of onaangepast, maar daaronder zit vaak een mens die het vertrouwen in anderen kwijt is. Ā  Voor deze groep zijn traumapsychologen, maatschappelijk werkers, vertrouwenspersonen, pastorale begeleiders, familiebegeleiders en hulpverleners met kennis van huiselijk geweld nodig. Zij hebben geen harde hand nodig, maar veiligheid, geduld, respect en herstel van eigenwaarde. Ā  Wie trauma niet begrijpt, ziet alleen lastig gedrag. Wie trauma wel begrijpt, ziet een mens die beschermd en stap voor stap hersteld moet worden. Ā  Armoede, schulden en werkloosheid Niet alle dak- en thuislozen zijn verslaafd of psychisch ziek. Sommigen zijn op straat beland door armoede, schulden, woningnood, verlies van inkomen of werkloosheid. Zij hadden misschien ooit een baan, een gezin, een kamer of een eenvoudig bestaan, maar verloren stap voor stap hun bestaanszekerheid. Ā  Deze groep heeft vooral praktische sociale begeleiding nodig: hulp bij identiteitsdocumenten, werk, inkomen, huisvesting, familiecontact en herintegratie. Daarvoor zijn maatschappelijk werkers, schuldhulpverleners, budgetbegeleiders, arbeidsbemiddelaars, woonbegeleiders en administratieve krachten nodig. Ā  Bij deze mensen ligt de oplossing niet in langdurige opname, maar in herstel van zelfstandigheid. Ā  Jongeren moeten apart worden beschermd Een aparte en zeer kwetsbare groep bestaat uit jongeren. Sommigen lopen weg van huis, komen uit gebroken gezinnen of zijn slachtoffer van verwaarlozing, mishandeling, misbruik, groepsdruk of verkeerde vriendenkringen. Ā  Jongeren die op straat blijven, lopen groot gevaar. Zij kunnen terechtkomen in drugsgebruik, criminaliteit, seksuele uitbuiting, bendevorming of blijvende maatschappelijke ontsporing. Ā  Daarom moeten jongeren apart worden opgevangen. Nodig zijn jeugdhulpverleners, orthopedagogen, schoolmaatschappelijk werkers, jeugdpsychologen, mentoren, sportbegeleiders, vaktrainers en familiebegeleiders. De nadruk moet liggen op opvoeding, onderwijs, discipline, sport, vaktraining, talentontwikkeling en herstel van familiebanden. Ā  Een jongere moet niet worden opgeborgen. Een jongere moet worden teruggewonnen. Ā  Ouderen, zieken en mensen met een beperking Ook ouderdom, ziekte of een lichamelijke of verstandelijke beperking kan mensen op straat doen belanden. Soms is er geen familie meer. Soms is de familie overbelast. Soms ontbreken inkomen, zorg of passende huisvesting. Ā  Deze groep vraagt niet om correctie, maar om zorg. Nodig zijn verpleegkundigen, verzorgenden, artsen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, voedingsdeskundigen, maatschappelijk werkers en mantelzorgcoƶrdinatoren. Ā  Hun opvang moet gericht zijn op rust, hygiĆ«ne, voeding, medicatie, lichamelijke verzorging en waardigheid. Ā  Vrouwen en slachtoffers van geweld Vrouwen, meisjes en andere kwetsbare personen die door huiselijk geweld, misbruik, verstoting of bedreiging op straat terechtkomen, hebben beschermde opvang nodig. Zij mogen niet in een algemene gemengde opvang worden geplaatst waar zij opnieuw slachtoffer kunnen worden. Ā  Voor deze groep zijn maatschappelijk werkers, psychologen, juridische begeleiders, crisisopvangmedewerkers, vertrouwenspersonen, beveiligers en familiebemiddelaars nodig. Veiligheid staat hier voorop: eerst bescherming, daarna herstel. Ā  Ex-gedetineerden zonder netwerk Een andere groep bestaat uit mensen die uit detentie komen en nergens naartoe kunnen. Zonder woning, werk, familie,

Achter ieder straatbeeld schuilt een levensverhaal Read More Ā»

Dak- en thuislozen in Suriname

Dak- en thuislozen in Suriname Barmhartigheid alleen is niet genoeg Het dak- en thuislozenprobleem speelt al jaren in Suriname. Het is geen nieuw verschijnsel en ook geen probleem dat van de ene dag op de andere is ontstaan. Opeenvolgende regeringen hebben op verschillende momenten geprobeerd om deze heuse maatschappelijke noodsituatie tegen te gaan. Soms gebeurde dat via tijdelijke opvang. Soms via voedselverstrekking. Soms via religieuze en particuliere initiatieven. Soms via plannen voor opvang buiten Paramaribo. En soms via pogingen om mensen te resocialiseren.   Nieuwe aandacht onder de regering-Simons   De regering-Simons-Rusland heeft aandacht voor de steeds verslechterde toestand van deze groep landgenoten. Binnen deze bestuurlijke context wordt het vraagstuk niet langer alleen gezien als een sociaal probleem, maar ook als een veiligheids-, gezondheids-, woon- en menswaardigheidsvraagstuk. Dat is van betekenis, omdat het dak- en thuislozenvraagstuk niet los kan worden gezien van veiligheid, openbare orde, volksgezondheid, maatschappelijke rust en menselijke waardigheid. Veiligheidsadviseur ( oud-commissaris van Politie Omar Terborg ) trekt daarbij de kar.   Veel organisaties, maar weinig gezamenlijke regie   Er zijn in Suriname tientallen instituten, organisaties, kerkgenootschappen, stichtingen, serviceclubs en individuele burgers die zich op hun manier ontfermen over deze minbedeelden. Men brengt eten. Men deelt kleding uit. Men biedt soms tijdelijk onderdak. Men probeert een zieke naar de dokter te brengen. Men bidt, helpt, troost en ondersteunt. Dat is waardevol. Het toont dat Surinamers barmhartig zijn. Maar het toont ook de zwakte van de aanpak. Iedereen trekt zijn eigen kar. Individualisme speelt hoogtij. Structurele samenwerkingsvormen ontbreken te vaak.   Het ontbreken van een nationale benadering   Wat ontbreekt, is een uniforme nationale benadering. Er is geen vaste keten waarin registratie, opvang, medische zorg, geestelijke verzorging, verslavingszorg, scholing, werkbegeleiding en nazorg logisch op elkaar aansluiten. De ene organisatie doet dit. De andere doet dat. De ene stichting heeft ervaring met verslaafden, de andere met ex-gedetineerden, weer een andere met voedselhulp of tijdelijke opvang. Maar zonder gezamenlijke regie blijft veel werk hangen in goede bedoelingen.   Te weinig onderzoek en betrouwbare cijfers   Een ander knooppunt is het ontbreken van kloppende informatie. Er zijn onvoldoende betrouwbare statistieken. Er is te weinig diepgaand onderzoek naar de omvang, achtergronden en categorieën binnen de dak- en thuislozenpopulatie. Hoeveel mensen leven werkelijk op straat? Hoeveel zijn verslaafd? Hoeveel hebben psychische problemen? Hoeveel zijn oud, ziek of verlaten? Hoeveel zijn ex-gedetineerd? Hoeveel kunnen met begeleiding terug naar werk? Hoeveel hebben permanente zorg nodig? Zonder zulke gegevens blijft beleid wankel.   Nattevingerwerk is geen beleid   De aanpak van het probleem heeft over het algemeen te veel karakter van nattevingerwerk. Men ziet mensen op straat, men voelt maatschappelijke druk, men zoekt snel een plek, men regelt wat eten en bedden, en men noemt dat opvang. Maar opvang zonder diagnose is geen rehabilitatie. Een gebouw zonder zorgsysteem is geen oplossing. Een terrein buiten Paramaribo zonder deskundig personeel is geen hersteltraject.   Stichting De Stem als ervaringsbron   Het hiernavolgende verslag is mede gebaseerd op informatie verkregen van Stichting De Stem. Deze stichting maakt zich in de achter ons liggende drie decennia intensief en continu sterk voor de opvang en begeleiding van dak- en thuislozen. Juist zulke instellingen beschikken over ervaringskennis die in Suriname niet lichtvaardig terzijde mag worden geschoven. Zij hebben niet alleen over het probleem gesproken; zij hebben het jarenlang van dichtbij gezien. Zij kennen de geur van verwaarlozing. Zij kennen de taal van verslaving. Zij kennen de terugval na een korte verbetering. Zij kennen de wanhoop van familieleden. Zij kennen de agressie van ontregeling. Zij kennen de kwetsbaarheid van ziekte. Maar zij kennen ook de ontroerende momenten waarop iemand langzaam weer mens onder de mensen wordt. Zij zijn, op dit stuk, ervaringsdeskundigen bij uitstek.   Surinaamse barmhartigheid als kracht   Het dak- en thuislozenprobleem heeft Suriname iets belangrijks geleerd: Surinamers zijn barmhartig. Er zijn altijd mensen geweest die eten brengen, kleding geven, een matras regelen, een busrit betalen, een tijdelijk onderkomen zoeken of spontaan hulp aanbieden. Dat is niet gering. Dat is de zachte kracht van onze samenleving. Het bewijst dat het hart van de samenleving nog klopt.   Een goed hart alleen is niet genoeg   Maar het probleem heeft ons ook iets anders geleerd: een goed hart alleen is niet voldoende om de negatieve gang van zaken te keren. Barmhartigheid is noodzakelijk, maar niet genoeg om de koe bij de horens te vatten. Wie dak- en thuisloosheid werkelijk wil aanpakken, moet verder gaan dan incidentele hulp, noodopvang en goede bedoelingen. Een bord eten is belangrijk. Een dak boven het hoofd is belangrijk. Een schoon bed is belangrijk. Maar rehabilitatie vraagt veel meer dan dat. Rehabilitatie vraagt meer dan onderdak Om te rehabiliteren is er niet alleen een dak boven het hoofd nodig. Er is voeding nodig, maar ook verpleging. Er is lichamelijke verzorging nodig, maar ook geestelijke verzorging. Er is begeleiding nodig, maar soms ook bewaking. Er is scholing nodig. Er is opleiding nodig. Er is werkgelegenheid nodig. Er is dagstructuur nodig. Er is medische controle nodig. Er is psychologische ondersteuning nodig. Er is verslavingszorg nodig. Er is administratie nodig. Er is familieonderzoek nodig. Er is nazorg nodig. Wie mensen werkelijk wil helpen terugkeren naar de samenleving, moet niet alleen vragen: waar kunnen wij hen plaatsen? De echte vraag is: hoe kunnen wij hen herstellen?   Meer dan drugsverslaving alleen   Te vaak wordt het dak- en thuislozenvraagstuk versmald tot drugsverslaving. Drugs spelen in veel gevallen inderdaad een grote rol. Langdurig drugsgebruik sloopt lichaam en geest. Het tast de gezondheid aan, breekt het karakter af, vernietigt familiebanden, ondermijnt arbeidsgeschiktheid en maakt zelfstandigheid steeds moeilijker.   Maar het is in de meeste gevallen niet alleen drugsverslaving. Bij deze categorie landgenoten spelen onderliggende zaken een belangrijke rol.   De onderliggende oorzaken   Bij dak- en thuislozen spelen vaak meerdere problemen tegelijk. Denk aan tanende gezondheid, psychische ontregeling, ouderdom, armoede, trauma, verlatenheid, familieruzies, huiselijk geweld, schulden, schaamte, gebrek aan papieren, verlies van werk, verlies van woning en verlies van geloof in zichzelf. Velen zijn niet plotseling op straat beland. Zij zijn langzaam afgezakt. Eerst

Dak- en thuislozen in Suriname Read More Ā»

Straatvervuiling een beschavingskwestie

Straatvervuiling: een beschavingskwestie ā€œUma sma en du bun ogri, mannegre nomo e tyar a nen.ā€ Vrouwen doen goed en kwaad, maar vaak draagt de mannennaam de schuld. Dat oude kasekolied raakt aan een dieper maatschappelijk verschijnsel: degene die zichtbaar is, krijgt vaak de schuld. Degene die zwak staat, wordt gemakkelijk aangewezen. Degene die geen stem heeft, wordt het gezicht van een probleem dat in werkelijkheid veel groter, breder en ingewikkelder is. Zo is het ook met de verloedering van Paramaribo en andere delen van Suriname. Ā  Complex maatschappelijk probleem Via de media werd recent bij monde van Omar Terborg, veiligheidsadviseur van president Jennifer Simons en oud-commissaris van politie, vernomen dat de regering het dak- en thuislozenvraagstuk structureler wil aanpakken. Volgens de berichtgeving gaat het om een complex maatschappelijk probleem dat vraagt om samenwerking tussen verschillende ministeries en organisaties. Ā Ā  Ā  Dat de regering dit vraagstuk opnieuw op de agenda plaatst, is belangrijk. Het beeld van dak- en thuislozen, verslaafden en geestelijk verwarde personen in het straatbeeld is immers niet langer te ontkennen. Maar juist daarom moeten wij voorzichtig zijn. Want wanneer een maatschappelijk probleem politiek geladen wordt benaderd, ontstaat al snel het gevaar dat men vooral het zichtbare ongemak wil verwijderen, zonder de diepere oorzaken werkelijk aan te pakken. Toerismereclame bezijdens de waarheid Wie vandaag door bepaalde straten, bermen en openbare plekken loopt, ziet een pijnlijke werkelijkheid. Onverzorgde hoeken. Vuil langs de weg. Stinkende afvalhopen. Verwaarloosde gebouwen. Pishok. Bermen die niet meer als publieke ruimte voelen, maar als vergeten plekken. Het beeld dat zich aandient, past niet bij het paradijs dat in toerismereclame wordt opgehemeld. Ā  Suriname wordt graag gepresenteerd als groen, gastvrij, kleurrijk en natuurlijk. En dat is Suriname ook. Maar wie eerlijk kijkt, ziet daarnaast een andere werkelijkheid: vervuiling, nalatigheid, wanorde en een groeiend gebrek aan zorg voor de publieke ruimte. Die werkelijkheid mogen wij niet langer wegpraten. Ā  Wie krijgt de schuld? In vraaggesprekken met willekeurige burgers, verspreid over jaren, wordt in negen van de tien gevallen een beschuldigende vinger gewezen naar zwervers, drugsverslaafden, geestelijk verwarde personen, dak- en thuislozen. Zij zouden de stad bevuilen. Zij zouden de overlast veroorzaken. Zij zouden het beeld van de hoofdstad ontsieren. Maar die beschuldiging is te gemakkelijk. Zij is onrechtvaardig en vaak ook onjuist. Ā  Natuurlijk zijn er problemen rond mensen die op straat leven. Natuurlijk is er sprake van overlast. Natuurlijk zijn er plekken waar de samenleving niet mag wegkijken van gevaar, vervuiling, verslaving en menselijk verval. Maar het is onjuist om de hele verloedering van de stad op deze groepen af te schuiven. Drager van de schuld van de samenleving. Wie een hond wil slaan, vindt licht een stok. Wie een zondebok zoekt, vindt altijd iemand die minder macht heeft, minder bescherming geniet en zich moeilijk kan verdedigen. De kwetsbare mens wordt dan niet alleen slachtoffer van armoede, verslaving, psychische nood of uitsluiting, maar ook drager van de schuld van de samenleving. Ā  Daarom is het goed dat Omar Terborg het vraagstuk niet uitsluitend als een politieprobleem of veiligheidsprobleem benoemt, maar als een complex maatschappelijk vraagstuk. Juist daarin ligt de kern. Het gaat niet alleen om mensen van de straat halen. Het gaat niet alleen om het schoonmaken van plekken waar toeristen, kinderen, ouderen en burgers dagelijks passeren. Het gaat om de vraag wat voor samenleving wij zijn geworden, hoe wij omgaan met publieke ruimte en hoe wij omgaan met mensen die buiten de normale orde zijn gevallen. Verwijdering of zelfs internering Het idee om overlastbezorgers van de straat te verwijderen is niet nieuw. Al decennia wordt in Suriname gesproken over opvang, afzondering, verwijdering of zelfs internering in districten. Ook in eerdere perioden is geprobeerd om het vraagstuk buiten het zicht van de hoofdstad te plaatsen. Maar telkens blijkt dat een probleem niet verdwijnt wanneer men de mens verplaatst. Ā  Een dak boven het hoofd is noodzakelijk, maar het is slechts een klein deel van het proces. Wie dakloos is, heeft vaak meer nodig dan onderdak. Er is specialistische hulp nodig. Er is medische zorg nodig. Er is psychische begeleiding nodig. Er is verslavingszorg nodig. Er is voeding nodig. Er is veiligheid nodig. Er is dagstructuur nodig. Er is werkgelegenheid nodig. Er is menselijke nabijheid nodig. Ā  Wie geestelijk verward is, moet niet alleen uit het straatbeeld verdwijnen, maar geholpen worden. Wie verslaafd is, heeft niet alleen politie nodig, maar behandeling. Wie dakloos is, heeft niet alleen opvang nodig, maar perspectief. En wie jarenlang buiten het gewone maatschappelijke verkeer heeft geleefd, keert niet zomaar terug met een bed, een bord eten en een bevel. Zonder duurzame resultaten Daarom moet bureaucratie ver uit de buurt blijven van menselijke nood. Er zijn in Suriname tientallen instanties, organisaties, diensten en personen die zich op de een of andere manier ontfermen over drugsverslaafden, daklozen, geestelijk kwetsbaren en mensen aan de rand van de samenleving. Velen van hen werken hard. Velen doen hun best. Velen verdienen waardering. Maar goede bedoelingen zijn niet genoeg als de aanpak versnipperd blijft, als niemand eindverantwoordelijkheid draagt en als projecten telkens beginnen met veel woorden maar eindigen zonder duurzame resultaten. Ā  De centrale vraag is daarom niet alleen: wat gaat de regering doen? Ā  De centrale vraag is ook: waarom zou het nu wel lukken? Ā  Het antwoord kan alleen liggen in een integrale aanpak. Niet in het wegduwen van mensen. Niet in het schoonvegen van straten voor het oog. Niet in tijdelijke acties die verdwijnen zodra de mediabelangstelling afneemt. Het antwoord ligt in samenwerking, deskundigheid, financiering, opvolging, registratie, begeleiding en volharding. Ā  Maar zelfs dan is het vraagstuk groter dan dak- en thuisloosheid alleen. Want Suriname wordt niet alleen ontsierd door mensen die op straat leven. Suriname wordt ook ontsierd door straatvuil in alle hoeken en gaten. Het is niet alleen zwerfvuil. Er vormen zich op steeds meer plekken stinkende afvalhopen. Soms in de buurt van woningen. Soms langs wegen. Soms bij markten. Soms bij verlaten gebouwen. Soms op plekken waar kinderen lopen, ouderen passeren en toeristen kijken. Ā  Dat is een nationale schande. Ā  En

Straatvervuiling een beschavingskwestie Read More Ā»

Ma

MA Mijn moeder,ik noem haar ma,omdat dat woord dichter bij mijn hart ligt.Moeder klinkt mooi,maar ma klinkt als thuis.   Zij droeg mijvoordat ik de wereld kende.Zij kende mijn huilen,mijn stilte,mijn lach.   Als kind leerde ik van haardat liefde niet altijd veel woorden heeft.Soms is liefde een bord eten,een bezorgde blik,een hand op mijn schouder.   Mijn ma was erin dagen van zonen in nachten van twijfel.Zij gaf mij krachtzonder zichzelf groot te maken.   Moederdag is één dag,maar ma leeft in elke dag.In mijn denken,in mijn stappen,in mijn manier van liefhebben.   Mijn moeder, mijn ma,de band tussen onsis niet gemaakt van woorden alleen.Zij is bloed, herinnering,gebed en dankbaarheid.   En zolang ik leef,draag ik iets van haar mee.Want ik ben haar kind,en zij blijft mijn ma.   HJD https://youtube.com/shorts/movS21SLo44

Ma Read More Ā»

De geschiedenis van arbeid in Suriname

Ideologische bevlogenheid De geschiedenis van arbeid in Suriname De geschiedenis van arbeid en vakbeweging in Suriname begint niet in Suriname alleen, maar in een veel oudere wereld van arbeid, gezag en afhankelijkheid. Lang voor Columbus de Atlantische verbinding tussen Europa en de Amerika’s openbrak, was arbeid in Europa en elders zelden een vrije overeenkomst tussen gelijke partijen. Ā  In middeleeuws Europa waren boeren afhankelijk van land en heer. In de steden reguleerden gilden de toegang tot ambachten, de lonen, de technieken en de arbeidsvoorwaarden. Daarnaast bestonden vormen van herendienst, dus onbetaalde of verplichte arbeid ten dienste van heer of staat. Arbeid was daarom vooral ingebed in orde, stand en gehoorzaamheid, en veel minder in individuele keuzevrijheid. Ā  Arbeid op zee en de Atlantische overtocht Toen de Atlantische wereld ontstond, verhuisde deze hiĆ«rarchische arbeidsorde mee naar zee. Aan boord van de schepen die naar de Nieuwe Wereld voeren, heerste een scherp afgebakende bevelsstructuur met bovenaan de kapitein of schipper, daarnaast waren er functies als, stuurman, bootsman, timmerman en kok. Ā  Deze maritieme arbeidswereld werd grimmiger in de trans-Atlantische slavenvaart. De oversteek duurde vaak rond de tachtig dagen. Mensen werden dicht opeengepakt zonder voldoende bewegingsruimte, ventilatie of water. Velen werden ziek en stierven. Het schip was dus niet alleen een transportmiddel, maar ook een drijvende ruimte van tucht, geweld en ontmenselijking. Afbeelding: Diagram van het slavenschip Brookes. Bron: Wikimedia Commons / British Library. Inheemse arbeid in Suriname Tegenover deze oude en harde arbeidswerelden stond in Suriname zelf een andere bestaansorde van de inheemse bevolking. Bij de inheemsen was arbeid oorspronkelijk niet opgebouwd rond loon, contract of plantagedwang, maar rond dorp, familie, rivier, jacht, visserij en kostgrond.Ā  Mannen jaagden, visten en kapten bos open voor kostgronden. Vrouwen plantten, sponnen garen, hangmatten en doekjes, weefden en maakten aardewerk. Arbeid was hier dus ingebed in gemeenschap en levensonderhoud en niet in een door de wereldmarkt gedreven regime van winstproductie. Slavernij en staatstoezicht Met de komst van de Europese kolonisator veranderde dat fundamenteel. De plantagekolonie maakte arbeid tot een instrument van export en gezag. De koloniale economie van Suriname rustte eeuwenlang op de arbeid van tot slaaf gemaakte Afrikanen. Toen Nederland de slavernij in 1863 formeel afschafte, werden de voormalige slaafgemaakten echter niet meteen volledig vrij. Zij moesten nog tien jaar onder staatstoezicht op de plantages blijven werken. Daarmee werd de slavernij juridisch beĆ«indigd, maar niet onmiddellijk sociaal en economisch opgeheven. De spanning tussen formele vrijheid en feitelijke dwang bleef dus bestaan, en precies daaruit zou later een belangrijk deel van de Surinaamse arbeidersgeschiedenis voortkomen. Afbeelding: Plantage in Suriname. Bron: Wikimedia Commons / Rijksmuseum. Contractarbeid en nieuwe arbeidsregimes Ā  Al voor de emancipatie ging het koloniale bestuur op zoek naar vervangende arbeidskrachten voor de plantage-economie. Er werden Chinese contractarbeiders voor arbeid in Suriname geworven. Daarna volgde op grote schaal immigratie uit Brits-IndiĆ«. Ook Javaanse contractarbeid werd een structurele pijler van het koloniale arbeidsbestel. Juridisch heette dit contractarbeid, maar sociaal bleef het een stelsel van zware afhankelijkheid, lage lonen, discipline en beperkte bewegingsvrijheid. Ā  De gruwel van het slaventransport Ā  Zelfs de reis naar Suriname droeg de stempel van die afhankelijkheid. Die overtocht was niet gelijk aan de gruwel van het slaventransport, maar zij was wel de voorruimte van een nieuw koloniaal arbeidsregime. De arbeider kwam niet als vrije actor een open arbeidsmarkt binnen, maar werd bij aankomst meteen over de plantages verdeeld. Daarmee ging Suriname niet rechtstreeks van slavernij naar vrije arbeid, maar via nieuwe vormen van gereguleerde en gecontroleerde arbeid. Afbeelding: Baba en Mai-monument in Groningen, Suriname. Bron: Wikimedia Commons Contractarbeid en nieuwe arbeidsregimes Ā  Na de emancipatie ging het koloniale bestuur op zoek naar vervangende arbeidskrachten voor de plantage-economie. Er werden Chinese contractarbeiders voor arbeid in Suriname geworven. Daarna volgde op grote schaal immigratie uit Brits-IndiĆ«. Ook Javaanse contractarbeid werd een structurele pijler van het koloniale arbeidsbestel. Juridisch heette dit contractarbeid, maar sociaal bleef het een stelsel van zware afhankelijkheid, lage lonen, discipline en beperkte bewegingsvrijheid. Ā  De gruwel van het slaventransport Zelfs de reis naar Suriname droeg de stempel van die afhankelijkheid. Die overtocht was niet gelijk aan de gruwel van het slaventransport, maar zij was wel de voorruimte van een nieuw koloniaal arbeidsregime. De arbeider kwam niet als vrije actor een open arbeidsmarkt binnen, maar werd bij aankomst meteen over de plantages verdeeld. Daarmee ging Suriname niet rechtstreeks van slavernij naar vrije arbeid, maar via nieuwe vormen van gereguleerde en gecontroleerde arbeid. Afbeelding: Anton de Kom. Bron: Wikimedia Commons. Doedel en De Kom Ā  In dezelfde jaren werden Louis Doedel en Anton de Kom symbolen van sociale weerbaarheid en van koloniale repressie. Doedel behoorde tot de eersten die in de jaren dertig de werkende bevolking probeerden te organiseren; in 1937 werd hij na een mislukte poging een petitie aan de gouverneur aan te bieden gearresteerd en in de psychiatrische inrichting Wolffenbüttel opgenomen. Anton de Kom, die in 1933 naar Suriname terugkeerde, wist met zijn charisma grote groepen arbeiders te mobiliseren; na de onrust van 1933 werd hij door het koloniale bestuur het land uitgewezen. De Surinaamse arbeidersbeweging groeide dus niet in de beschutting van het bestuur, maar in botsing ermee. Ā  Bauxietindustrie en moderne arbeider Een nieuwe fase in de arbeidsgeschiedenis brak aan met de opkomst van de bauxietindustrie. Ā  Met de exploitatie werd in 1916 een begin gemaakt; zes jaar later vond de eerste verscheping vanuit Moengo plaats en in 1937 nam bauxiet al 64 procent van de Surinaamse uitvoerwaarde voor zijn rekening. Ā  Tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide de sector explosief verder. Arbeidsonrust in Moengo in 1941 en 1942 leidde tot de vorming van de eerste mijnwerkersbonden, en in 1948 was de Surinaamse Mijnwerkers Unie, die de bonden van Moengo, Paranam en Billiton verenigde, met 2.200 leden veruit de grootste arbeidsorganisatie van het land. Hier werd de Surinaamse arbeider steeds meer een moderne industriĆ«le arbeider: geconcentreerd, collectief en strategisch georganiseerd. Afbeelding: Bauxietwinning in Moengo, ca. 1927-1931. Bron: Wikimedia Commons / Rijksmuseum. Institutionalisering van de arbeidsverhoudingen Ā  Vanaf de jaren veertig begon ook de institutionele verankering van de arbeidsverhoudingen. In

De geschiedenis van arbeid in Suriname Read More Ā»

De toekomst van Suriname klinkt: krachtig, doordacht en vol overtuiging

De toekomst van Suriname klinkt: krachtig, doordacht en vol overtuiging Zaterdag 18 april 2026 vond in Lien en Wim CafĆ© aan de Verlengde Gemenelandsweg 200 te Paramaribo de Pre-Generale van het National Speech Contest 2026 plaats. Deze bijeenkomst vormde meer dan een gewone voorbereidende activiteit. Zij liet zien hoe de toekomst van Suriname kan klinken: jong, welbespraakt, nadenkend, betrokken en bereid om zich uit te spreken over thema’s die ertoe doen. Ā  Meer dan een wedstrijd in spreken De 29ste editie van het National Speech Contest, georganiseerd door Junior Chamber International (JCI) Nilom, staat opnieuw in het teken van spreekvaardigheid, leiderschap en maatschappelijke vorming. Sinds 1986 biedt deze competitie middelbare scholieren een bijzonder podium om te groeien in zelfvertrouwen, kritisch denken en overtuigingskracht. In een tijd waarin verwarring, oppervlakkigheid en snelle meningsvorming vaak de boventoon voeren, is het van grote betekenis dat jongeren leren spreken met inhoud, discipline en respect. Ā  Het National Speech Contest is immers niet slechts een wedstrijd in mooi praten. Het is in wezen een oefenschool voor burgerschap. Hier leren jongeren hun gedachten te ordenen, hun emoties te beheersen, hun overtuiging onder woorden te brengen en hun publiek te raken zonder goedkoop effectbejag. Dat maakt deze contest waardevol voor het individu Ć©n voor de samenleving. Suriname heeft dringend behoefte aan een generatie die niet alleen luid spreekt, maar ook leert luisteren, analyseren en verbinden. Ā  Een podium voor talent en inhoud De Pre-Generale van 18 april gaf daarvan een hoopvol beeld. De aanwezige jongeren toonden inzet, lef en de wil om boven zichzelf uit te stijgen. Het ging niet alleen om stemgebruik of presentatie, maar ook om houding, inhoud en uitstraling. Woorden kregen betekenis. IdeeĆ«n kregen richting. En talent kreeg een podium. Ā  De opvallende rol van jonge vrouwen Opvallend was wel dat het vrouwelijk geslacht duidelijk domineerde. Dat gegeven mag enerzijds positief worden gelezen: jonge vrouwen tonen zichtbaar dat zij bereid zijn om hun plaats in het publieke debat op te eisen. Zij laten zien dat intellect, taalvaardigheid en maatschappelijke betrokkenheid geen abstracte begrippen zijn, maar levende krachten. Ā  Tegelijk roept deze dominantie ook een vraag op: waar blijven de jongens? Als wij werkelijk bouwen aan een evenwichtige toekomst voor Suriname, dan moet de vorming van weerbare, nadenkende en verantwoordelijke jonge mannen eveneens bijzondere aandacht krijgen. De spreekcultuur van Suriname mag geen zaak van ƩƩn geslacht worden. De jeugd in haar geheel moet leren om het woord te nemen. Ā  Het gemis van de districten Een tweede punt van reflectie is dat deelnemers uit de districten ontbraken. Dat is een gemis dat niet zomaar als een praktische toevalligheid mag worden beschouwd. Wanneer een nationale contest vooral stedelijk wordt ingevuld, dreigt onbedoeld het beeld te ontstaan dat talent, visie en eloquentie zich hoofdzakelijk in Paramaribo concentreren. Ā  Dat zou een ernstige misvatting zijn. Suriname is groter dan de hoofdstad. Ook buiten Paramaribo leven jongeren met talent, inzichten, levenservaring en leiderschapspotentieel. Juist daarom is het van belang dat toekomstige edities nog doelgerichter bruggen slaan naar de districten. Een werkelijk nationaal podium moet ook werkelijk nationaal aanvoelen. Ā  Kritisch, maar vooral opbouwend Deze kritische kanttekeningen doen echter niets af aan de betekenis van wat reeds is bereikt. Integendeel: zij onderstrepen juist de groeimogelijkheden van een initiatief dat zijn waarde al lang heeft bewezen. Het National Speech Contest is een krachtig instrument van jeugdvorming. Hier worden niet alleen sprekers gevormd, maar ook burgers, denkers en toekomstige leiders. Ā  Jongeren leren hier dat woorden verantwoordelijkheid dragen. Dat taal niet alleen kan vermaken, maar ook kan genezen, waarschuwen, inspireren en richting geven. Ā  De strijd om meer dan een titel De strijd om de titel Best Speaking Student of Suriname 2026 is daarmee veel meer dan een competitie tussen acht finalisten. Het is een strijd van ideeĆ«n, van moed en van stem. Het is een moment waarop jongeren niet alleen spreken, maar ook gehoord worden. Waar woorden bruggen kunnen slaan tussen school en samenleving, tussen droom en daad, tussen individu en natie. Ā  Deelnemende scholen Algemene Middelbare School (AMS)Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO)Ewald P. Meyer Lyceum (Lyco 2)Miranda Lyceum (Lyceum 1) Ā  Finalisten Zebeda PatriceChayenne EtnelChayah LauwerendsKayla LiengaChenice KortstamJayden PostSilomi Louisville Ā  Jongeren als stem van morgen Met deze groep jonge sprekers wordt duidelijk dat Suriname over jeugd beschikt die kan nadenken, formuleren en overtuigen. Dat is geen geringe zaak. In het spreken van jongeren klinkt vaak al de richting van morgen door. Wie luistert naar hun woorden, hoort iets van het land dat Suriname kan worden. Ā  Een investering in nationale ontwikkeling Laat he contest daarom niet slechts worden gezien als een eenmalige happening, maar als een investering in nationale ontwikkeling. Wie jongeren leert om helder te denken en waardig te spreken, helpt een land om beter te kiezen, beter te begrijpen en beter samen te leven. Ā  De toekomst van Suriname klinkt het sterkst wanneer zij niet schreeuwt, maar spreekt met inhoud. Krachtig. Doordacht. En vol overtuiging. Ā  Henk Doelwijt https://youtu.be/lmMk1UyxxtU

De toekomst van Suriname klinkt: krachtig, doordacht en vol overtuiging Read More Ā»

Pre-Generale National Speech Contest 2026

Pre-Generale National Speech Contest 2026 ZATERDAG 18 APRIL 2026 LIVE BIJ LIEN & WIMĀ Ā Bereid je voor op een middag vol talent, inspiratie en krachtige woorden tijdens de Pre-Generale National Speech Contest 2026!Ā Bij Lien en Wim CafĆ© verwelkomen wij de beste jonge sprekers van Suriname, die strijden om de titel Best Speaking Student of Suriname 2026.Ā Ook Live uitgezonden via de Facebook page van Stichting Pro-humaniteit.Dit is geen gewone wedstrijd…Dit is een podium waar ideeĆ«n tot leven komen,waar jongeren hun stem laten horen,en waar de toekomst van Suriname spreekt.Ā Locatie: Lien en Wim CafĆ©Verlengde Gemenelandsweg #200Zaterdag 18 april 2026Aanvang: 12:00 uurMet deelnemers van: AMS | VWO | Lyco 2 | Lyco 1Ā Kom ondersteunen. Kom luisteren. Kom beleven.Want jouw aanwezigheid geeft deze jonge stemmen kracht.Ā 

Pre-Generale National Speech Contest 2026 Read More Ā»

Melisa Panka MA leest tegen de koloniale logica in

Melisa Panka MA leest tegen de koloniale logica in Een bijdrage aan de Surinaamse geschiedschrijving Ā  Met grote blijdschap en trots maken wij bekend dat Melisa Christina Panka gehuwd Doelwijt haar studie: Master of Arts in Geschiedenis aan de Faculteit der Humaniora van de Anton de Kom Universiteit van Suriname, heeft voltooid en is afgestudeerd met haar masterthesis. Ā  Het Staatstoezicht Met het onderzoek naar het koloniaal beleid tijdens de periode van het Staatstoezicht en de overlevingsstrategieĆ«n van de vrijgemaakten gedurende die periode, levert zij een bijdrage aan de Surinaamse geschiedschrijving. Ā  In dit onderzoek belicht Melisa Panka een periode uit onze geschiedenis en schenkt zij bijzondere aandacht aan de veerkracht, waardigheid en overlevingskracht van de vrijgemaakten. Haar werk getuigt van toewijding, wetenschappelijke ernst en historisch besef. Ā  Deze mijlpaal is niet alleen een persoonlijke overwinning, maar ook een moment van vreugde voor allen die haar op deze weg hebben ondersteund en aangemoedigd. Ā  Wij feliciteren Melisa Christina Panka van harte met deze prachtige academische prestatie en wensen haar Gods rijke zegen, wijsheid en verdere voorspoed toe op haar levens- en loopbaanpad. Ā Master of Arts in Geschiedenis Ā  Met haar onderzoek naar het koloniaal beleid tijdens de periode van het Staatstoezicht en de overlevingsstrategieĆ«n van de vrijgemaakten levert Melisa Christina Panka een bijdrage aan de Surinaamse geschiedschrijving. De studie werd ingediend op 30 maart 2026 bij de Anton de Kom Universiteit van Suriname, Faculteit der Humaniora, ter verkrijging van de graad van Master of Arts in Geschiedenis. Ā  De keuze van het onderwerp Ā  De kracht van deze thesis ligt in de keuze van het onderwerp. Panka richt haar blik op het Staatstoezicht in de periode 1863–1873, een fase die wel bekend is, maar in de geschiedschrijving vaak onvoldoende vanuit het perspectief van de vrijgemaakten is onderzocht. Ā  Zij laat zien dat de formele afschaffing van de slavernij niet automatisch samenviel met werkelijke vrijheid. Volgens haar analyse diende het Staatstoezicht vooral om de plantage-economie te beschermen, arbeidsdwang voort te zetten en bestaande raciale machtsverhoudingen in stand te houden. Tegelijk toont zij aan dat vrijgemaakten, ondanks deze zware beperkingen, uiteenlopende strategieĆ«n ontwikkelden om hun autonomie te vergroten. Diepgang en analytisch scherp Ā  Methodologisch is dit werk stevig opgebouwd. Panka baseert zich op archiefonderzoek, literatuurstudie en orale traditie en benadert haar materiaal vanuit een subalterne invalshoek, aangevuld met theoretische inzichten uit onder meer de Critical Race Theory, Durkheim en de copingtheorie van Lazarus en Folkman. Dat geeft de studie historische diepgang en analytische scherpte. Vooral haar poging om ā€œde geschiedenis van onderuitā€ te schrijven, maakt het proefschrift relevant voor zowel de academie als het bredere maatschappelijke debat in Suriname. Ā  Slachtofferschapsperspectief doorbroken Ā  Panka blijft niet steken in de beschrijving van onderdrukking alleen. Zij brengt ook de veerkracht, agency en gemeenschapsvorming van de vrijgemaakten naar voren. Daarmee doorbreekt zij een eenzijdig slachtofferschapsperspectief. In haar conclusie komt zij uit bij een kernformule die nazindert. Het Staatstoezicht was juridisch geen voortzetting van de slavernij, maar wel een systeem van ā€œvrijheid in gebondenheidā€. Die formulering vat de historische tragiek, de analytische kracht van deze thesis samen. Ā  Suriname geen geĆÆsoleerd geval Ā  De vergelijkende blik naar Brits-Guyana versterkt het werk. Hierdoor wordt duidelijk dat Suriname geen geĆÆsoleerd geval was, maar deel uitmaakte van een bredere koloniale logica waarin emancipatie werd toegestaan zonder de onderliggende machtsstructuren werkelijk af te breken. Dat maakt deze thesis niet alleen belangrijk voor de nationale geschiedschrijving, maar ook voor bredere CaraĆÆbische en diasporische studies. Historische ernst Ā  Waar deze studie sterk betrokken en moreel bewogen klinkt, is dat geen zwakte maar eerder een teken van historische ernst. Panka schrijft niet koel op afstand, maar met een duidelijke verantwoordelijkheid tegenover hen van wie de stemmen in het archief vaak slechts indirect hoorbaar zijn. Dat maakt deze scriptie menselijk en geĆ«ngageerd. In haar eigen woorden wil zij bijdragen aan heling, bewustwording en een dieper begrip van vrijheid. Die ambitie is voelbaar in het hele werk. Ā  Maatschappelijk relevante studie Ā  Melisa Panka studeert af met een thesis die ertoe doet. Dit is een verdienstelijke, zorgvuldig opgebouwde en maatschappelijk relevante studie. Zij verdient waardering, niet alleen omdat zij een academische mijlpaal bereikt, maar vooral omdat zij met dit werk een wezenlijke bijdrage levert aan het historisch bewustzijn van Suriname. Ā  Bijdrage aan Surinaamse geschiedschrijving Ā  Op 30 maart 2026 werd de de thesis ingediend bij de Anton de Kom Universiteit van Suriname, Faculteit der Humaniora, studierichting Geschiedenis, ter verkrijging van de graad van Master of Arts in Geschiedenis. Ā  Dr. Hans Ramsoedh en Jerome Egger waren als begeleiders en beoordelaars verbonden aan dit academisch traject. Ā  Melisa Christina Panka gehuwd Doelwijt levert een bijdrage aan de Surinaamse geschiedschrijving. Ā  De kracht van het onderwerp Ā  Melisa Panka richt zich op het Staatstoezicht (1863–1873), een fase die volgde op de formele afschaffing van de slavernij, waarin de vrijheid van de vrijgemaakten in juridisch, sociaal en economisch opzicht sterk werd ingeperkt. Dat spanningsveld maakt haar onderzoek historisch relevant. Ā  Waardigheid bewaren Ā  Zij toont aan dat het Staatstoezicht niet zomaar een overgangsfase was, maar een doelbewust koloniaal systeem dat erop gericht was de plantage-economie te beschermen, arbeidsdwang voort te zetten en de bestaande machtsstructuren te handhaven. Tegelijk laat zij zien dat de vrijgemaakten binnen die benauwde werkelijkheid eigen strategieĆ«n ontwikkelden om te overleven, waardigheid te bewaren en hun autonomie te vergroten. Ā  Poging tot historisch herstel Ā  Zij blijft niet steken in een beschrijving van koloniale onderdrukking. De auteur kiest voor een benadering waarin de veerkracht, de capaciteit van individuen om zelf te kiezen en creativiteit van de vrijgemaakten centraal staan. Ā  Historisch herstel Ā  Dat verleent de thesis een menselijk en moreel gewicht. Hier spreekt niet alleen de historica, maar ook iemand die beseft dat geschiedenis over mensen van vlees en bloed gaat, over verlies en vernedering, maar ook over weerstand, gemeenschapsvorming en geestelijke kracht. In dat opzicht is deze thesis meer dan een academische oefening; zij is ook een poging tot historisch herstel. Ā  Tegen de koloniale logica inlezen Ā  Melisa Panka baseert

Melisa Panka MA leest tegen de koloniale logica in Read More Ā»

Zalig Petrus Donders de heiligste Surinamer

Zalig Petrus Donders de heiligste Surinamer Suriname spreekt veel over natievorming. Maar verbondenheid is niet enkel een politiek project. Het is een moreel proces. In het 51ste levensjaar van de Republiek Suriname is de fundamentele vraag niet hoeveel olie wij winnen, hoeveel goud wij exporteren of hoeveel begrotingsdiscipline wij bereiken. De kernvraag is: op welke waarden rust onze nationale gemeenschap? Een natie wordt niet alleen gebouwd met wetten en verkiezingen. Zij wordt gebouwd met overtuigingen. Met gedeelde ethiek. Met morele moed. En precies daar krijgt Zalig pater Petrus Nobertus donders nationale betekenis. De wand die sprak De discussie over Surinamerschap begon met een herinnering. Een student in Nederland, Runaldo Roland Venetiaan, later driemaal president van de Republiek Suriname, verfde op 1 juli 1963, honderd jaar na de emancipatie, woorden op een wand van zijn studentenflat: Want in het hart van de tiranMag de tijd de druk verlichtenDe slachtoffers blijvenVoor zover verminkt, verminktVoor zover gewond. Het was geen literaire oefening. Het was diagnose die te maken heeft met het menselijk bestaan. Die verwoordden het collectieve geheugen van een volk dat kolonialisme en slavernij heeft doorstaan. Het gesprek dat daarop volgde werd een lofzang op alaman: Inheemsen, Marrons, Hindostanen, Javanen, Chinezen, Joden. Elke groep erkend als bouwsteen van de natie. Maar de Europeanen, vooral de Hollanders werden niet genoemd als kondreman. De herinnering aan geweld, uitbuiting en vernedering was te scherp. Toch klonk er een andere stem: ā€œWanneer wij het verleden recht doen en het een juiste plaats geven in het heden, groeit verbondenheid.ā€ Dat is de overgang van ras-sentiment naar verantwoordelijkheid. En dat is precies waar natievorming begint. Kerk, kolonialisme en morele ambivalentieĀ Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā  Met de verspreiding van het christendom via Rome over Europa ontwikkelde de Rooms Katholieke kerk zich tot een monument van geloof, kennis en stedelijke identiteit. Met de opkomst van Spanje, Portugal als wereldmachten werd christendom een exportmodel. Kerk en kroon werkten nauw samen in het zogenaamde ā€œpatronato realā€, waarbij de staat kerkelijke structuren organiseerde in de koloniĆ«n. De kerk werd een zichtbaar teken van christelijke en Europese overheersing in Latijns-Amerika: geloof, onderwerping, vermenging evangelisatie en culturele onderdrukking speelden een hoofdrol. In het Caribisch gebied was deze druk minder zwaar dan in Spaans en Portugees Amerika, maar functioneel cruciaal. Ze dienden als schakel tussen kerk, koloniaal bestuur en plantage-economie. De geschiedenis van kerk en koloniale expansie is niet vrij van schaduw. In delen van Latijns-Amerika werkte de kerk nauw samen met wereldmachten. Kerstenen en overheersing liepen parallel. Het geloof werd een drager van beschaving, maar ook van culturele onderdrukking. Suriname kende eveneens slavernij, plantage-economie en koloniale hiĆ«rarchie. Dat verleden mag niet worden geromantiseerd. Maar Suriname laat ook zien dat geschiedenis uit ƩƩn stuk steen gehouwen is. De rooms-katholieke aanwezigheid ontwikkelde zich hier relatief laat en kreeg vooral vorm in onderwijs, gezondheidszorg en armenzorg. De kerk werd geen triomfantelijk machtsmonument, maar een sociaal ankerpunt binnen een multi-etnische samenleving. Paramaribo groeide uit tot een stad waar christenen, joden, moslims, hindoes en aanhangers van traditionele religies naast elkaar leefden. In een wereld waar religieuze uniformiteit vaak werd afgedwongen, ontstond hier een cultuur van co-existentie. Binnen die context verschijnt Petrus Donders niet als vertegenwoordiger van een overheersende macht, maar als moreel tegenbeeld van uitsluiting. Batavia: waar heiligheid politiek werd zonder politiek te zijn In Batavia werkte Donders tussen melaatsen, mensen die niet alleen lichamelijk ziek waren, maar ook sociaal verbannen. Zij waren letterlijk aan de rand van de samenleving geplaatst. Hij bleef. Hij waste wonden. Hij luisterde. Hij bad. Hij koos nabijheid waar anderen vreesden. Hij zag geen ras, geen economische waarde.Hij zag menselijkheid. Dat is natievorming in haar zuiverste, meest radicale vorm,de erkenning dat waardigheid niet afhangt van status of afkomst. Zijn werk was geen staatsprogramma, maar het bevatte een impliciete politieke boodschap: niemand mag structureel buiten de gemeenschap worden geplaatst. Wanneer wij vandaag spreken over inclusiviteit, sociale cohesie en gedeelde verantwoordelijkheid, herhalen wij vaak zonder het te beseffen precies dit beginsel. Zaligverklaring en de naderende heiligverklaring In 1982 werd Petrus Donders zalig verklaard. De kerk erkende daarmee officieel zijn leven van uitzonderlijke deugd. In Suriname gaat zijn betekenis verder dan kerkelijke erkenning. Hij symboliseert dat binnen koloniale structuren ook mensen opstonden die het tegenovergestelde kozen van overheersing: dienstbaarheid boven dominantie, aanwezigheid boven afstand, barmhartigheid boven systeem. Zijn heiligverklaring lijkt geen verre mogelijkheid meer. De devotie leeft. Zijn morele getuigenis is consistent en historisch onderbouwd. Wanneer dat moment komt, zal het formeel een kerkelijke gebeurtenis zijn. Maar moreel mag het een nationaal moment worden. Niet omdat hij hier geboren werd, maar omdat hij hier koos te blijven.Niet omdat hij een paspoort droeg, maar omdat hij zijn leven gaf. Heiligheid is geen etnische categorie. Zij is een existentiĆ«le keuze. Natievorming als morele discipline Suriname is een Mini World dat kan fragmenteren wanneer historische pijn het laatste woord krijgt. Natievorming vraagt drie fundamentele bewegingen: Herinnering zonder verbittering. Erkenning zonder uitsluiting. Verbondenheid zonder uniformiteit. Petrus Donders belichaamt deze spanningsvolle balans. Hij was Europeaan, maar koos Suriname. Hij stond binnen een kerkelijke structuur, maar zijn menselijkheid overstijgt institutionele grenzen.Hij werkte in een koloniale context, maar zijn handelen weersprak koloniale logica. Dat maakt hem relevant voor het hedendaagse Suriname. Nationale identiteit kan niet uitsluitend rusten op gedeeld lijden. Zij moet ook rusten op gedeelde waarden. Barmhartigheid.Rechtvaardigheid.Menselijke waardigheid. Dat zijn geen zachte begrippen. Dat zijn staatsdragende principes. De heiligste Surinamer? Wanneer men spreekt over ā€œZalig pater Petrus Nobertus Donders, de heiligste Surinamerā€, Dan is dat geen claim van bloedlijn. Het is een morele typering. En misschien, wanneer zijn heiligverklaring werkelijkheid wordt, zal Suriname niet alleen een heilige eren, maar zichzelf spiegelen.Ā  De devotie leeft. De herinnering blijft. De morele getuigenis is consistent. Tussen slavernij en emancipatie. Tussen koloniale breuk en republikeinse hoop. Wanneer dat moment komt, zal de wereld spreken over een Surinaamse missionaris. Suriname zal spreken over een kondreman die hier zijn roeping vervulde. Hier stierf. Hier begraven ligt. Henk Doelwijt

Zalig Petrus Donders de heiligste Surinamer Read More Ā»

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiƫren