Onderwijs

Tweede druk van het boek Skoro verschenen

SKORO Tweede druk van het boek verschenen In 2018 gaf het Tori Collectief het boek Skoro uit. Deze publicatie wil de prestatiemotivatie bevorderen en jongeren aansporen om te leren, te lezen en hun talenten te ontwikkelen. Omdat deze boodschap nog altijd actueel is, heeft in verband met het aanstaande schooljaar Ā 2026-2027 herdruk plaatsgevonden. Met deze tweede druk krijgt Skoro opnieuw de kans om leerlingen, leerkrachten, ouders en andere betrokkenen bij het Surinaamse onderwijs te inspireren. Het boek SKORO is Kosteloos te lezen in de bibliotheek van de Website Volkshogeschool Educatiecampus van Stichting Prohumaniteit.

Tweede druk van het boek Skoro verschenen Read More Ā»

Mama Jennifer Simons Opo Joe Ai

Mama Jennifer Simons Opo Joe Ai Sranan na wan kondre nanga furu gudu. Dipi ini a busikondre, gowtu de wan sani di fu langa ten kaba, na wan fu den moro prenspari bron fu moni gi wi kondre. Ā  Dusun dusun sma e wroko gowtu san e yepi fu tya i hori wan prenspari pisi fu a ekonomia fu Sranan na hey. Ā  Ma baka a brenki fu a gowtu, wan dungru se e kibri. Ā  Wan grupu Busikondre kapten fu Brokopondo waka kon miti Stichting Pro Humaniteit bika den abi bigi pina nanga sari fu den san e psa ini den libi-presi. Ā  Den no wani tan tap den mofo moro. Ā  Den no e taki soso gi a yesi fu Busikondre sma. Ā  Den wani sori krin-krin san e psa ini den dorpu ini a gowtu-busi Ā  Ma a boskopu no de gi Marron wawan. Ā  Den e taki nanga ala Srananman en spesrutu nanga president Jennifer Simons nanga den tra tiri-man fu Sranan. Ā  A makti fu den boskopu de krin: Ā  No wan sma musu kan taki moro fara dati en no ben sabi san e psa ini a busikondre. Ā  Pro-Humaniteit arki den boskopu. Den fisiti-man ben kisi ala a okasi fu opo den ati, taki den ondrofeni y den sarii nanga den eigi wortu. Ā  Baka a taki na a kantoro fu Pro-Humaniteit, wan afvaardiging ben go na Brokopondo. Drape den ben de na wan krutu, pe buskundre sma ben taki, arki nanga prakseri makandra abra a notu san e broko en malengri a buskondre. Ā  Ini a busikondreĀ  gowtu-wroko e gro de fu de. Bruya lay. Wrokoman sondro papira fu dorose kondre, Brasjon, snesi-kondre, cuba e waka lontu e suku gowtu. Fufuru man, kiriman de na den midri. Kwik, cyanide, smokkel e pori aĀ  busi en a libi fu Srananman. Ā  Nanga Srananman, yu e feni tu Brazilianen, Sneisman, Guyanezen, Cubanen en sma fu tra kondre ini den gowtu-gebied.

Mama Jennifer Simons Opo Joe Ai Read More Ā»

Jaardag van Hare Excellentie

Jaardag van Hare Excellentie Rond de jongste verkiezingen, die drs. Jennifer Simons naar het presidentschap van de Republiek Suriname brachten, produceerde het Tori Collectief de documentaire: Jennifer Simons – De Sterkste Vrouw van Suriname Ā  Op 5 september 2026 vierde Hare Excellentie de President haar 73ste verjaardag. Dit bijzondere moment biedt een passende gelegenheid om deze documentaire opnieuw te vertonen. Ā  De productie belicht haar politieke levensweg, haar ontwikkeling tot de eerste vrouwelijke president van de Republiek Suriname. Met deze hervertoning brengt het Tori Collectief niet alleen een eerbetoon aan de jarige president, maar biedt het publiek ook de gelegenheid opnieuw kennis te nemen van de weg die zij heeft afgelegd en van haar betekenis voor de recente politieke geschiedenis van Suriname.

Jaardag van Hare Excellentie Read More Ā»

Zwart Geld Documentaire

Zwart Geld Stichting Pro-humaniteit heeft het initiatief genomen om verslag te doen over Zwart Geld als maatschappelijk en nationaal veiligheidsvraagstuk. United Security Professionals N.V. heeft dit onderzoek ondersteund vanuit haar betrokkenheid bij veiligheid, risicobeheersing en maatschappelijke bewustwording in Suriname. https://youtu.be/uMalYHUOzG4 Het Zwart Gat van Suriname Ā  Zwart geld is het Zwart Gat van Suriname.Aantrekkelijk voor wie dichtbij komt.Maar vernietigend voor alles wat eerlijk, rechtvaardig en transparant wil zijn. Ā  Een zwart gat zuigt materie, licht en energie naar binnen.Zwart geld doet in een samenleving iets vergelijkbaars.Het zuigt vertrouwen weg.Het verzwakt eerlijk bestuur.Het vervormt handel, politiek, rechtspraak en moraal. Ā  Stichting Pro-humaniteit heeft onderzoek geĆÆnitieerd om niet alleen te waarschuwen, maar vooral om te begrijpen.Hoe ontstaat zwart geld?Waarom blijft het bestaan?Wie profiteert ervan? Wie wordt erdoor beschadigd?En hoe kan Suriname uit de schaduw stappen? Ā Ā  Een zwart gat lijkt ver weg.Iets uit de wereld van sterren, planeten en natuurkunde.Maar als beeldspraak past het pijnlijk goed bij zwart geld. Ā  Een zwart gat trekt alles naar zich toe.Zelfs licht ontsnapt niet.Alles wat te dichtbij komt, wordt meegesleurd. Ā  Zwart geld werkt ook zo.Niet in de ruimte, maar in de samenleving.Niet met zwaartekracht, maar met verleiding.Met macht.Met angst.Met afhankelijkheid. Ā  Het begint zelden openlijk.Het komt niet binnen met een bord waarop staat: ā€œIk ben misdaadgeld.ā€Het verschijnt als investering.Als sponsoring.Als snelle rijkdom.Als mooi gebouwen.Als dure auto’s.Als feestenAls hulp.Als kans. Ā  Maar achter die glans kan duisternis schuilgaan. Wie goed kijkt, ziet de gevolgen.Corruptie.Ongelijkheid.Macht zonder verantwoording.Angst om te spreken.Mensen die afhankelijk worden van gunsten.En burgers die zich afvragen:waarom zou ik nog eerlijk werken, als oneerlijk geld sneller vooruitkomt? Ā  Dat is het gevaar van zwart geld.Het ondermijnt niet alleen de economie.Het ondermijnt het geloof in rechtvaardigheid. Ā  Zwart geld heeft aantrekkingskracht.Het geeft snel gewin.Snelle status.Snelle invloed.Snelle toegang. Ā  Het trekt ondernemers aan.Tussenpersonen.Ambtenaren.Politici.Jongeren.Zelfs mensen die eerst dachten dat zij alleen maar een kans grepen. Ā  Maar wie eenmaal in dat krachtveld zit, komt er moeilijk uit.Men raakt verstrikt in geheimen, schulden, loyaliteiten, dreigementen en wederdiensten.Wat eerst voordeel leek, wordt afhankelijkheid.Wat eerst een kans leek, wordt een keten. Ā  Zoals een zwart gat groeit door alles wat het opslokt, zo groeit zwart geld door fraude, smokkel, corruptie, belastingontduiking, witwassen en criminele winsten.Elke zwakke controle maakt het groter.Elke omgekochte handtekening maakt het sterker.Elke gesloten mond maakt het gevaarlijker. Ā  En zo ontstaat een systeem waarin de schaduw sterker wordt dan het licht. Zwart geld is geen gewoon geld.Het is geld dat macht zoekt.Geld dat stilte koopt.Geld dat vertrouwen vernietigt. Ā  De vraag is niet alleen: waar komt het geld vandaan?De vraag is: wat doet het met Suriname? Ā  Ā  Overlevingsgeld, Grijs Geld en Crimineel Geld Ā  Niet elk informeel geld is crimineel Wie over zwart geld spreekt, moet voorzichtig zijn.Niet alle geld buiten het formele systeem is meteen crimineel.Suriname kent armoede.Lage lonen.Hoge prijzen.Werkloosheid.Onzekerheid.Bureaucratie.En gezinnen die elke dag moeten overleven. Ā  Daarom moet er onderscheid worden gemaakt.Niet om zwart geld goed te praten.Maar om rechtvaardig te blijven. Ā  Er zijn minstens drie lagen. Ā  De eerste laag is overlevingsgeld Overlevingsgeld is het geld van kleine handelaren, marktverkopers, taxichauffeurs, kappers, bouwvakkers, reparateurs, schoonmakers, landbouwers, bijlesgevers en mensen die na werktijd nog iets erbij doen. Ā  De moeder die verkoopt om haar kinderen te voeden.De jongeman die naast zijn baan taxi rijdt.De leerkracht die bijlessen geeft.De arbeider die in het weekend klust. Ā  Dat geld is niet hetzelfde als drugsgeld of corruptiegeld.Het is vaak een noodoplossing.Een reactie op een economie die te weinig zekerheid biedt. Ā  Wie armoede bestrijdt door alleen te straffen, begrijpt Suriname niet.Veel mensen kiezen de informele economie niet uit luxe.Zij doen het omdat hun officiĆ«le inkomen niet genoeg is. Ā  Maar er is ook een tweede laag. Ā  Grijs geld Grijs geld beweegt tussen legaal en illegaal.Contante betalingen zonder bon.Dubbele boekhouding.Onderfacturering.Informele valutahandel.Onduidelijke importconstructies.Goudhandel zonder duidelijke herkomst.Politieke donaties zonder transparantie.Vastgoed waarvan niemand precies weet wie het financiert. Ā  Grijs geld lijkt soms normaal.Maar juist daarin schuilt het gevaar.Want het opent de deur voor grotere vormen van misbruik. Ā  Crimineel geld Ā Crimineel geld komt uit drugshandel, corruptie, smokkel, illegale mijnbouw, fraude, illegale houtkap, mensenhandel en georganiseerde criminaliteit. Ā  Dit geld zoekt altijd een ingang in de gewone economie.Via winkels.Transportbedrijven.Bouwprojecten.Casino’s.Goudopkoop.Horeca.Vastgoed.Politieke campagnes.Soms zelfs via liefdadigheid. Ā  Zo wordt misdaadgeld eerst sociaal gewassen.Daarna pas financieel witgewassen. Ā  Het probleem in Suriname is dat overlevingsgeld, grijs Geld en crimineel geld elkaar kunnen besmetten.De kleine burger die hosselt om te overleven, is niet hetzelfde als de grote witwasser.Maar als de staat geen duidelijke grens trekt, wordt alles langzaam ā€œgewoonā€. Ā  Geen bon.Geen belasting.Geen controle.Geen vragen. Ā  En dan wordt de nood van de kleine man gebruikt als rookgordijn voor de roof van de grote speler. Ā  Suriname mag daarom niet blind criminaliseren.Maar Suriname mag ook niet blind wegkijken. Ā  Zwart Geld als Veiligheidsvraagstuk Suriname bekijkt veiligheid vaak te smal.Bij veiligheid denken we aan politie.Aan criminaliteit.Aan wapens.Aan grensbewaking.Aan drugsbestrijding.Aan gevangenissen. Ā  Maar veiligheid is veel breder. Een samenleving is pas veilig wanneer burgers hun overheid kunnen vertrouwen.Wanneer ondernemers eerlijk kunnen werken.Wanneer jongeren geloven dat studie, discipline en arbeid zin hebben.Wanneer rechtspraak betrouwbaar is.Wanneer geldstromen controleerbaar zijn.Wanneer publieke functies niet worden misbruikt voor particuliere belangen. Ā  Zwart geld is daarom geen gewoon financieel probleem.Het is een nationaal veiligheidsvraagstuk.Een moreel veiligheidsvraagstuk.Een maatschappelijk veiligheidsvraagstuk. Ā  Zwart geld verstoort eerlijke concurrentie.Eerlijke ondernemers kunnen niet op gelijke voet concurreren met mensen die belasting ontwijken, illegaal kapitaal gebruiken of bescherming kopen. Ā  Zwart geld ondermijnt de staatskas.Wanneer grote geldstromen buiten registratie blijven, verliest de overheid inkomsten.Dan is er minder geld voor onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur, politie, justitie en sociale bescherming. Ā  Waar publieke diensten zwak blijven, vertrouwen burgers de staat minder.En omdat burgers de staat minder vertrouwen, zoeken zij opnieuw hun toevlucht tot informele oplossingen. Ā  Zo ontstaat een vicieuze cirkel. Ā Zwart geld vervormt ook de politiek.Als politieke partijen geld nodig hebben voor campagnes, transport, media, vlaggen, shirts, podia en mobilisatie, ontstaat er ruimte voor verborgen financiers. Ā  Die financiers geven zelden zonder verwachting.Zij willen later toegang.Vergunningen.Grond.Concessies.Benoemingen.Bescherming.Contracten.Invloed. Ā  Dan wordt zwart geld politieke macht.Niet de kiezer krijgt de toegang, maar de

Zwart Geld Documentaire Read More Ā»

Keti Koti 2026

Keti Koti 2026 De geest van het verleden Ā ā€œHet woord slavernij komt nergens voor in de annalen van de geschiedenis van De Nederlandsche Bank,ā€ stelde historicus Karwan Fatah Black. De bank kijkt door een Nederlandse bril, zeggen velen. De geschiedenis van Suriname is niet geschreven in cijfers, doch in bloed en ketens. De financiĆ«le wortels van onze afhankelijkheid reiken terug tot 1667, toen Abraham Crijnssen voet aan wal zette in Suriname. De Geoctroyeerde West-Indische Compagnie verhief zich tot eigenaar van de kolonie, een onderneming gehuld in meedogenloosheid. Slavernij was geen fout van de geschiedenis, maar een bouwsteen van het systeem. Met de oprichting van de Geoctrooieerde SociĆ«teit van Suriname in 1683 werd deze macht verder verstevigd. Zelfs toen de West-Indische Compagnie in 1863 werd opgeheven en de Nederlandsche Bank ontstond, bleef het financiĆ«le geheel van belemmerende bepalingen en maatregelen bestaan. Van plantage tot platform Ā Na de afschaffing van de slavernij werd CuraƧao een spil in het koloniale netwerk. Via bedrijven als de CuraƧaose Handelmaatschappij kortweg CHM genoemd, later Ceteco, werden de koloniĆ«n met economische touwen aan elkaar gebonden. Deze CHM geboren in de nadagen van het koloniale tijdperk, was een economische spil onder Nederlands toezicht en speelde een belangrijke rol in de handel en industriĆ«le ontwikkeling van de Nederlandse Antillen, met name CuraƧao. Ze hield zich bezig met import, export, scheepvaart, olieproducten en allerlei commerciĆ«le activiteiten, een ware koopliedenmachine in tropenzonlicht gehesen. Na de Tweede Wereldoorlog werd het koloniaal systeem geherstructureerd. Showroomwinkels, ontwikkelingshulp met strikte clausules, ingenieursbureaus, alles rook naar afhankelijkheid. De militaire coup van 1980 gooide roet in het eten, maar de netwerken bleven. Tot op de dag van vandaag zijn de structuren van economische overheersing niet verdwenen. Ze hebben enkel een nieuwe vorm aangenomen. De onzichtbare ketting van AI als koloniale kracht Vandaag liggen er geen slavenschepen meer op de Surinamerivier. Maar er is een digitale vloot, algoritmen, apps, sensoren, servers. En opnieuw zijn wij gebruikers, geen eigenaren maar velddienaren in het digitale domein. Onze data, wie we zijn, wat we voelen, waar we gaan wordt verzameld, verwerkt en verkocht. Zoals eens onze arbeid op plantages werd geĆ«xploiteerd, zo wordt nu onze digitale aanwezigheid uitgewonnen. Wat is het verschil tussen een plantage en een platform, als jij werkt en een ander de opbrengst krijgt? De slavernij van toen wordt nu herhaald via digitale paden. Toestemming wordt verkregen via gebruiksvoorwaarden, niet via zweepslagen. Maar de essentie blijft: verlies van controle. AI: vriend of vijand? Ā ArtificiĆ«le Intelligentie heeft voordelen: EfficiĆ«ntie in werkprocessen, verbeterde gezondheidszorg, gepersonaliseerd onderwijs maar ook nadelen: banenverlies, privacy-schending, creativiteitsverstikking en discriminatie via data. AI is als een mes: nuttig in de handen van een kok, dodelijk in de handen van een roofridder. De vraag is: Wie hanteert het? En in wiens belang? AI en spionage het oog dat nooit slaapt Ā Spionage is geĆ«volueerd. Geen microfoons meer verborgen in een kast, maar algoritmen die e-mails lezen, zoekopdrachten analyseren en gedrag voorspellen. AI spioneert sneller dan elke James Bond. Grootmachten gebruiken deze technologie om invloed uit te oefenen, ook op kleine landen. Suriname lijkt misschien onbelangrijk, maar onze data is goud waard: politieke voorkeuren, mijnbouwgegevens, contracten. Wie data bezit, bezit macht. Suriname is een datakolonie geworden. Digitale afhankelijkheid de nieuwe slavernij Ā We worden opnieuw onderworpen, niet met kettingen van ijzer, maar met codes en schermen. AI-systemen worden getraind op onze data, maar gebouwd met buitenlands kapitaal. Onze kinderen gebruiken gratis apps die hun gedrag leren. Onze regeringen kopen ‘slimme’ systemen van buitenlandse Tech bedrijven. Onze stem in de Verenigde Naties, onze politiek, ons bankverkeer, onze communicatie, allemaal onder indirecte controle van digitale systemen die we niet begrijpen. Wat kunnen wij doen? Ā Onderwijs hervormen, van lezen en schrijven naar coderen en begrijpen. Data beschermen, onze informatie is nationale rijkdom. Wetten opstellen, digitale grenzen zijn even belangrijk als fysieke. Bewustzijn kweken, alleen wie begrijpt, kan zich verdedigen. De vrijheid bewaren Vrijheid is geen geschenk. Het is een vuur dat steeds opnieuw gevoed moet worden. Slavernij is niet alleen iets van het verleden, het is een vorm die steeds verandert. Van ketting naar code. Van zweep naar algoritme. De toekomst van Suriname hangt niet af van technologie, maar van de geest waarmee we haar gebruiken. Laat ons bouwen aan een AI die ons dient, niet overheerst. Laat ons kinderen onderwijzen, niet conditioneren. En bovenal: laat ons nooit vergeten wie we zijn. https://youtu.be/ZJTd4P_yfSo

Keti Koti 2026 Read More Ā»

Achter ieder straatbeeld schuilt een levensverhaal

Achter ieder straatbeeld schuilt een levensverhaal De verslaafde, de zwerver, de verwarde mens, de dakloze en de thuisloze worden in het dagelijks spraakgebruik vaak op ƩƩn hoop gegooid. Zij worden gezien als mensen die het straatbeeld ontsieren, overlast veroorzaken en ā€œvan de straat gehaaldā€ moeten worden. Ā  Maar wie dieper kijkt, ziet dat achter elk gezicht een ander levensverhaal schuilgaat. Niemand wordt zomaar zwerver. Niemand raakt zomaar verslaafd. Niemand kiest zonder reden voor een bestaan van vuil, honger, gevaar, vernedering en onzekerheid. Ā  Deze mensen hebben onderweg in de trein van hun leven schade opgelopen. Sommigen zijn getekend door trauma, anderen door drugs, alcohol, armoede, huiselijk geweld, geestelijke ontregeling, familieruzies, verlies, ziekte, ouderdom, eenzaamheid of overheidsfalen. Hun straatbestaan is vaak niet het begin van het probleem, maar het zichtbare eindpunt van een lange keten van persoonlijke, sociale en maatschappelijke breuken. Ā  Daarom is het verkeerd om al deze mensen in ƩƩn tehuis onder te brengen en te denken dat daarmee het probleem is opgelost. Een opvangcentrum zonder onderscheid, diagnose en deskundige begeleiding wordt al gauw een opslagplaats van menselijke ellende. Het haalt mensen misschien tijdelijk uit het straatbeeld, maar herstelt hun leven niet. Ā  Niet iedereen heeft hetzelfde probleem De grote fout in veel benaderingen is dat men spreekt over ā€œde zwerversā€ alsof het om ƩƩn soort mensen gaat. Dat is niet zo. De ene persoon is verslaafd. De andere is psychisch ziek. Een derde is oud en verlaten. Een vierde is door huiselijk geweld gevlucht. Een vijfde is uit detentie gekomen en heeft geen netwerk meer. Een zesde is door schulden, werkloosheid of woningnood op straat beland. Ā  Wie deze groepen door elkaar plaatst, creĆ«ert nieuwe problemen. Een mishandelde vrouw hoort niet tussen agressieve verslaafden. Een psychiatrische patiĆ«nt hoort niet zonder begeleiding in een gewone slaapzaal. Een zieke oudere heeft geen strafregime nodig, maar zorg. Een weggelopen jongere mag niet tussen geharde straatfiguren terechtkomen. Ā  De eerste vraag moet daarom niet zijn: hoe halen wij deze mensen zo snel mogelijk van de straat? De eerste vraag moet zijn: wie is deze mens, wat is er gebeurd en welke hulp is werkelijk nodig? Ā  Verslaving vraagt om behandeling Een grote groep bestaat uit mensen die door drugs- of alcoholgebruik hun grip op het leven zijn kwijtgeraakt. Verslaving wordt vaak gezien als zwakte of slechte wil. Maar daarachter liggen vaak diepere oorzaken: pijn, trauma, verlies, uitzichtloosheid, groepsdruk, psychische nood of jarenlange sociale verwaarlozing. Ā  Deze groep heeft meer nodig dan een bed en een bord eten. Nodig zijn verslavingsartsen, psychologen, verslavingscounselors, maatschappelijk werkers, ervaringsdeskundigen, activiteitenbegeleiders en nazorgwerkers. Zonder behandeling, structuur en nazorg is terugval vrijwel onvermijdelijk. Ā  Psychische nood vraagt om psychiatrische zorg Een andere groep bestaat uit mensen met ernstige psychische problemen: psychoses, depressie, angststoornissen, trauma, verwardheid of andere geestelijke aandoeningen. Sommigen zijn door familie opgegeven, anderen zijn weggelopen of jarenlang onbehandeld gebleven. Ā  Deze mensen horen niet zomaar in een algemeen opvangtehuis. Zij hebben psychiatrische begeleiding nodig van psychiaters, psychologen, psychiatrisch verpleegkundigen, sociaalpsychiatrisch werkers, medicatiebegeleiders en crisisinterventieteams. Ā  Zonder deskundigheid kan hun situatie escaleren. Wie met deze groep werkt, moet verstand hebben van de-escalatie, medicatie, crisisopvang, suĆÆciderisico en langdurige begeleiding. Ā  Trauma vraagt om veiligheid en vertrouwen Er zijn ook mensen die door diepe innerlijke beschadiging op straat zijn beland. Zij hebben geweld, misbruik, huiselijke terreur, vernedering, verlies, verwaarlozing of langdurige afwijzing meegemaakt. Hun gedrag lijkt soms moeilijk of onaangepast, maar daaronder zit vaak een mens die het vertrouwen in anderen kwijt is. Ā  Voor deze groep zijn traumapsychologen, maatschappelijk werkers, vertrouwenspersonen, pastorale begeleiders, familiebegeleiders en hulpverleners met kennis van huiselijk geweld nodig. Zij hebben geen harde hand nodig, maar veiligheid, geduld, respect en herstel van eigenwaarde. Ā  Wie trauma niet begrijpt, ziet alleen lastig gedrag. Wie trauma wel begrijpt, ziet een mens die beschermd en stap voor stap hersteld moet worden. Ā  Armoede, schulden en werkloosheid Niet alle dak- en thuislozen zijn verslaafd of psychisch ziek. Sommigen zijn op straat beland door armoede, schulden, woningnood, verlies van inkomen of werkloosheid. Zij hadden misschien ooit een baan, een gezin, een kamer of een eenvoudig bestaan, maar verloren stap voor stap hun bestaanszekerheid. Ā  Deze groep heeft vooral praktische sociale begeleiding nodig: hulp bij identiteitsdocumenten, werk, inkomen, huisvesting, familiecontact en herintegratie. Daarvoor zijn maatschappelijk werkers, schuldhulpverleners, budgetbegeleiders, arbeidsbemiddelaars, woonbegeleiders en administratieve krachten nodig. Ā  Bij deze mensen ligt de oplossing niet in langdurige opname, maar in herstel van zelfstandigheid. Ā  Jongeren moeten apart worden beschermd Een aparte en zeer kwetsbare groep bestaat uit jongeren. Sommigen lopen weg van huis, komen uit gebroken gezinnen of zijn slachtoffer van verwaarlozing, mishandeling, misbruik, groepsdruk of verkeerde vriendenkringen. Ā  Jongeren die op straat blijven, lopen groot gevaar. Zij kunnen terechtkomen in drugsgebruik, criminaliteit, seksuele uitbuiting, bendevorming of blijvende maatschappelijke ontsporing. Ā  Daarom moeten jongeren apart worden opgevangen. Nodig zijn jeugdhulpverleners, orthopedagogen, schoolmaatschappelijk werkers, jeugdpsychologen, mentoren, sportbegeleiders, vaktrainers en familiebegeleiders. De nadruk moet liggen op opvoeding, onderwijs, discipline, sport, vaktraining, talentontwikkeling en herstel van familiebanden. Ā  Een jongere moet niet worden opgeborgen. Een jongere moet worden teruggewonnen. Ā  Ouderen, zieken en mensen met een beperking Ook ouderdom, ziekte of een lichamelijke of verstandelijke beperking kan mensen op straat doen belanden. Soms is er geen familie meer. Soms is de familie overbelast. Soms ontbreken inkomen, zorg of passende huisvesting. Ā  Deze groep vraagt niet om correctie, maar om zorg. Nodig zijn verpleegkundigen, verzorgenden, artsen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, voedingsdeskundigen, maatschappelijk werkers en mantelzorgcoƶrdinatoren. Ā  Hun opvang moet gericht zijn op rust, hygiĆ«ne, voeding, medicatie, lichamelijke verzorging en waardigheid. Ā  Vrouwen en slachtoffers van geweld Vrouwen, meisjes en andere kwetsbare personen die door huiselijk geweld, misbruik, verstoting of bedreiging op straat terechtkomen, hebben beschermde opvang nodig. Zij mogen niet in een algemene gemengde opvang worden geplaatst waar zij opnieuw slachtoffer kunnen worden. Ā  Voor deze groep zijn maatschappelijk werkers, psychologen, juridische begeleiders, crisisopvangmedewerkers, vertrouwenspersonen, beveiligers en familiebemiddelaars nodig. Veiligheid staat hier voorop: eerst bescherming, daarna herstel. Ā  Ex-gedetineerden zonder netwerk Een andere groep bestaat uit mensen die uit detentie komen en nergens naartoe kunnen. Zonder woning, werk, familie,

Achter ieder straatbeeld schuilt een levensverhaal Read More Ā»

Dak- en thuislozen in Suriname

Dak- en thuislozen in Suriname Barmhartigheid alleen is niet genoeg Het dak- en thuislozenprobleem speelt al jaren in Suriname. Het is geen nieuw verschijnsel en ook geen probleem dat van de ene dag op de andere is ontstaan. Opeenvolgende regeringen hebben op verschillende momenten geprobeerd om deze heuse maatschappelijke noodsituatie tegen te gaan. Soms gebeurde dat via tijdelijke opvang. Soms via voedselverstrekking. Soms via religieuze en particuliere initiatieven. Soms via plannen voor opvang buiten Paramaribo. En soms via pogingen om mensen te resocialiseren.   Nieuwe aandacht onder de regering-Simons   De regering-Simons-Rusland heeft aandacht voor de steeds verslechterde toestand van deze groep landgenoten. Binnen deze bestuurlijke context wordt het vraagstuk niet langer alleen gezien als een sociaal probleem, maar ook als een veiligheids-, gezondheids-, woon- en menswaardigheidsvraagstuk. Dat is van betekenis, omdat het dak- en thuislozenvraagstuk niet los kan worden gezien van veiligheid, openbare orde, volksgezondheid, maatschappelijke rust en menselijke waardigheid. Veiligheidsadviseur ( oud-commissaris van Politie Omar Terborg ) trekt daarbij de kar.   Veel organisaties, maar weinig gezamenlijke regie   Er zijn in Suriname tientallen instituten, organisaties, kerkgenootschappen, stichtingen, serviceclubs en individuele burgers die zich op hun manier ontfermen over deze minbedeelden. Men brengt eten. Men deelt kleding uit. Men biedt soms tijdelijk onderdak. Men probeert een zieke naar de dokter te brengen. Men bidt, helpt, troost en ondersteunt. Dat is waardevol. Het toont dat Surinamers barmhartig zijn. Maar het toont ook de zwakte van de aanpak. Iedereen trekt zijn eigen kar. Individualisme speelt hoogtij. Structurele samenwerkingsvormen ontbreken te vaak.   Het ontbreken van een nationale benadering   Wat ontbreekt, is een uniforme nationale benadering. Er is geen vaste keten waarin registratie, opvang, medische zorg, geestelijke verzorging, verslavingszorg, scholing, werkbegeleiding en nazorg logisch op elkaar aansluiten. De ene organisatie doet dit. De andere doet dat. De ene stichting heeft ervaring met verslaafden, de andere met ex-gedetineerden, weer een andere met voedselhulp of tijdelijke opvang. Maar zonder gezamenlijke regie blijft veel werk hangen in goede bedoelingen.   Te weinig onderzoek en betrouwbare cijfers   Een ander knooppunt is het ontbreken van kloppende informatie. Er zijn onvoldoende betrouwbare statistieken. Er is te weinig diepgaand onderzoek naar de omvang, achtergronden en categorieën binnen de dak- en thuislozenpopulatie. Hoeveel mensen leven werkelijk op straat? Hoeveel zijn verslaafd? Hoeveel hebben psychische problemen? Hoeveel zijn oud, ziek of verlaten? Hoeveel zijn ex-gedetineerd? Hoeveel kunnen met begeleiding terug naar werk? Hoeveel hebben permanente zorg nodig? Zonder zulke gegevens blijft beleid wankel.   Nattevingerwerk is geen beleid   De aanpak van het probleem heeft over het algemeen te veel karakter van nattevingerwerk. Men ziet mensen op straat, men voelt maatschappelijke druk, men zoekt snel een plek, men regelt wat eten en bedden, en men noemt dat opvang. Maar opvang zonder diagnose is geen rehabilitatie. Een gebouw zonder zorgsysteem is geen oplossing. Een terrein buiten Paramaribo zonder deskundig personeel is geen hersteltraject.   Stichting De Stem als ervaringsbron   Het hiernavolgende verslag is mede gebaseerd op informatie verkregen van Stichting De Stem. Deze stichting maakt zich in de achter ons liggende drie decennia intensief en continu sterk voor de opvang en begeleiding van dak- en thuislozen. Juist zulke instellingen beschikken over ervaringskennis die in Suriname niet lichtvaardig terzijde mag worden geschoven. Zij hebben niet alleen over het probleem gesproken; zij hebben het jarenlang van dichtbij gezien. Zij kennen de geur van verwaarlozing. Zij kennen de taal van verslaving. Zij kennen de terugval na een korte verbetering. Zij kennen de wanhoop van familieleden. Zij kennen de agressie van ontregeling. Zij kennen de kwetsbaarheid van ziekte. Maar zij kennen ook de ontroerende momenten waarop iemand langzaam weer mens onder de mensen wordt. Zij zijn, op dit stuk, ervaringsdeskundigen bij uitstek.   Surinaamse barmhartigheid als kracht   Het dak- en thuislozenprobleem heeft Suriname iets belangrijks geleerd: Surinamers zijn barmhartig. Er zijn altijd mensen geweest die eten brengen, kleding geven, een matras regelen, een busrit betalen, een tijdelijk onderkomen zoeken of spontaan hulp aanbieden. Dat is niet gering. Dat is de zachte kracht van onze samenleving. Het bewijst dat het hart van de samenleving nog klopt.   Een goed hart alleen is niet genoeg   Maar het probleem heeft ons ook iets anders geleerd: een goed hart alleen is niet voldoende om de negatieve gang van zaken te keren. Barmhartigheid is noodzakelijk, maar niet genoeg om de koe bij de horens te vatten. Wie dak- en thuisloosheid werkelijk wil aanpakken, moet verder gaan dan incidentele hulp, noodopvang en goede bedoelingen. Een bord eten is belangrijk. Een dak boven het hoofd is belangrijk. Een schoon bed is belangrijk. Maar rehabilitatie vraagt veel meer dan dat. Rehabilitatie vraagt meer dan onderdak Om te rehabiliteren is er niet alleen een dak boven het hoofd nodig. Er is voeding nodig, maar ook verpleging. Er is lichamelijke verzorging nodig, maar ook geestelijke verzorging. Er is begeleiding nodig, maar soms ook bewaking. Er is scholing nodig. Er is opleiding nodig. Er is werkgelegenheid nodig. Er is dagstructuur nodig. Er is medische controle nodig. Er is psychologische ondersteuning nodig. Er is verslavingszorg nodig. Er is administratie nodig. Er is familieonderzoek nodig. Er is nazorg nodig. Wie mensen werkelijk wil helpen terugkeren naar de samenleving, moet niet alleen vragen: waar kunnen wij hen plaatsen? De echte vraag is: hoe kunnen wij hen herstellen?   Meer dan drugsverslaving alleen   Te vaak wordt het dak- en thuislozenvraagstuk versmald tot drugsverslaving. Drugs spelen in veel gevallen inderdaad een grote rol. Langdurig drugsgebruik sloopt lichaam en geest. Het tast de gezondheid aan, breekt het karakter af, vernietigt familiebanden, ondermijnt arbeidsgeschiktheid en maakt zelfstandigheid steeds moeilijker.   Maar het is in de meeste gevallen niet alleen drugsverslaving. Bij deze categorie landgenoten spelen onderliggende zaken een belangrijke rol.   De onderliggende oorzaken   Bij dak- en thuislozen spelen vaak meerdere problemen tegelijk. Denk aan tanende gezondheid, psychische ontregeling, ouderdom, armoede, trauma, verlatenheid, familieruzies, huiselijk geweld, schulden, schaamte, gebrek aan papieren, verlies van werk, verlies van woning en verlies van geloof in zichzelf. Velen zijn niet plotseling op straat beland. Zij zijn langzaam afgezakt. Eerst

Dak- en thuislozen in Suriname Read More Ā»

Straatvervuiling een beschavingskwestie

Straatvervuiling: een beschavingskwestie ā€œUma sma en du bun ogri, mannegre nomo e tyar a nen.ā€ Vrouwen doen goed en kwaad, maar vaak draagt de mannennaam de schuld. Dat oude kasekolied raakt aan een dieper maatschappelijk verschijnsel: degene die zichtbaar is, krijgt vaak de schuld. Degene die zwak staat, wordt gemakkelijk aangewezen. Degene die geen stem heeft, wordt het gezicht van een probleem dat in werkelijkheid veel groter, breder en ingewikkelder is. Zo is het ook met de verloedering van Paramaribo en andere delen van Suriname. Ā  Complex maatschappelijk probleem Via de media werd recent bij monde van Omar Terborg, veiligheidsadviseur van president Jennifer Simons en oud-commissaris van politie, vernomen dat de regering het dak- en thuislozenvraagstuk structureler wil aanpakken. Volgens de berichtgeving gaat het om een complex maatschappelijk probleem dat vraagt om samenwerking tussen verschillende ministeries en organisaties. Ā Ā  Ā  Dat de regering dit vraagstuk opnieuw op de agenda plaatst, is belangrijk. Het beeld van dak- en thuislozen, verslaafden en geestelijk verwarde personen in het straatbeeld is immers niet langer te ontkennen. Maar juist daarom moeten wij voorzichtig zijn. Want wanneer een maatschappelijk probleem politiek geladen wordt benaderd, ontstaat al snel het gevaar dat men vooral het zichtbare ongemak wil verwijderen, zonder de diepere oorzaken werkelijk aan te pakken. Toerismereclame bezijdens de waarheid Wie vandaag door bepaalde straten, bermen en openbare plekken loopt, ziet een pijnlijke werkelijkheid. Onverzorgde hoeken. Vuil langs de weg. Stinkende afvalhopen. Verwaarloosde gebouwen. Pishok. Bermen die niet meer als publieke ruimte voelen, maar als vergeten plekken. Het beeld dat zich aandient, past niet bij het paradijs dat in toerismereclame wordt opgehemeld. Ā  Suriname wordt graag gepresenteerd als groen, gastvrij, kleurrijk en natuurlijk. En dat is Suriname ook. Maar wie eerlijk kijkt, ziet daarnaast een andere werkelijkheid: vervuiling, nalatigheid, wanorde en een groeiend gebrek aan zorg voor de publieke ruimte. Die werkelijkheid mogen wij niet langer wegpraten. Ā  Wie krijgt de schuld? In vraaggesprekken met willekeurige burgers, verspreid over jaren, wordt in negen van de tien gevallen een beschuldigende vinger gewezen naar zwervers, drugsverslaafden, geestelijk verwarde personen, dak- en thuislozen. Zij zouden de stad bevuilen. Zij zouden de overlast veroorzaken. Zij zouden het beeld van de hoofdstad ontsieren. Maar die beschuldiging is te gemakkelijk. Zij is onrechtvaardig en vaak ook onjuist. Ā  Natuurlijk zijn er problemen rond mensen die op straat leven. Natuurlijk is er sprake van overlast. Natuurlijk zijn er plekken waar de samenleving niet mag wegkijken van gevaar, vervuiling, verslaving en menselijk verval. Maar het is onjuist om de hele verloedering van de stad op deze groepen af te schuiven. Drager van de schuld van de samenleving. Wie een hond wil slaan, vindt licht een stok. Wie een zondebok zoekt, vindt altijd iemand die minder macht heeft, minder bescherming geniet en zich moeilijk kan verdedigen. De kwetsbare mens wordt dan niet alleen slachtoffer van armoede, verslaving, psychische nood of uitsluiting, maar ook drager van de schuld van de samenleving. Ā  Daarom is het goed dat Omar Terborg het vraagstuk niet uitsluitend als een politieprobleem of veiligheidsprobleem benoemt, maar als een complex maatschappelijk vraagstuk. Juist daarin ligt de kern. Het gaat niet alleen om mensen van de straat halen. Het gaat niet alleen om het schoonmaken van plekken waar toeristen, kinderen, ouderen en burgers dagelijks passeren. Het gaat om de vraag wat voor samenleving wij zijn geworden, hoe wij omgaan met publieke ruimte en hoe wij omgaan met mensen die buiten de normale orde zijn gevallen. Verwijdering of zelfs internering Het idee om overlastbezorgers van de straat te verwijderen is niet nieuw. Al decennia wordt in Suriname gesproken over opvang, afzondering, verwijdering of zelfs internering in districten. Ook in eerdere perioden is geprobeerd om het vraagstuk buiten het zicht van de hoofdstad te plaatsen. Maar telkens blijkt dat een probleem niet verdwijnt wanneer men de mens verplaatst. Ā  Een dak boven het hoofd is noodzakelijk, maar het is slechts een klein deel van het proces. Wie dakloos is, heeft vaak meer nodig dan onderdak. Er is specialistische hulp nodig. Er is medische zorg nodig. Er is psychische begeleiding nodig. Er is verslavingszorg nodig. Er is voeding nodig. Er is veiligheid nodig. Er is dagstructuur nodig. Er is werkgelegenheid nodig. Er is menselijke nabijheid nodig. Ā  Wie geestelijk verward is, moet niet alleen uit het straatbeeld verdwijnen, maar geholpen worden. Wie verslaafd is, heeft niet alleen politie nodig, maar behandeling. Wie dakloos is, heeft niet alleen opvang nodig, maar perspectief. En wie jarenlang buiten het gewone maatschappelijke verkeer heeft geleefd, keert niet zomaar terug met een bed, een bord eten en een bevel. Zonder duurzame resultaten Daarom moet bureaucratie ver uit de buurt blijven van menselijke nood. Er zijn in Suriname tientallen instanties, organisaties, diensten en personen die zich op de een of andere manier ontfermen over drugsverslaafden, daklozen, geestelijk kwetsbaren en mensen aan de rand van de samenleving. Velen van hen werken hard. Velen doen hun best. Velen verdienen waardering. Maar goede bedoelingen zijn niet genoeg als de aanpak versnipperd blijft, als niemand eindverantwoordelijkheid draagt en als projecten telkens beginnen met veel woorden maar eindigen zonder duurzame resultaten. Ā  De centrale vraag is daarom niet alleen: wat gaat de regering doen? Ā  De centrale vraag is ook: waarom zou het nu wel lukken? Ā  Het antwoord kan alleen liggen in een integrale aanpak. Niet in het wegduwen van mensen. Niet in het schoonvegen van straten voor het oog. Niet in tijdelijke acties die verdwijnen zodra de mediabelangstelling afneemt. Het antwoord ligt in samenwerking, deskundigheid, financiering, opvolging, registratie, begeleiding en volharding. Ā  Maar zelfs dan is het vraagstuk groter dan dak- en thuisloosheid alleen. Want Suriname wordt niet alleen ontsierd door mensen die op straat leven. Suriname wordt ook ontsierd door straatvuil in alle hoeken en gaten. Het is niet alleen zwerfvuil. Er vormen zich op steeds meer plekken stinkende afvalhopen. Soms in de buurt van woningen. Soms langs wegen. Soms bij markten. Soms bij verlaten gebouwen. Soms op plekken waar kinderen lopen, ouderen passeren en toeristen kijken. Ā  Dat is een nationale schande. Ā  En

Straatvervuiling een beschavingskwestie Read More Ā»

Ma

MA Mijn moeder,ik noem haar ma,omdat dat woord dichter bij mijn hart ligt.Moeder klinkt mooi,maar ma klinkt als thuis.   Zij droeg mijvoordat ik de wereld kende.Zij kende mijn huilen,mijn stilte,mijn lach.   Als kind leerde ik van haardat liefde niet altijd veel woorden heeft.Soms is liefde een bord eten,een bezorgde blik,een hand op mijn schouder.   Mijn ma was erin dagen van zonen in nachten van twijfel.Zij gaf mij krachtzonder zichzelf groot te maken.   Moederdag is één dag,maar ma leeft in elke dag.In mijn denken,in mijn stappen,in mijn manier van liefhebben.   Mijn moeder, mijn ma,de band tussen onsis niet gemaakt van woorden alleen.Zij is bloed, herinnering,gebed en dankbaarheid.   En zolang ik leef,draag ik iets van haar mee.Want ik ben haar kind,en zij blijft mijn ma.   HJD https://youtube.com/shorts/movS21SLo44

Ma Read More Ā»

De geschiedenis van arbeid in Suriname

Ideologische bevlogenheid De geschiedenis van arbeid in Suriname De geschiedenis van arbeid en vakbeweging in Suriname begint niet in Suriname alleen, maar in een veel oudere wereld van arbeid, gezag en afhankelijkheid. Lang voor Columbus de Atlantische verbinding tussen Europa en de Amerika’s openbrak, was arbeid in Europa en elders zelden een vrije overeenkomst tussen gelijke partijen. Ā  In middeleeuws Europa waren boeren afhankelijk van land en heer. In de steden reguleerden gilden de toegang tot ambachten, de lonen, de technieken en de arbeidsvoorwaarden. Daarnaast bestonden vormen van herendienst, dus onbetaalde of verplichte arbeid ten dienste van heer of staat. Arbeid was daarom vooral ingebed in orde, stand en gehoorzaamheid, en veel minder in individuele keuzevrijheid. Ā  Arbeid op zee en de Atlantische overtocht Toen de Atlantische wereld ontstond, verhuisde deze hiĆ«rarchische arbeidsorde mee naar zee. Aan boord van de schepen die naar de Nieuwe Wereld voeren, heerste een scherp afgebakende bevelsstructuur met bovenaan de kapitein of schipper, daarnaast waren er functies als, stuurman, bootsman, timmerman en kok. Ā  Deze maritieme arbeidswereld werd grimmiger in de trans-Atlantische slavenvaart. De oversteek duurde vaak rond de tachtig dagen. Mensen werden dicht opeengepakt zonder voldoende bewegingsruimte, ventilatie of water. Velen werden ziek en stierven. Het schip was dus niet alleen een transportmiddel, maar ook een drijvende ruimte van tucht, geweld en ontmenselijking. Afbeelding: Diagram van het slavenschip Brookes. Bron: Wikimedia Commons / British Library. Inheemse arbeid in Suriname Tegenover deze oude en harde arbeidswerelden stond in Suriname zelf een andere bestaansorde van de inheemse bevolking. Bij de inheemsen was arbeid oorspronkelijk niet opgebouwd rond loon, contract of plantagedwang, maar rond dorp, familie, rivier, jacht, visserij en kostgrond.Ā  Mannen jaagden, visten en kapten bos open voor kostgronden. Vrouwen plantten, sponnen garen, hangmatten en doekjes, weefden en maakten aardewerk. Arbeid was hier dus ingebed in gemeenschap en levensonderhoud en niet in een door de wereldmarkt gedreven regime van winstproductie. Slavernij en staatstoezicht Met de komst van de Europese kolonisator veranderde dat fundamenteel. De plantagekolonie maakte arbeid tot een instrument van export en gezag. De koloniale economie van Suriname rustte eeuwenlang op de arbeid van tot slaaf gemaakte Afrikanen. Toen Nederland de slavernij in 1863 formeel afschafte, werden de voormalige slaafgemaakten echter niet meteen volledig vrij. Zij moesten nog tien jaar onder staatstoezicht op de plantages blijven werken. Daarmee werd de slavernij juridisch beĆ«indigd, maar niet onmiddellijk sociaal en economisch opgeheven. De spanning tussen formele vrijheid en feitelijke dwang bleef dus bestaan, en precies daaruit zou later een belangrijk deel van de Surinaamse arbeidersgeschiedenis voortkomen. Afbeelding: Plantage in Suriname. Bron: Wikimedia Commons / Rijksmuseum. Contractarbeid en nieuwe arbeidsregimes Ā  Al voor de emancipatie ging het koloniale bestuur op zoek naar vervangende arbeidskrachten voor de plantage-economie. Er werden Chinese contractarbeiders voor arbeid in Suriname geworven. Daarna volgde op grote schaal immigratie uit Brits-IndiĆ«. Ook Javaanse contractarbeid werd een structurele pijler van het koloniale arbeidsbestel. Juridisch heette dit contractarbeid, maar sociaal bleef het een stelsel van zware afhankelijkheid, lage lonen, discipline en beperkte bewegingsvrijheid. Ā  De gruwel van het slaventransport Ā  Zelfs de reis naar Suriname droeg de stempel van die afhankelijkheid. Die overtocht was niet gelijk aan de gruwel van het slaventransport, maar zij was wel de voorruimte van een nieuw koloniaal arbeidsregime. De arbeider kwam niet als vrije actor een open arbeidsmarkt binnen, maar werd bij aankomst meteen over de plantages verdeeld. Daarmee ging Suriname niet rechtstreeks van slavernij naar vrije arbeid, maar via nieuwe vormen van gereguleerde en gecontroleerde arbeid. Afbeelding: Baba en Mai-monument in Groningen, Suriname. Bron: Wikimedia Commons Contractarbeid en nieuwe arbeidsregimes Ā  Na de emancipatie ging het koloniale bestuur op zoek naar vervangende arbeidskrachten voor de plantage-economie. Er werden Chinese contractarbeiders voor arbeid in Suriname geworven. Daarna volgde op grote schaal immigratie uit Brits-IndiĆ«. Ook Javaanse contractarbeid werd een structurele pijler van het koloniale arbeidsbestel. Juridisch heette dit contractarbeid, maar sociaal bleef het een stelsel van zware afhankelijkheid, lage lonen, discipline en beperkte bewegingsvrijheid. Ā  De gruwel van het slaventransport Zelfs de reis naar Suriname droeg de stempel van die afhankelijkheid. Die overtocht was niet gelijk aan de gruwel van het slaventransport, maar zij was wel de voorruimte van een nieuw koloniaal arbeidsregime. De arbeider kwam niet als vrije actor een open arbeidsmarkt binnen, maar werd bij aankomst meteen over de plantages verdeeld. Daarmee ging Suriname niet rechtstreeks van slavernij naar vrije arbeid, maar via nieuwe vormen van gereguleerde en gecontroleerde arbeid. Afbeelding: Anton de Kom. Bron: Wikimedia Commons. Doedel en De Kom Ā  In dezelfde jaren werden Louis Doedel en Anton de Kom symbolen van sociale weerbaarheid en van koloniale repressie. Doedel behoorde tot de eersten die in de jaren dertig de werkende bevolking probeerden te organiseren; in 1937 werd hij na een mislukte poging een petitie aan de gouverneur aan te bieden gearresteerd en in de psychiatrische inrichting Wolffenbüttel opgenomen. Anton de Kom, die in 1933 naar Suriname terugkeerde, wist met zijn charisma grote groepen arbeiders te mobiliseren; na de onrust van 1933 werd hij door het koloniale bestuur het land uitgewezen. De Surinaamse arbeidersbeweging groeide dus niet in de beschutting van het bestuur, maar in botsing ermee. Ā  Bauxietindustrie en moderne arbeider Een nieuwe fase in de arbeidsgeschiedenis brak aan met de opkomst van de bauxietindustrie. Ā  Met de exploitatie werd in 1916 een begin gemaakt; zes jaar later vond de eerste verscheping vanuit Moengo plaats en in 1937 nam bauxiet al 64 procent van de Surinaamse uitvoerwaarde voor zijn rekening. Ā  Tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide de sector explosief verder. Arbeidsonrust in Moengo in 1941 en 1942 leidde tot de vorming van de eerste mijnwerkersbonden, en in 1948 was de Surinaamse Mijnwerkers Unie, die de bonden van Moengo, Paranam en Billiton verenigde, met 2.200 leden veruit de grootste arbeidsorganisatie van het land. Hier werd de Surinaamse arbeider steeds meer een moderne industriĆ«le arbeider: geconcentreerd, collectief en strategisch georganiseerd. Afbeelding: Bauxietwinning in Moengo, ca. 1927-1931. Bron: Wikimedia Commons / Rijksmuseum. Institutionalisering van de arbeidsverhoudingen Ā  Vanaf de jaren veertig begon ook de institutionele verankering van de arbeidsverhoudingen. In

De geschiedenis van arbeid in Suriname Read More Ā»

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiƫren