CampusEditor1

Dak- en thuislozen in Suriname

Dak- en thuislozen in Suriname Barmhartigheid alleen is niet genoeg Het dak- en thuislozenprobleem speelt al jaren in Suriname. Het is geen nieuw verschijnsel en ook geen probleem dat van de ene dag op de andere is ontstaan. Opeenvolgende regeringen hebben op verschillende momenten geprobeerd om deze heuse maatschappelijke noodsituatie tegen te gaan. Soms gebeurde dat via tijdelijke opvang. Soms via voedselverstrekking. Soms via religieuze en particuliere initiatieven. Soms via plannen voor opvang buiten Paramaribo. En soms via pogingen om mensen te resocialiseren.   Nieuwe aandacht onder de regering-Simons   De regering-Simons-Rusland heeft aandacht voor de steeds verslechterde toestand van deze groep landgenoten. Binnen deze bestuurlijke context wordt het vraagstuk niet langer alleen gezien als een sociaal probleem, maar ook als een veiligheids-, gezondheids-, woon- en menswaardigheidsvraagstuk. Dat is van betekenis, omdat het dak- en thuislozenvraagstuk niet los kan worden gezien van veiligheid, openbare orde, volksgezondheid, maatschappelijke rust en menselijke waardigheid. Veiligheidsadviseur ( oud-commissaris van Politie Omar Terborg ) trekt daarbij de kar.   Veel organisaties, maar weinig gezamenlijke regie   Er zijn in Suriname tientallen instituten, organisaties, kerkgenootschappen, stichtingen, serviceclubs en individuele burgers die zich op hun manier ontfermen over deze minbedeelden. Men brengt eten. Men deelt kleding uit. Men biedt soms tijdelijk onderdak. Men probeert een zieke naar de dokter te brengen. Men bidt, helpt, troost en ondersteunt. Dat is waardevol. Het toont dat Surinamers barmhartig zijn. Maar het toont ook de zwakte van de aanpak. Iedereen trekt zijn eigen kar. Individualisme speelt hoogtij. Structurele samenwerkingsvormen ontbreken te vaak.   Het ontbreken van een nationale benadering   Wat ontbreekt, is een uniforme nationale benadering. Er is geen vaste keten waarin registratie, opvang, medische zorg, geestelijke verzorging, verslavingszorg, scholing, werkbegeleiding en nazorg logisch op elkaar aansluiten. De ene organisatie doet dit. De andere doet dat. De ene stichting heeft ervaring met verslaafden, de andere met ex-gedetineerden, weer een andere met voedselhulp of tijdelijke opvang. Maar zonder gezamenlijke regie blijft veel werk hangen in goede bedoelingen.   Te weinig onderzoek en betrouwbare cijfers   Een ander knooppunt is het ontbreken van kloppende informatie. Er zijn onvoldoende betrouwbare statistieken. Er is te weinig diepgaand onderzoek naar de omvang, achtergronden en categorieën binnen de dak- en thuislozenpopulatie. Hoeveel mensen leven werkelijk op straat? Hoeveel zijn verslaafd? Hoeveel hebben psychische problemen? Hoeveel zijn oud, ziek of verlaten? Hoeveel zijn ex-gedetineerd? Hoeveel kunnen met begeleiding terug naar werk? Hoeveel hebben permanente zorg nodig? Zonder zulke gegevens blijft beleid wankel.   Nattevingerwerk is geen beleid   De aanpak van het probleem heeft over het algemeen te veel karakter van nattevingerwerk. Men ziet mensen op straat, men voelt maatschappelijke druk, men zoekt snel een plek, men regelt wat eten en bedden, en men noemt dat opvang. Maar opvang zonder diagnose is geen rehabilitatie. Een gebouw zonder zorgsysteem is geen oplossing. Een terrein buiten Paramaribo zonder deskundig personeel is geen hersteltraject.   Stichting De Stem als ervaringsbron   Het hiernavolgende verslag is mede gebaseerd op informatie verkregen van Stichting De Stem. Deze stichting maakt zich in de achter ons liggende drie decennia intensief en continu sterk voor de opvang en begeleiding van dak- en thuislozen. Juist zulke instellingen beschikken over ervaringskennis die in Suriname niet lichtvaardig terzijde mag worden geschoven. Zij hebben niet alleen over het probleem gesproken; zij hebben het jarenlang van dichtbij gezien. Zij kennen de geur van verwaarlozing. Zij kennen de taal van verslaving. Zij kennen de terugval na een korte verbetering. Zij kennen de wanhoop van familieleden. Zij kennen de agressie van ontregeling. Zij kennen de kwetsbaarheid van ziekte. Maar zij kennen ook de ontroerende momenten waarop iemand langzaam weer mens onder de mensen wordt. Zij zijn, op dit stuk, ervaringsdeskundigen bij uitstek.   Surinaamse barmhartigheid als kracht   Het dak- en thuislozenprobleem heeft Suriname iets belangrijks geleerd: Surinamers zijn barmhartig. Er zijn altijd mensen geweest die eten brengen, kleding geven, een matras regelen, een busrit betalen, een tijdelijk onderkomen zoeken of spontaan hulp aanbieden. Dat is niet gering. Dat is de zachte kracht van onze samenleving. Het bewijst dat het hart van de samenleving nog klopt.   Een goed hart alleen is niet genoeg   Maar het probleem heeft ons ook iets anders geleerd: een goed hart alleen is niet voldoende om de negatieve gang van zaken te keren. Barmhartigheid is noodzakelijk, maar niet genoeg om de koe bij de horens te vatten. Wie dak- en thuisloosheid werkelijk wil aanpakken, moet verder gaan dan incidentele hulp, noodopvang en goede bedoelingen. Een bord eten is belangrijk. Een dak boven het hoofd is belangrijk. Een schoon bed is belangrijk. Maar rehabilitatie vraagt veel meer dan dat. Rehabilitatie vraagt meer dan onderdak Om te rehabiliteren is er niet alleen een dak boven het hoofd nodig. Er is voeding nodig, maar ook verpleging. Er is lichamelijke verzorging nodig, maar ook geestelijke verzorging. Er is begeleiding nodig, maar soms ook bewaking. Er is scholing nodig. Er is opleiding nodig. Er is werkgelegenheid nodig. Er is dagstructuur nodig. Er is medische controle nodig. Er is psychologische ondersteuning nodig. Er is verslavingszorg nodig. Er is administratie nodig. Er is familieonderzoek nodig. Er is nazorg nodig. Wie mensen werkelijk wil helpen terugkeren naar de samenleving, moet niet alleen vragen: waar kunnen wij hen plaatsen? De echte vraag is: hoe kunnen wij hen herstellen?   Meer dan drugsverslaving alleen   Te vaak wordt het dak- en thuislozenvraagstuk versmald tot drugsverslaving. Drugs spelen in veel gevallen inderdaad een grote rol. Langdurig drugsgebruik sloopt lichaam en geest. Het tast de gezondheid aan, breekt het karakter af, vernietigt familiebanden, ondermijnt arbeidsgeschiktheid en maakt zelfstandigheid steeds moeilijker.   Maar het is in de meeste gevallen niet alleen drugsverslaving. Bij deze categorie landgenoten spelen onderliggende zaken een belangrijke rol.   De onderliggende oorzaken   Bij dak- en thuislozen spelen vaak meerdere problemen tegelijk. Denk aan tanende gezondheid, psychische ontregeling, ouderdom, armoede, trauma, verlatenheid, familieruzies, huiselijk geweld, schulden, schaamte, gebrek aan papieren, verlies van werk, verlies van woning en verlies van geloof in zichzelf. Velen zijn niet plotseling op straat beland. Zij zijn langzaam afgezakt. Eerst

Dak- en thuislozen in Suriname Read More Ā»

Straatvervuiling een beschavingskwestie

Straatvervuiling: een beschavingskwestie ā€œUma sma en du bun ogri, mannegre nomo e tyar a nen.ā€ Vrouwen doen goed en kwaad, maar vaak draagt de mannennaam de schuld. Dat oude kasekolied raakt aan een dieper maatschappelijk verschijnsel: degene die zichtbaar is, krijgt vaak de schuld. Degene die zwak staat, wordt gemakkelijk aangewezen. Degene die geen stem heeft, wordt het gezicht van een probleem dat in werkelijkheid veel groter, breder en ingewikkelder is. Zo is het ook met de verloedering van Paramaribo en andere delen van Suriname. Ā  Complex maatschappelijk probleem Via de media werd recent bij monde van Omar Terborg, veiligheidsadviseur van president Jennifer Simons en oud-commissaris van politie, vernomen dat de regering het dak- en thuislozenvraagstuk structureler wil aanpakken. Volgens de berichtgeving gaat het om een complex maatschappelijk probleem dat vraagt om samenwerking tussen verschillende ministeries en organisaties. Ā Ā  Ā  Dat de regering dit vraagstuk opnieuw op de agenda plaatst, is belangrijk. Het beeld van dak- en thuislozen, verslaafden en geestelijk verwarde personen in het straatbeeld is immers niet langer te ontkennen. Maar juist daarom moeten wij voorzichtig zijn. Want wanneer een maatschappelijk probleem politiek geladen wordt benaderd, ontstaat al snel het gevaar dat men vooral het zichtbare ongemak wil verwijderen, zonder de diepere oorzaken werkelijk aan te pakken. Toerismereclame bezijdens de waarheid Wie vandaag door bepaalde straten, bermen en openbare plekken loopt, ziet een pijnlijke werkelijkheid. Onverzorgde hoeken. Vuil langs de weg. Stinkende afvalhopen. Verwaarloosde gebouwen. Pishok. Bermen die niet meer als publieke ruimte voelen, maar als vergeten plekken. Het beeld dat zich aandient, past niet bij het paradijs dat in toerismereclame wordt opgehemeld. Ā  Suriname wordt graag gepresenteerd als groen, gastvrij, kleurrijk en natuurlijk. En dat is Suriname ook. Maar wie eerlijk kijkt, ziet daarnaast een andere werkelijkheid: vervuiling, nalatigheid, wanorde en een groeiend gebrek aan zorg voor de publieke ruimte. Die werkelijkheid mogen wij niet langer wegpraten. Ā  Wie krijgt de schuld? In vraaggesprekken met willekeurige burgers, verspreid over jaren, wordt in negen van de tien gevallen een beschuldigende vinger gewezen naar zwervers, drugsverslaafden, geestelijk verwarde personen, dak- en thuislozen. Zij zouden de stad bevuilen. Zij zouden de overlast veroorzaken. Zij zouden het beeld van de hoofdstad ontsieren. Maar die beschuldiging is te gemakkelijk. Zij is onrechtvaardig en vaak ook onjuist. Ā  Natuurlijk zijn er problemen rond mensen die op straat leven. Natuurlijk is er sprake van overlast. Natuurlijk zijn er plekken waar de samenleving niet mag wegkijken van gevaar, vervuiling, verslaving en menselijk verval. Maar het is onjuist om de hele verloedering van de stad op deze groepen af te schuiven. Drager van de schuld van de samenleving. Wie een hond wil slaan, vindt licht een stok. Wie een zondebok zoekt, vindt altijd iemand die minder macht heeft, minder bescherming geniet en zich moeilijk kan verdedigen. De kwetsbare mens wordt dan niet alleen slachtoffer van armoede, verslaving, psychische nood of uitsluiting, maar ook drager van de schuld van de samenleving. Ā  Daarom is het goed dat Omar Terborg het vraagstuk niet uitsluitend als een politieprobleem of veiligheidsprobleem benoemt, maar als een complex maatschappelijk vraagstuk. Juist daarin ligt de kern. Het gaat niet alleen om mensen van de straat halen. Het gaat niet alleen om het schoonmaken van plekken waar toeristen, kinderen, ouderen en burgers dagelijks passeren. Het gaat om de vraag wat voor samenleving wij zijn geworden, hoe wij omgaan met publieke ruimte en hoe wij omgaan met mensen die buiten de normale orde zijn gevallen. Verwijdering of zelfs internering Het idee om overlastbezorgers van de straat te verwijderen is niet nieuw. Al decennia wordt in Suriname gesproken over opvang, afzondering, verwijdering of zelfs internering in districten. Ook in eerdere perioden is geprobeerd om het vraagstuk buiten het zicht van de hoofdstad te plaatsen. Maar telkens blijkt dat een probleem niet verdwijnt wanneer men de mens verplaatst. Ā  Een dak boven het hoofd is noodzakelijk, maar het is slechts een klein deel van het proces. Wie dakloos is, heeft vaak meer nodig dan onderdak. Er is specialistische hulp nodig. Er is medische zorg nodig. Er is psychische begeleiding nodig. Er is verslavingszorg nodig. Er is voeding nodig. Er is veiligheid nodig. Er is dagstructuur nodig. Er is werkgelegenheid nodig. Er is menselijke nabijheid nodig. Ā  Wie geestelijk verward is, moet niet alleen uit het straatbeeld verdwijnen, maar geholpen worden. Wie verslaafd is, heeft niet alleen politie nodig, maar behandeling. Wie dakloos is, heeft niet alleen opvang nodig, maar perspectief. En wie jarenlang buiten het gewone maatschappelijke verkeer heeft geleefd, keert niet zomaar terug met een bed, een bord eten en een bevel. Zonder duurzame resultaten Daarom moet bureaucratie ver uit de buurt blijven van menselijke nood. Er zijn in Suriname tientallen instanties, organisaties, diensten en personen die zich op de een of andere manier ontfermen over drugsverslaafden, daklozen, geestelijk kwetsbaren en mensen aan de rand van de samenleving. Velen van hen werken hard. Velen doen hun best. Velen verdienen waardering. Maar goede bedoelingen zijn niet genoeg als de aanpak versnipperd blijft, als niemand eindverantwoordelijkheid draagt en als projecten telkens beginnen met veel woorden maar eindigen zonder duurzame resultaten. Ā  De centrale vraag is daarom niet alleen: wat gaat de regering doen? Ā  De centrale vraag is ook: waarom zou het nu wel lukken? Ā  Het antwoord kan alleen liggen in een integrale aanpak. Niet in het wegduwen van mensen. Niet in het schoonvegen van straten voor het oog. Niet in tijdelijke acties die verdwijnen zodra de mediabelangstelling afneemt. Het antwoord ligt in samenwerking, deskundigheid, financiering, opvolging, registratie, begeleiding en volharding. Ā  Maar zelfs dan is het vraagstuk groter dan dak- en thuisloosheid alleen. Want Suriname wordt niet alleen ontsierd door mensen die op straat leven. Suriname wordt ook ontsierd door straatvuil in alle hoeken en gaten. Het is niet alleen zwerfvuil. Er vormen zich op steeds meer plekken stinkende afvalhopen. Soms in de buurt van woningen. Soms langs wegen. Soms bij markten. Soms bij verlaten gebouwen. Soms op plekken waar kinderen lopen, ouderen passeren en toeristen kijken. Ā  Dat is een nationale schande. Ā  En

Straatvervuiling een beschavingskwestie Read More Ā»

Ma

MA Mijn moeder,ik noem haar ma,omdat dat woord dichter bij mijn hart ligt.Moeder klinkt mooi,maar ma klinkt als thuis.   Zij droeg mijvoordat ik de wereld kende.Zij kende mijn huilen,mijn stilte,mijn lach.   Als kind leerde ik van haardat liefde niet altijd veel woorden heeft.Soms is liefde een bord eten,een bezorgde blik,een hand op mijn schouder.   Mijn ma was erin dagen van zonen in nachten van twijfel.Zij gaf mij krachtzonder zichzelf groot te maken.   Moederdag is één dag,maar ma leeft in elke dag.In mijn denken,in mijn stappen,in mijn manier van liefhebben.   Mijn moeder, mijn ma,de band tussen onsis niet gemaakt van woorden alleen.Zij is bloed, herinnering,gebed en dankbaarheid.   En zolang ik leef,draag ik iets van haar mee.Want ik ben haar kind,en zij blijft mijn ma.   HJD https://youtube.com/shorts/movS21SLo44

Ma Read More Ā»

De geschiedenis van arbeid in Suriname

Ideologische bevlogenheid De geschiedenis van arbeid in Suriname De geschiedenis van arbeid en vakbeweging in Suriname begint niet in Suriname alleen, maar in een veel oudere wereld van arbeid, gezag en afhankelijkheid. Lang voor Columbus de Atlantische verbinding tussen Europa en de Amerika’s openbrak, was arbeid in Europa en elders zelden een vrije overeenkomst tussen gelijke partijen. Ā  In middeleeuws Europa waren boeren afhankelijk van land en heer. In de steden reguleerden gilden de toegang tot ambachten, de lonen, de technieken en de arbeidsvoorwaarden. Daarnaast bestonden vormen van herendienst, dus onbetaalde of verplichte arbeid ten dienste van heer of staat. Arbeid was daarom vooral ingebed in orde, stand en gehoorzaamheid, en veel minder in individuele keuzevrijheid. Ā  Arbeid op zee en de Atlantische overtocht Toen de Atlantische wereld ontstond, verhuisde deze hiĆ«rarchische arbeidsorde mee naar zee. Aan boord van de schepen die naar de Nieuwe Wereld voeren, heerste een scherp afgebakende bevelsstructuur met bovenaan de kapitein of schipper, daarnaast waren er functies als, stuurman, bootsman, timmerman en kok. Ā  Deze maritieme arbeidswereld werd grimmiger in de trans-Atlantische slavenvaart. De oversteek duurde vaak rond de tachtig dagen. Mensen werden dicht opeengepakt zonder voldoende bewegingsruimte, ventilatie of water. Velen werden ziek en stierven. Het schip was dus niet alleen een transportmiddel, maar ook een drijvende ruimte van tucht, geweld en ontmenselijking. Afbeelding: Diagram van het slavenschip Brookes. Bron: Wikimedia Commons / British Library. Inheemse arbeid in Suriname Tegenover deze oude en harde arbeidswerelden stond in Suriname zelf een andere bestaansorde van de inheemse bevolking. Bij de inheemsen was arbeid oorspronkelijk niet opgebouwd rond loon, contract of plantagedwang, maar rond dorp, familie, rivier, jacht, visserij en kostgrond.Ā  Mannen jaagden, visten en kapten bos open voor kostgronden. Vrouwen plantten, sponnen garen, hangmatten en doekjes, weefden en maakten aardewerk. Arbeid was hier dus ingebed in gemeenschap en levensonderhoud en niet in een door de wereldmarkt gedreven regime van winstproductie. Slavernij en staatstoezicht Met de komst van de Europese kolonisator veranderde dat fundamenteel. De plantagekolonie maakte arbeid tot een instrument van export en gezag. De koloniale economie van Suriname rustte eeuwenlang op de arbeid van tot slaaf gemaakte Afrikanen. Toen Nederland de slavernij in 1863 formeel afschafte, werden de voormalige slaafgemaakten echter niet meteen volledig vrij. Zij moesten nog tien jaar onder staatstoezicht op de plantages blijven werken. Daarmee werd de slavernij juridisch beĆ«indigd, maar niet onmiddellijk sociaal en economisch opgeheven. De spanning tussen formele vrijheid en feitelijke dwang bleef dus bestaan, en precies daaruit zou later een belangrijk deel van de Surinaamse arbeidersgeschiedenis voortkomen. Afbeelding: Plantage in Suriname. Bron: Wikimedia Commons / Rijksmuseum. Contractarbeid en nieuwe arbeidsregimes Ā  Al voor de emancipatie ging het koloniale bestuur op zoek naar vervangende arbeidskrachten voor de plantage-economie. Er werden Chinese contractarbeiders voor arbeid in Suriname geworven. Daarna volgde op grote schaal immigratie uit Brits-IndiĆ«. Ook Javaanse contractarbeid werd een structurele pijler van het koloniale arbeidsbestel. Juridisch heette dit contractarbeid, maar sociaal bleef het een stelsel van zware afhankelijkheid, lage lonen, discipline en beperkte bewegingsvrijheid. Ā  De gruwel van het slaventransport Ā  Zelfs de reis naar Suriname droeg de stempel van die afhankelijkheid. Die overtocht was niet gelijk aan de gruwel van het slaventransport, maar zij was wel de voorruimte van een nieuw koloniaal arbeidsregime. De arbeider kwam niet als vrije actor een open arbeidsmarkt binnen, maar werd bij aankomst meteen over de plantages verdeeld. Daarmee ging Suriname niet rechtstreeks van slavernij naar vrije arbeid, maar via nieuwe vormen van gereguleerde en gecontroleerde arbeid. Afbeelding: Baba en Mai-monument in Groningen, Suriname. Bron: Wikimedia Commons Contractarbeid en nieuwe arbeidsregimes Ā  Na de emancipatie ging het koloniale bestuur op zoek naar vervangende arbeidskrachten voor de plantage-economie. Er werden Chinese contractarbeiders voor arbeid in Suriname geworven. Daarna volgde op grote schaal immigratie uit Brits-IndiĆ«. Ook Javaanse contractarbeid werd een structurele pijler van het koloniale arbeidsbestel. Juridisch heette dit contractarbeid, maar sociaal bleef het een stelsel van zware afhankelijkheid, lage lonen, discipline en beperkte bewegingsvrijheid. Ā  De gruwel van het slaventransport Zelfs de reis naar Suriname droeg de stempel van die afhankelijkheid. Die overtocht was niet gelijk aan de gruwel van het slaventransport, maar zij was wel de voorruimte van een nieuw koloniaal arbeidsregime. De arbeider kwam niet als vrije actor een open arbeidsmarkt binnen, maar werd bij aankomst meteen over de plantages verdeeld. Daarmee ging Suriname niet rechtstreeks van slavernij naar vrije arbeid, maar via nieuwe vormen van gereguleerde en gecontroleerde arbeid. Afbeelding: Anton de Kom. Bron: Wikimedia Commons. Doedel en De Kom Ā  In dezelfde jaren werden Louis Doedel en Anton de Kom symbolen van sociale weerbaarheid en van koloniale repressie. Doedel behoorde tot de eersten die in de jaren dertig de werkende bevolking probeerden te organiseren; in 1937 werd hij na een mislukte poging een petitie aan de gouverneur aan te bieden gearresteerd en in de psychiatrische inrichting Wolffenbüttel opgenomen. Anton de Kom, die in 1933 naar Suriname terugkeerde, wist met zijn charisma grote groepen arbeiders te mobiliseren; na de onrust van 1933 werd hij door het koloniale bestuur het land uitgewezen. De Surinaamse arbeidersbeweging groeide dus niet in de beschutting van het bestuur, maar in botsing ermee. Ā  Bauxietindustrie en moderne arbeider Een nieuwe fase in de arbeidsgeschiedenis brak aan met de opkomst van de bauxietindustrie. Ā  Met de exploitatie werd in 1916 een begin gemaakt; zes jaar later vond de eerste verscheping vanuit Moengo plaats en in 1937 nam bauxiet al 64 procent van de Surinaamse uitvoerwaarde voor zijn rekening. Ā  Tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide de sector explosief verder. Arbeidsonrust in Moengo in 1941 en 1942 leidde tot de vorming van de eerste mijnwerkersbonden, en in 1948 was de Surinaamse Mijnwerkers Unie, die de bonden van Moengo, Paranam en Billiton verenigde, met 2.200 leden veruit de grootste arbeidsorganisatie van het land. Hier werd de Surinaamse arbeider steeds meer een moderne industriĆ«le arbeider: geconcentreerd, collectief en strategisch georganiseerd. Afbeelding: Bauxietwinning in Moengo, ca. 1927-1931. Bron: Wikimedia Commons / Rijksmuseum. Institutionalisering van de arbeidsverhoudingen Ā  Vanaf de jaren veertig begon ook de institutionele verankering van de arbeidsverhoudingen. In

De geschiedenis van arbeid in Suriname Read More Ā»

De toekomst van Suriname klinkt: krachtig, doordacht en vol overtuiging

De toekomst van Suriname klinkt: krachtig, doordacht en vol overtuiging Zaterdag 18 april 2026 vond in Lien en Wim CafĆ© aan de Verlengde Gemenelandsweg 200 te Paramaribo de Pre-Generale van het National Speech Contest 2026 plaats. Deze bijeenkomst vormde meer dan een gewone voorbereidende activiteit. Zij liet zien hoe de toekomst van Suriname kan klinken: jong, welbespraakt, nadenkend, betrokken en bereid om zich uit te spreken over thema’s die ertoe doen. Ā  Meer dan een wedstrijd in spreken De 29ste editie van het National Speech Contest, georganiseerd door Junior Chamber International (JCI) Nilom, staat opnieuw in het teken van spreekvaardigheid, leiderschap en maatschappelijke vorming. Sinds 1986 biedt deze competitie middelbare scholieren een bijzonder podium om te groeien in zelfvertrouwen, kritisch denken en overtuigingskracht. In een tijd waarin verwarring, oppervlakkigheid en snelle meningsvorming vaak de boventoon voeren, is het van grote betekenis dat jongeren leren spreken met inhoud, discipline en respect. Ā  Het National Speech Contest is immers niet slechts een wedstrijd in mooi praten. Het is in wezen een oefenschool voor burgerschap. Hier leren jongeren hun gedachten te ordenen, hun emoties te beheersen, hun overtuiging onder woorden te brengen en hun publiek te raken zonder goedkoop effectbejag. Dat maakt deze contest waardevol voor het individu Ć©n voor de samenleving. Suriname heeft dringend behoefte aan een generatie die niet alleen luid spreekt, maar ook leert luisteren, analyseren en verbinden. Ā  Een podium voor talent en inhoud De Pre-Generale van 18 april gaf daarvan een hoopvol beeld. De aanwezige jongeren toonden inzet, lef en de wil om boven zichzelf uit te stijgen. Het ging niet alleen om stemgebruik of presentatie, maar ook om houding, inhoud en uitstraling. Woorden kregen betekenis. IdeeĆ«n kregen richting. En talent kreeg een podium. Ā  De opvallende rol van jonge vrouwen Opvallend was wel dat het vrouwelijk geslacht duidelijk domineerde. Dat gegeven mag enerzijds positief worden gelezen: jonge vrouwen tonen zichtbaar dat zij bereid zijn om hun plaats in het publieke debat op te eisen. Zij laten zien dat intellect, taalvaardigheid en maatschappelijke betrokkenheid geen abstracte begrippen zijn, maar levende krachten. Ā  Tegelijk roept deze dominantie ook een vraag op: waar blijven de jongens? Als wij werkelijk bouwen aan een evenwichtige toekomst voor Suriname, dan moet de vorming van weerbare, nadenkende en verantwoordelijke jonge mannen eveneens bijzondere aandacht krijgen. De spreekcultuur van Suriname mag geen zaak van ƩƩn geslacht worden. De jeugd in haar geheel moet leren om het woord te nemen. Ā  Het gemis van de districten Een tweede punt van reflectie is dat deelnemers uit de districten ontbraken. Dat is een gemis dat niet zomaar als een praktische toevalligheid mag worden beschouwd. Wanneer een nationale contest vooral stedelijk wordt ingevuld, dreigt onbedoeld het beeld te ontstaan dat talent, visie en eloquentie zich hoofdzakelijk in Paramaribo concentreren. Ā  Dat zou een ernstige misvatting zijn. Suriname is groter dan de hoofdstad. Ook buiten Paramaribo leven jongeren met talent, inzichten, levenservaring en leiderschapspotentieel. Juist daarom is het van belang dat toekomstige edities nog doelgerichter bruggen slaan naar de districten. Een werkelijk nationaal podium moet ook werkelijk nationaal aanvoelen. Ā  Kritisch, maar vooral opbouwend Deze kritische kanttekeningen doen echter niets af aan de betekenis van wat reeds is bereikt. Integendeel: zij onderstrepen juist de groeimogelijkheden van een initiatief dat zijn waarde al lang heeft bewezen. Het National Speech Contest is een krachtig instrument van jeugdvorming. Hier worden niet alleen sprekers gevormd, maar ook burgers, denkers en toekomstige leiders. Ā  Jongeren leren hier dat woorden verantwoordelijkheid dragen. Dat taal niet alleen kan vermaken, maar ook kan genezen, waarschuwen, inspireren en richting geven. Ā  De strijd om meer dan een titel De strijd om de titel Best Speaking Student of Suriname 2026 is daarmee veel meer dan een competitie tussen acht finalisten. Het is een strijd van ideeĆ«n, van moed en van stem. Het is een moment waarop jongeren niet alleen spreken, maar ook gehoord worden. Waar woorden bruggen kunnen slaan tussen school en samenleving, tussen droom en daad, tussen individu en natie. Ā  Deelnemende scholen Algemene Middelbare School (AMS)Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO)Ewald P. Meyer Lyceum (Lyco 2)Miranda Lyceum (Lyceum 1) Ā  Finalisten Zebeda PatriceChayenne EtnelChayah LauwerendsKayla LiengaChenice KortstamJayden PostSilomi Louisville Ā  Jongeren als stem van morgen Met deze groep jonge sprekers wordt duidelijk dat Suriname over jeugd beschikt die kan nadenken, formuleren en overtuigen. Dat is geen geringe zaak. In het spreken van jongeren klinkt vaak al de richting van morgen door. Wie luistert naar hun woorden, hoort iets van het land dat Suriname kan worden. Ā  Een investering in nationale ontwikkeling Laat he contest daarom niet slechts worden gezien als een eenmalige happening, maar als een investering in nationale ontwikkeling. Wie jongeren leert om helder te denken en waardig te spreken, helpt een land om beter te kiezen, beter te begrijpen en beter samen te leven. Ā  De toekomst van Suriname klinkt het sterkst wanneer zij niet schreeuwt, maar spreekt met inhoud. Krachtig. Doordacht. En vol overtuiging. Ā  Henk Doelwijt https://youtu.be/lmMk1UyxxtU

De toekomst van Suriname klinkt: krachtig, doordacht en vol overtuiging Read More Ā»

Pre-Generale National Speech Contest 2026

Pre-Generale National Speech Contest 2026 ZATERDAG 18 APRIL 2026 LIVE BIJ LIEN & WIMĀ Ā Bereid je voor op een middag vol talent, inspiratie en krachtige woorden tijdens de Pre-Generale National Speech Contest 2026!Ā Bij Lien en Wim CafĆ© verwelkomen wij de beste jonge sprekers van Suriname, die strijden om de titel Best Speaking Student of Suriname 2026.Ā Ook Live uitgezonden via de Facebook page van Stichting Pro-humaniteit.Dit is geen gewone wedstrijd…Dit is een podium waar ideeĆ«n tot leven komen,waar jongeren hun stem laten horen,en waar de toekomst van Suriname spreekt.Ā Locatie: Lien en Wim CafĆ©Verlengde Gemenelandsweg #200Zaterdag 18 april 2026Aanvang: 12:00 uurMet deelnemers van: AMS | VWO | Lyco 2 | Lyco 1Ā Kom ondersteunen. Kom luisteren. Kom beleven.Want jouw aanwezigheid geeft deze jonge stemmen kracht.Ā 

Pre-Generale National Speech Contest 2026 Read More Ā»

Paasgang van Licht

Paasgang van Licht Van Palmzondag tot Pasengaat de weg van onze Heer,van jubel naar verwerping,van liefde naar het kruis,van stilte naar de morgenwaarin het leven overwon. Ā  Palmzondag Hosanna klonk in de straten,palmtakken bewogen in de wind.Daar reed de Koning van de Vrede,zachtmoedig, nederig, heilig.Niet gedragen door aardse macht,maar door de wil van God. Ā  Witte Donderdag Aan tafel brak Hij het brood,deelde Hij de beker rond,en gaf Hij zichzelfals teken van eeuwige liefde.De Meester knielde neeren diende met reine handen. Ā  Goede Vrijdag Toen werd de hemel donker,en de aarde beefde stil.Aan het kruis droeg Hij de zonde,de smart, de schuld van velen.Wat mensen tot einde maakten,maakte God tot begin van genade. Ā  Stille Zaterdag Daarna kwam de grote stilte,het zwijgen van graf en steen.De hoop lag als een zaad verborgenin de donkere schoot van de aarde.Maar in het zwijgen van die dagwerkte reeds Gods verborgen Kracht Ā  De Paasdagen En zie, de morgen brak aan.De steen was weggewenteld.Het graf was leeg.De dood had niet het laatste woord.Christus is opgestaan,de Levende leeft. Ā  Nieuw Licht Ā  Nu zingt de kerk van overwinning,nu ademt de wereld nieuw licht,nu mag elk bedroefd hart weten:geen nacht duurt eeuwig,geen graf houdt stand,geen duisternis wint van God. Ā  De eeuwige morgen Ā  Van Palmzondag tot Pasenloopt de liefde haar heilige weg En aan het einde van die wegstaat niet de dood,maar het leven,niet het zwijgen,maar de eeuwige morgen. Ā  Christus is opgestaan.Hij is waarlijk opgestaan! https://youtu.be/6p61lBeMxxM

Paasgang van Licht Read More Ā»

29 jaar Stichting De Stem

Apostel Carlo Lansdorf van Kinderen van het Licht Ministries en Stichting de Stem 29 jaar Stichting De Stem De sociale zuil van Kinderen van het Licht Ministries Ā  Op 1 april 2026 herdenkt Stichting De Stem haar 29-jarig bestaan. Daarmee gaat zij haar dertigste levensjaar in. Dat is niet slechts een datum op de kalender, maar een moment van bezinning, dankbaarheid en erkenning. Negenentwintig jaar lang heeft deze stichting haar plaats ingenomen in de Surinaamse samenleving als een instelling van opvang, begeleiding, herstel en geestelijke ondersteuning. In een wereld waarin velen verdwalen in verslaving, psychische nood, sociale ontwrichting of een gebrek aan perspectief, is Stichting De Stem uitgegroeid tot een baken van hoop. Ā  Dit jubileummoment nodigt uit om niet alleen stil te staan bij de jaren die voorbij zijn gegaan, maar vooral bij de betekenis van het werk dat in die jaren is verricht. Achter de naam Stichting De Stem ligt immers een geschiedenis van roeping, dienstbaarheid, opoffering en geloof in de herstelkracht van de mens. Ā  Een stichting met een roeping Ā  Stichting De Stem is in de loop van de jaren meer geworden dan een maatschappelijke instelling. Zij is een werkplek van barmhartigheid geworden, een plaats waar mensen die door omstandigheden, verkeerde keuzes of diepe innerlijke strijd aan de rand van het leven zijn beland, opnieuw als mens worden gezien. Niet als dossier. Niet als probleemgeval. Niet als last. Maar als een mens met waardigheid, een verleden, een pijn en een toekomst. Ā  Juist die benadering maakt Stichting De Stem bijzonder. Waar de samenleving soms geneigd is mensen af te schrijven, heeft De Stem door de jaren heen het tegenovergestelde gedaan. De stichting heeft volgehouden dat herstel mogelijk is. Dat een mens niet samenvalt met zijn diepste val. Dat wie gebroken is, niet waardeloos is. En dat begeleiding, discipline, liefde en geestelijke richting samen een weg kunnen openen naar een nieuw begin. Ā  De geestelijke zuil van Kinderen van het Licht Ministries Ā  In het bijzonder moet worden vermeld dat Stichting De Stem de geestelijke zuil is van Kinderen van het Licht Ministries. Daarmee is zij niet slechts een afzonderlijke hulpverleningsorganisatie, maar ook een wezenlijk onderdeel van een bredere geestelijke roeping en bediening. Waar Kinderen van het Licht Ministries staat voor geloof, verkondiging, geestelijke vorming en het uitdragen van christelijke waarden, belichaamt Stichting De Stem diezelfde waarden in de praktijk van opvang, begeleiding en herstel. Ā  De bediening in de praktijk Ā  De stichting geeft concrete handen en voeten aan de geestelijke opdracht van de bediening. Zij laat zien dat geloof niet alleen wordt beleden in woorden, liederen of samenkomsten, maar ook zichtbaar wordt in de zorg voor de gewonde mens, de zoekende mens en de gevallen mens. Juist daardoor heeft Stichting De Stem een bijzondere plaats gekregen: als geestelijke pijler, als werkarm van ontferming en als levend bewijs dat christelijke betrokkenheid maatschappelijke relevantie heeft. Ā  Negenentwintig jaar dienst aan de kwetsbare mens Ā  Wie terugkijkt op 29 jaar Stichting De Stem, ziet een geschiedenis van volharding in moeilijke omstandigheden. Het werkveld van de stichting was nooit eenvoudig. Werken met mensen die kampen met verslaving, psychische problemen, een detentieverleden of maatschappelijke ontsporing vraagt meer dan goede bedoelingen. Het vraagt om geduld, geloof, discipline, wijsheid en innerlijke kracht. Ā  Menselijkheid niet loslaten Ā  Door de jaren heen heeft Stichting De Stem zich gericht op mensen die elders vaak geen plaats meer vonden. Mensen die vastliepen in hun gezin, hun werk, hun sociale omgeving of in zichzelf. Mensen die door anderen dikwijls met wantrouwen of onbegrip werden bekeken. De stichting koos er bewust voor juist naar die mensen toe te gaan. Niet om hun fouten goed te praten, maar om hun menselijkheid niet los te laten. Ā  Daarmee heeft De Stem niet alleen individuen geholpen, maar ook families geraakt, relaties hersteld en het maatschappelijk besef versterkt dat echte hulpverlening meer is dan symptoombestrijding. Werkelijk herstel vraagt om aandacht voor lichaam, geest, gedrag, omgeving en zingeving. Ā  Een plaats van herstel en wederopbouw Ā  Het werk van Stichting De Stem moet worden begrepen als meer dan opvang alleen. Het gaat om herstel in de volle breedte van het mens-zijn. Een mens die is vastgelopen, moet niet alleen worden beschermd tegen verder verval, maar ook worden begeleid naar innerlijke ordening, hernieuwd zelfrespect en maatschappelijke herinschakeling. Daarin ligt de waarde van het werk dat de stichting verricht. Ā  Herstel is immers geen ogenblikkelijke gebeurtenis, maar een proces. Een weg van vallen en opstaan. Een weg waarop correctie, begeleiding, gebed, structuur en menselijke nabijheid noodzakelijk zijn. De Stem heeft in die lange periode bewezen bereid te zijn die weg samen met mensen te lopen: niet vluchtig, niet oppervlakkig, maar met toewijding. Ā  Juist dat maakt dit 29-jarig bestaan, en de overgang naar het dertigste levensjaar, zo betekenisvol. Een instelling blijft niet bijna drie decennia bestaan op basis van toeval. Dat gebeurt alleen wanneer er overtuiging achter schuilt, wanneer er mensen zijn die het werk dragen en wanneer het bestaan van die instelling beantwoordt aan een werkelijke nood in de samenleving. Ā  Betekenis voor Suriname Ā  De geschiedenis van Stichting De Stem raakt aan bredere vragen over Suriname als samenleving. Hoe gaan wij om met mensen die afglijden? Hoe kijken wij naar verslaving, psychische kwetsbaarheid, detentie en sociale ontwrichting? Zijn wij bereid mensen alleen te veroordelen, of durven wij ook te investeren in hun herstel? Ā  In dat opzicht heeft Stichting De Stem een voorbeeldfunctie vervuld. De stichting houdt de samenleving een spiegel voor. Zij laat zien dat beschaving niet alleen blijkt uit economische vooruitgang of politieke ontwikkeling, maar ook uit de manier waarop wij omgaan met de zwaksten, de gekwetsten en de ontspoorden. Een land dat ruimte maakt voor herstel, bewijst dat het zijn menselijkheid niet verloren heeft. Ā  Daarom mag worden gezegd dat Stichting De Stem niet alleen een instelling is voor individuele hulpverlening, maar ook een morele aanwezigheid in de samenleving. Zij herinnert ons eraan dat niemand definitief mag worden opgegeven, dat barmhartigheid geen zwakte is maar een kracht, en

29 jaar Stichting De Stem Read More Ā»

Melisa Panka MA leest tegen de koloniale logica in

Melisa Panka MA leest tegen de koloniale logica in Een bijdrage aan de Surinaamse geschiedschrijving Ā  Met grote blijdschap en trots maken wij bekend dat Melisa Christina Panka gehuwd Doelwijt haar studie: Master of Arts in Geschiedenis aan de Faculteit der Humaniora van de Anton de Kom Universiteit van Suriname, heeft voltooid en is afgestudeerd met haar masterthesis. Ā  Het Staatstoezicht Met het onderzoek naar het koloniaal beleid tijdens de periode van het Staatstoezicht en de overlevingsstrategieĆ«n van de vrijgemaakten gedurende die periode, levert zij een bijdrage aan de Surinaamse geschiedschrijving. Ā  In dit onderzoek belicht Melisa Panka een periode uit onze geschiedenis en schenkt zij bijzondere aandacht aan de veerkracht, waardigheid en overlevingskracht van de vrijgemaakten. Haar werk getuigt van toewijding, wetenschappelijke ernst en historisch besef. Ā  Deze mijlpaal is niet alleen een persoonlijke overwinning, maar ook een moment van vreugde voor allen die haar op deze weg hebben ondersteund en aangemoedigd. Ā  Wij feliciteren Melisa Christina Panka van harte met deze prachtige academische prestatie en wensen haar Gods rijke zegen, wijsheid en verdere voorspoed toe op haar levens- en loopbaanpad. Ā Master of Arts in Geschiedenis Ā  Met haar onderzoek naar het koloniaal beleid tijdens de periode van het Staatstoezicht en de overlevingsstrategieĆ«n van de vrijgemaakten levert Melisa Christina Panka een bijdrage aan de Surinaamse geschiedschrijving. De studie werd ingediend op 30 maart 2026 bij de Anton de Kom Universiteit van Suriname, Faculteit der Humaniora, ter verkrijging van de graad van Master of Arts in Geschiedenis. Ā  De keuze van het onderwerp Ā  De kracht van deze thesis ligt in de keuze van het onderwerp. Panka richt haar blik op het Staatstoezicht in de periode 1863–1873, een fase die wel bekend is, maar in de geschiedschrijving vaak onvoldoende vanuit het perspectief van de vrijgemaakten is onderzocht. Ā  Zij laat zien dat de formele afschaffing van de slavernij niet automatisch samenviel met werkelijke vrijheid. Volgens haar analyse diende het Staatstoezicht vooral om de plantage-economie te beschermen, arbeidsdwang voort te zetten en bestaande raciale machtsverhoudingen in stand te houden. Tegelijk toont zij aan dat vrijgemaakten, ondanks deze zware beperkingen, uiteenlopende strategieĆ«n ontwikkelden om hun autonomie te vergroten. Diepgang en analytisch scherp Ā  Methodologisch is dit werk stevig opgebouwd. Panka baseert zich op archiefonderzoek, literatuurstudie en orale traditie en benadert haar materiaal vanuit een subalterne invalshoek, aangevuld met theoretische inzichten uit onder meer de Critical Race Theory, Durkheim en de copingtheorie van Lazarus en Folkman. Dat geeft de studie historische diepgang en analytische scherpte. Vooral haar poging om ā€œde geschiedenis van onderuitā€ te schrijven, maakt het proefschrift relevant voor zowel de academie als het bredere maatschappelijke debat in Suriname. Ā  Slachtofferschapsperspectief doorbroken Ā  Panka blijft niet steken in de beschrijving van onderdrukking alleen. Zij brengt ook de veerkracht, agency en gemeenschapsvorming van de vrijgemaakten naar voren. Daarmee doorbreekt zij een eenzijdig slachtofferschapsperspectief. In haar conclusie komt zij uit bij een kernformule die nazindert. Het Staatstoezicht was juridisch geen voortzetting van de slavernij, maar wel een systeem van ā€œvrijheid in gebondenheidā€. Die formulering vat de historische tragiek, de analytische kracht van deze thesis samen. Ā  Suriname geen geĆÆsoleerd geval Ā  De vergelijkende blik naar Brits-Guyana versterkt het werk. Hierdoor wordt duidelijk dat Suriname geen geĆÆsoleerd geval was, maar deel uitmaakte van een bredere koloniale logica waarin emancipatie werd toegestaan zonder de onderliggende machtsstructuren werkelijk af te breken. Dat maakt deze thesis niet alleen belangrijk voor de nationale geschiedschrijving, maar ook voor bredere CaraĆÆbische en diasporische studies. Historische ernst Ā  Waar deze studie sterk betrokken en moreel bewogen klinkt, is dat geen zwakte maar eerder een teken van historische ernst. Panka schrijft niet koel op afstand, maar met een duidelijke verantwoordelijkheid tegenover hen van wie de stemmen in het archief vaak slechts indirect hoorbaar zijn. Dat maakt deze scriptie menselijk en geĆ«ngageerd. In haar eigen woorden wil zij bijdragen aan heling, bewustwording en een dieper begrip van vrijheid. Die ambitie is voelbaar in het hele werk. Ā  Maatschappelijk relevante studie Ā  Melisa Panka studeert af met een thesis die ertoe doet. Dit is een verdienstelijke, zorgvuldig opgebouwde en maatschappelijk relevante studie. Zij verdient waardering, niet alleen omdat zij een academische mijlpaal bereikt, maar vooral omdat zij met dit werk een wezenlijke bijdrage levert aan het historisch bewustzijn van Suriname. Ā  Bijdrage aan Surinaamse geschiedschrijving Ā  Op 30 maart 2026 werd de de thesis ingediend bij de Anton de Kom Universiteit van Suriname, Faculteit der Humaniora, studierichting Geschiedenis, ter verkrijging van de graad van Master of Arts in Geschiedenis. Ā  Dr. Hans Ramsoedh en Jerome Egger waren als begeleiders en beoordelaars verbonden aan dit academisch traject. Ā  Melisa Christina Panka gehuwd Doelwijt levert een bijdrage aan de Surinaamse geschiedschrijving. Ā  De kracht van het onderwerp Ā  Melisa Panka richt zich op het Staatstoezicht (1863–1873), een fase die volgde op de formele afschaffing van de slavernij, waarin de vrijheid van de vrijgemaakten in juridisch, sociaal en economisch opzicht sterk werd ingeperkt. Dat spanningsveld maakt haar onderzoek historisch relevant. Ā  Waardigheid bewaren Ā  Zij toont aan dat het Staatstoezicht niet zomaar een overgangsfase was, maar een doelbewust koloniaal systeem dat erop gericht was de plantage-economie te beschermen, arbeidsdwang voort te zetten en de bestaande machtsstructuren te handhaven. Tegelijk laat zij zien dat de vrijgemaakten binnen die benauwde werkelijkheid eigen strategieĆ«n ontwikkelden om te overleven, waardigheid te bewaren en hun autonomie te vergroten. Ā  Poging tot historisch herstel Ā  Zij blijft niet steken in een beschrijving van koloniale onderdrukking. De auteur kiest voor een benadering waarin de veerkracht, de capaciteit van individuen om zelf te kiezen en creativiteit van de vrijgemaakten centraal staan. Ā  Historisch herstel Ā  Dat verleent de thesis een menselijk en moreel gewicht. Hier spreekt niet alleen de historica, maar ook iemand die beseft dat geschiedenis over mensen van vlees en bloed gaat, over verlies en vernedering, maar ook over weerstand, gemeenschapsvorming en geestelijke kracht. In dat opzicht is deze thesis meer dan een academische oefening; zij is ook een poging tot historisch herstel. Ā  Tegen de koloniale logica inlezen Ā  Melisa Panka baseert

Melisa Panka MA leest tegen de koloniale logica in Read More Ā»

Een uitnodiging tot actie

Een uitnodiging tot actie In deze reeks onderzoeken wij hoe migratie, arbeid en de olie- en gassector Suriname kunnen veranderen. Elk deel belicht een ander aspect van dit vraagstuk en nodigt uit tot bezinning, dialoog en richting. Ā  Deel 10 van 10 Ā  Naar een breed maatschappelijk pact Ā  Na negen essays over migratie, arbeid, economie, beleid en waarden, rest geen conclusie in klassieke zin. Wat resteert is een keuze. Niet alleen voor de overheid, maar voor de samenleving als geheel. De vraag is niet langer wat Suriname moet doen, maar wie verantwoordelijkheid neemt. Ā  De grenzen van beleid Beleid is noodzakelijk, maar niet voldoende. Wetgeving kan kaders stellen, inspecties kunnen handhaven, en plannen kunnen richting geven. Maar geen enkele maatregel slaagt zonder maatschappelijke bedding. Ā  Migratiebeheer, arbeidsregie en sociale samenhang zijn geen technocratische dossiers. Ze raken aan dagelijkse keuzes: wie we aannemen, hoe we samenleven, wat we accepteren en waar we grenzen stellen. Ā  Een pact, geen programma Ā  Wat Suriname nodig heeft, is geen nieuw beleidsdocument, maar een maatschappelijk pact: een gedeeld besef dat sommige vraagstukken groter zijn dan partijpolitiek, belangengroepen of korte termijn. Zo’n pact vraagt geen uniformiteit, maar overeenstemming over kernprincipes: dat gastvrijheid samengaat met regels, dat arbeid waardigheid verdient, dat kwetsbare groepen bescherming behoeven; dat economische groei ten dienste staat van de samenleving, dat rechten en plichten onlosmakelijk verbonden zijn. Ā  De rol van elke Schakel Een maatschappelijk pact leeft alleen wanneer iedere schakel haar rol erkent. De overheid moet helder zijn, consistent handelen en aanspreekbaar blijven. Werkgevers dragen verantwoordelijkheid voor eerlijke arbeid en naleving van regels. Onderwijsinstellingen vormen burgers, niet alleen werknemers. Religieuze en maatschappelijke organisaties bewaken waarden en dialoog. Media dragen bij aan nuance, niet aan polarisatie. Burgers spreken zich uit, maar ook elkaar aan. Geen enkele groep staat buiten dit geheel. Ā  Jongeren als dragers van de toekomst Jongeren erven niet alleen de opbrengsten van beleid, maar ook de gevolgen van nalatigheid. Zij groeien op in een samenleving die verandert: demografisch, economisch en cultureel. Hen voorbereiden op die werkelijkheid is geen luxe, maar plicht. Participatie, vakmanschap en burgerschapszin vormen de basis waarop een duurzame toekomst rust. Ā  Van toeschouwer naar mede-eigenaarĀ Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā  De grootste dreiging voor Suriname is niet migratie, olie of globalisering. Het is onverschilligheid. Wanneer burgers toeschouwers worden van hun eigen samenleving, verschuift macht naar informele structuren en kortetermijnbelangen. Een pact nodigt uit tot mede-eigenaarschap. Tot betrokkenheid. Tot het besef dat samenleven onderhoud vergt. Ā  Suriname is meer dan een grondgebied. Het is een gemeenschap van mensen met een gedeelde geschiedenis en een gezamenlijke toekomst. Die toekomst wordt niet bepaald door ƩƩn sector, ƩƩn groep of ƩƩn moment. De olie mag rijkdom brengen. Migratie mag dynamiek brengen. Maar alleen rechtvaardigheid, verantwoordelijkheid en verbondenheid maken die rijkdom duurzaam. Ā  Deze bundel is geschreven vanuit noodzaak. Suriname bevindt zich in een periode van ingrijpende verandering. Economische verwachtingen, gedreven door de opkomst van de olie- en gassector, gaan gepaard met demografische verschuivingen die zich grotendeels buiten het publieke zicht hebben voltrokken. Migratie – legaal, semilegaal en illegaal – heeft zich ontwikkeld tot een structurele factor in arbeid, huisvesting, cultuur en sociale verhoudingen. Toch bleef een samenhangend nationaal gesprek hierover lange tijd uit. Ā  Deze essayreeks is een poging dat gesprek alsnog te voeren. Niet vanuit angst of veroordeling, maar vanuit analyse, verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de toekomst van het land. Ā  De teksten in deze bundel zijn ontstaan uit observatie van de dagelijkse realiteit: op de werkvloer, in buurten, in het binnenland en binnen instituties. Zij brengen in kaart hoe onbeheerde migratie, gesloten netwerken, verdringing en beleidsarmoede elkaar versterken. Tegelijk laten zij zien dat deze ontwikkelingen geen noodlot zijn, maar het gevolg van keuzes — of het uitblijven daarvan. Ā  De bundel volgt een bewuste opbouw. Eerst wordt het probleem benoemd en geduid, vervolgens worden de mechanismen en gevolgen blootgelegd. Daarna wordt Suriname gespiegeld aan internationale ervaringen. Vanuit die analyse worden beleidsopties aangereikt, waarna de economische belofte van de olie- en gassector kritisch wordt getoetst. De reeks sluit af met bezinning, visie en een oproep tot gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ā  Wat deze essays bindt, is het uitgangspunt dat gastvrijheid en begrenzing geen tegenpolen zijn. Een rechtvaardige samenleving vraagt om menselijkheid Ć©n regie. Om openheid Ć©n regels. Om economische groei Ć©n sociale bescherming. Zonder die balans ontstaat geen inclusieve toekomst, maar fragmentatie. Ā  Deze bundel pretendeert niet alle antwoorden te geven. Zij beoogt wel helderheid te scheppen, woorden te geven aan wat velen ervaren, en richting te bieden voor beleid en maatschappelijk handelen. Bovenal is zij een uitnodiging: tot eerlijk debat, tot volwassen keuzes en tot hernieuwde betrokkenheid bij het gezamenlijke project dat Suriname is. Ā  Moge deze essays bijdragen aan een samenleving waarin niemand wordt vergeten, niemand wordt uitgesloten, en waarin vooruitgang hand in hand gaat met rechtvaardigheid.

Een uitnodiging tot actie Read More Ā»

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiƫren