CampusEditor1

De geschiedenis van arbeid in Suriname

Ideologische bevlogenheid De geschiedenis van arbeid in Suriname De geschiedenis van arbeid en vakbeweging in Suriname begint niet in Suriname alleen, maar in een veel oudere wereld van arbeid, gezag en afhankelijkheid. Lang voor Columbus de Atlantische verbinding tussen Europa en de Amerika’s openbrak, was arbeid in Europa en elders zelden een vrije overeenkomst tussen gelijke partijen. Ā  In middeleeuws Europa waren boeren afhankelijk van land en heer. In de steden reguleerden gilden de toegang tot ambachten, de lonen, de technieken en de arbeidsvoorwaarden. Daarnaast bestonden vormen van herendienst, dus onbetaalde of verplichte arbeid ten dienste van heer of staat. Arbeid was daarom vooral ingebed in orde, stand en gehoorzaamheid, en veel minder in individuele keuzevrijheid. Ā  Arbeid op zee en de Atlantische overtocht Toen de Atlantische wereld ontstond, verhuisde deze hiĆ«rarchische arbeidsorde mee naar zee. Aan boord van de schepen die naar de Nieuwe Wereld voeren, heerste een scherp afgebakende bevelsstructuur met bovenaan de kapitein of schipper, daarnaast waren er functies als, stuurman, bootsman, timmerman en kok. Ā  Deze maritieme arbeidswereld werd grimmiger in de trans-Atlantische slavenvaart. De oversteek duurde vaak rond de tachtig dagen. Mensen werden dicht opeengepakt zonder voldoende bewegingsruimte, ventilatie of water. Velen werden ziek en stierven. Het schip was dus niet alleen een transportmiddel, maar ook een drijvende ruimte van tucht, geweld en ontmenselijking. Afbeelding: Diagram van het slavenschip Brookes. Bron: Wikimedia Commons / British Library. Inheemse arbeid in Suriname Tegenover deze oude en harde arbeidswerelden stond in Suriname zelf een andere bestaansorde van de inheemse bevolking. Bij de inheemsen was arbeid oorspronkelijk niet opgebouwd rond loon, contract of plantagedwang, maar rond dorp, familie, rivier, jacht, visserij en kostgrond.Ā  Mannen jaagden, visten en kapten bos open voor kostgronden. Vrouwen plantten, sponnen garen, hangmatten en doekjes, weefden en maakten aardewerk. Arbeid was hier dus ingebed in gemeenschap en levensonderhoud en niet in een door de wereldmarkt gedreven regime van winstproductie. Slavernij en staatstoezicht Met de komst van de Europese kolonisator veranderde dat fundamenteel. De plantagekolonie maakte arbeid tot een instrument van export en gezag. De koloniale economie van Suriname rustte eeuwenlang op de arbeid van tot slaaf gemaakte Afrikanen. Toen Nederland de slavernij in 1863 formeel afschafte, werden de voormalige slaafgemaakten echter niet meteen volledig vrij. Zij moesten nog tien jaar onder staatstoezicht op de plantages blijven werken. Daarmee werd de slavernij juridisch beĆ«indigd, maar niet onmiddellijk sociaal en economisch opgeheven. De spanning tussen formele vrijheid en feitelijke dwang bleef dus bestaan, en precies daaruit zou later een belangrijk deel van de Surinaamse arbeidersgeschiedenis voortkomen. Afbeelding: Plantage in Suriname. Bron: Wikimedia Commons / Rijksmuseum. Contractarbeid en nieuwe arbeidsregimes Ā  Al voor de emancipatie ging het koloniale bestuur op zoek naar vervangende arbeidskrachten voor de plantage-economie. Er werden Chinese contractarbeiders voor arbeid in Suriname geworven. Daarna volgde op grote schaal immigratie uit Brits-IndiĆ«. Ook Javaanse contractarbeid werd een structurele pijler van het koloniale arbeidsbestel. Juridisch heette dit contractarbeid, maar sociaal bleef het een stelsel van zware afhankelijkheid, lage lonen, discipline en beperkte bewegingsvrijheid. Ā  De gruwel van het slaventransport Ā  Zelfs de reis naar Suriname droeg de stempel van die afhankelijkheid. Die overtocht was niet gelijk aan de gruwel van het slaventransport, maar zij was wel de voorruimte van een nieuw koloniaal arbeidsregime. De arbeider kwam niet als vrije actor een open arbeidsmarkt binnen, maar werd bij aankomst meteen over de plantages verdeeld. Daarmee ging Suriname niet rechtstreeks van slavernij naar vrije arbeid, maar via nieuwe vormen van gereguleerde en gecontroleerde arbeid. Afbeelding: Baba en Mai-monument in Groningen, Suriname. Bron: Wikimedia Commons Contractarbeid en nieuwe arbeidsregimes Ā  Na de emancipatie ging het koloniale bestuur op zoek naar vervangende arbeidskrachten voor de plantage-economie. Er werden Chinese contractarbeiders voor arbeid in Suriname geworven. Daarna volgde op grote schaal immigratie uit Brits-IndiĆ«. Ook Javaanse contractarbeid werd een structurele pijler van het koloniale arbeidsbestel. Juridisch heette dit contractarbeid, maar sociaal bleef het een stelsel van zware afhankelijkheid, lage lonen, discipline en beperkte bewegingsvrijheid. Ā  De gruwel van het slaventransport Zelfs de reis naar Suriname droeg de stempel van die afhankelijkheid. Die overtocht was niet gelijk aan de gruwel van het slaventransport, maar zij was wel de voorruimte van een nieuw koloniaal arbeidsregime. De arbeider kwam niet als vrije actor een open arbeidsmarkt binnen, maar werd bij aankomst meteen over de plantages verdeeld. Daarmee ging Suriname niet rechtstreeks van slavernij naar vrije arbeid, maar via nieuwe vormen van gereguleerde en gecontroleerde arbeid. Afbeelding: Anton de Kom. Bron: Wikimedia Commons. Doedel en De Kom Ā  In dezelfde jaren werden Louis Doedel en Anton de Kom symbolen van sociale weerbaarheid en van koloniale repressie. Doedel behoorde tot de eersten die in de jaren dertig de werkende bevolking probeerden te organiseren; in 1937 werd hij na een mislukte poging een petitie aan de gouverneur aan te bieden gearresteerd en in de psychiatrische inrichting Wolffenbüttel opgenomen. Anton de Kom, die in 1933 naar Suriname terugkeerde, wist met zijn charisma grote groepen arbeiders te mobiliseren; na de onrust van 1933 werd hij door het koloniale bestuur het land uitgewezen. De Surinaamse arbeidersbeweging groeide dus niet in de beschutting van het bestuur, maar in botsing ermee. Ā  Bauxietindustrie en moderne arbeider Een nieuwe fase in de arbeidsgeschiedenis brak aan met de opkomst van de bauxietindustrie. Ā  Met de exploitatie werd in 1916 een begin gemaakt; zes jaar later vond de eerste verscheping vanuit Moengo plaats en in 1937 nam bauxiet al 64 procent van de Surinaamse uitvoerwaarde voor zijn rekening. Ā  Tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide de sector explosief verder. Arbeidsonrust in Moengo in 1941 en 1942 leidde tot de vorming van de eerste mijnwerkersbonden, en in 1948 was de Surinaamse Mijnwerkers Unie, die de bonden van Moengo, Paranam en Billiton verenigde, met 2.200 leden veruit de grootste arbeidsorganisatie van het land. Hier werd de Surinaamse arbeider steeds meer een moderne industriĆ«le arbeider: geconcentreerd, collectief en strategisch georganiseerd. Afbeelding: Bauxietwinning in Moengo, ca. 1927-1931. Bron: Wikimedia Commons / Rijksmuseum. Institutionalisering van de arbeidsverhoudingen Ā  Vanaf de jaren veertig begon ook de institutionele verankering van de arbeidsverhoudingen. In

De geschiedenis van arbeid in Suriname Read More Ā»

De toekomst van Suriname klinkt: krachtig, doordacht en vol overtuiging

De toekomst van Suriname klinkt: krachtig, doordacht en vol overtuiging Zaterdag 18 april 2026 vond in Lien en Wim CafĆ© aan de Verlengde Gemenelandsweg 200 te Paramaribo de Pre-Generale van het National Speech Contest 2026 plaats. Deze bijeenkomst vormde meer dan een gewone voorbereidende activiteit. Zij liet zien hoe de toekomst van Suriname kan klinken: jong, welbespraakt, nadenkend, betrokken en bereid om zich uit te spreken over thema’s die ertoe doen. Ā  Meer dan een wedstrijd in spreken De 29ste editie van het National Speech Contest, georganiseerd door Junior Chamber International (JCI) Nilom, staat opnieuw in het teken van spreekvaardigheid, leiderschap en maatschappelijke vorming. Sinds 1986 biedt deze competitie middelbare scholieren een bijzonder podium om te groeien in zelfvertrouwen, kritisch denken en overtuigingskracht. In een tijd waarin verwarring, oppervlakkigheid en snelle meningsvorming vaak de boventoon voeren, is het van grote betekenis dat jongeren leren spreken met inhoud, discipline en respect. Ā  Het National Speech Contest is immers niet slechts een wedstrijd in mooi praten. Het is in wezen een oefenschool voor burgerschap. Hier leren jongeren hun gedachten te ordenen, hun emoties te beheersen, hun overtuiging onder woorden te brengen en hun publiek te raken zonder goedkoop effectbejag. Dat maakt deze contest waardevol voor het individu Ć©n voor de samenleving. Suriname heeft dringend behoefte aan een generatie die niet alleen luid spreekt, maar ook leert luisteren, analyseren en verbinden. Ā  Een podium voor talent en inhoud De Pre-Generale van 18 april gaf daarvan een hoopvol beeld. De aanwezige jongeren toonden inzet, lef en de wil om boven zichzelf uit te stijgen. Het ging niet alleen om stemgebruik of presentatie, maar ook om houding, inhoud en uitstraling. Woorden kregen betekenis. IdeeĆ«n kregen richting. En talent kreeg een podium. Ā  De opvallende rol van jonge vrouwen Opvallend was wel dat het vrouwelijk geslacht duidelijk domineerde. Dat gegeven mag enerzijds positief worden gelezen: jonge vrouwen tonen zichtbaar dat zij bereid zijn om hun plaats in het publieke debat op te eisen. Zij laten zien dat intellect, taalvaardigheid en maatschappelijke betrokkenheid geen abstracte begrippen zijn, maar levende krachten. Ā  Tegelijk roept deze dominantie ook een vraag op: waar blijven de jongens? Als wij werkelijk bouwen aan een evenwichtige toekomst voor Suriname, dan moet de vorming van weerbare, nadenkende en verantwoordelijke jonge mannen eveneens bijzondere aandacht krijgen. De spreekcultuur van Suriname mag geen zaak van ƩƩn geslacht worden. De jeugd in haar geheel moet leren om het woord te nemen. Ā  Het gemis van de districten Een tweede punt van reflectie is dat deelnemers uit de districten ontbraken. Dat is een gemis dat niet zomaar als een praktische toevalligheid mag worden beschouwd. Wanneer een nationale contest vooral stedelijk wordt ingevuld, dreigt onbedoeld het beeld te ontstaan dat talent, visie en eloquentie zich hoofdzakelijk in Paramaribo concentreren. Ā  Dat zou een ernstige misvatting zijn. Suriname is groter dan de hoofdstad. Ook buiten Paramaribo leven jongeren met talent, inzichten, levenservaring en leiderschapspotentieel. Juist daarom is het van belang dat toekomstige edities nog doelgerichter bruggen slaan naar de districten. Een werkelijk nationaal podium moet ook werkelijk nationaal aanvoelen. Ā  Kritisch, maar vooral opbouwend Deze kritische kanttekeningen doen echter niets af aan de betekenis van wat reeds is bereikt. Integendeel: zij onderstrepen juist de groeimogelijkheden van een initiatief dat zijn waarde al lang heeft bewezen. Het National Speech Contest is een krachtig instrument van jeugdvorming. Hier worden niet alleen sprekers gevormd, maar ook burgers, denkers en toekomstige leiders. Ā  Jongeren leren hier dat woorden verantwoordelijkheid dragen. Dat taal niet alleen kan vermaken, maar ook kan genezen, waarschuwen, inspireren en richting geven. Ā  De strijd om meer dan een titel De strijd om de titel Best Speaking Student of Suriname 2026 is daarmee veel meer dan een competitie tussen acht finalisten. Het is een strijd van ideeĆ«n, van moed en van stem. Het is een moment waarop jongeren niet alleen spreken, maar ook gehoord worden. Waar woorden bruggen kunnen slaan tussen school en samenleving, tussen droom en daad, tussen individu en natie. Ā  Deelnemende scholen Algemene Middelbare School (AMS)Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO)Ewald P. Meyer Lyceum (Lyco 2)Miranda Lyceum (Lyceum 1) Ā  Finalisten Zebeda PatriceChayenne EtnelChayah LauwerendsKayla LiengaChenice KortstamJayden PostSilomi Louisville Ā  Jongeren als stem van morgen Met deze groep jonge sprekers wordt duidelijk dat Suriname over jeugd beschikt die kan nadenken, formuleren en overtuigen. Dat is geen geringe zaak. In het spreken van jongeren klinkt vaak al de richting van morgen door. Wie luistert naar hun woorden, hoort iets van het land dat Suriname kan worden. Ā  Een investering in nationale ontwikkeling Laat he contest daarom niet slechts worden gezien als een eenmalige happening, maar als een investering in nationale ontwikkeling. Wie jongeren leert om helder te denken en waardig te spreken, helpt een land om beter te kiezen, beter te begrijpen en beter samen te leven. Ā  De toekomst van Suriname klinkt het sterkst wanneer zij niet schreeuwt, maar spreekt met inhoud. Krachtig. Doordacht. En vol overtuiging. Ā  Henk Doelwijt https://youtu.be/lmMk1UyxxtU

De toekomst van Suriname klinkt: krachtig, doordacht en vol overtuiging Read More Ā»

Pre-Generale National Speech Contest 2026

Pre-Generale National Speech Contest 2026 ZATERDAG 18 APRIL 2026 LIVE BIJ LIEN & WIMĀ Ā Bereid je voor op een middag vol talent, inspiratie en krachtige woorden tijdens de Pre-Generale National Speech Contest 2026!Ā Bij Lien en Wim CafĆ© verwelkomen wij de beste jonge sprekers van Suriname, die strijden om de titel Best Speaking Student of Suriname 2026.Ā Ook Live uitgezonden via de Facebook page van Stichting Pro-humaniteit.Dit is geen gewone wedstrijd…Dit is een podium waar ideeĆ«n tot leven komen,waar jongeren hun stem laten horen,en waar de toekomst van Suriname spreekt.Ā Locatie: Lien en Wim CafĆ©Verlengde Gemenelandsweg #200Zaterdag 18 april 2026Aanvang: 12:00 uurMet deelnemers van: AMS | VWO | Lyco 2 | Lyco 1Ā Kom ondersteunen. Kom luisteren. Kom beleven.Want jouw aanwezigheid geeft deze jonge stemmen kracht.Ā 

Pre-Generale National Speech Contest 2026 Read More Ā»

Paasgang van Licht

Paasgang van Licht Van Palmzondag tot Pasengaat de weg van onze Heer,van jubel naar verwerping,van liefde naar het kruis,van stilte naar de morgenwaarin het leven overwon. Ā  Palmzondag Hosanna klonk in de straten,palmtakken bewogen in de wind.Daar reed de Koning van de Vrede,zachtmoedig, nederig, heilig.Niet gedragen door aardse macht,maar door de wil van God. Ā  Witte Donderdag Aan tafel brak Hij het brood,deelde Hij de beker rond,en gaf Hij zichzelfals teken van eeuwige liefde.De Meester knielde neeren diende met reine handen. Ā  Goede Vrijdag Toen werd de hemel donker,en de aarde beefde stil.Aan het kruis droeg Hij de zonde,de smart, de schuld van velen.Wat mensen tot einde maakten,maakte God tot begin van genade. Ā  Stille Zaterdag Daarna kwam de grote stilte,het zwijgen van graf en steen.De hoop lag als een zaad verborgenin de donkere schoot van de aarde.Maar in het zwijgen van die dagwerkte reeds Gods verborgen Kracht Ā  De Paasdagen En zie, de morgen brak aan.De steen was weggewenteld.Het graf was leeg.De dood had niet het laatste woord.Christus is opgestaan,de Levende leeft. Ā  Nieuw Licht Ā  Nu zingt de kerk van overwinning,nu ademt de wereld nieuw licht,nu mag elk bedroefd hart weten:geen nacht duurt eeuwig,geen graf houdt stand,geen duisternis wint van God. Ā  De eeuwige morgen Ā  Van Palmzondag tot Pasenloopt de liefde haar heilige weg En aan het einde van die wegstaat niet de dood,maar het leven,niet het zwijgen,maar de eeuwige morgen. Ā  Christus is opgestaan.Hij is waarlijk opgestaan! https://youtu.be/6p61lBeMxxM

Paasgang van Licht Read More Ā»

29 jaar Stichting De Stem

Apostel Carlo Lansdorf van Kinderen van het Licht Ministries en Stichting de Stem 29 jaar Stichting De Stem De sociale zuil van Kinderen van het Licht Ministries Ā  Op 1 april 2026 herdenkt Stichting De Stem haar 29-jarig bestaan. Daarmee gaat zij haar dertigste levensjaar in. Dat is niet slechts een datum op de kalender, maar een moment van bezinning, dankbaarheid en erkenning. Negenentwintig jaar lang heeft deze stichting haar plaats ingenomen in de Surinaamse samenleving als een instelling van opvang, begeleiding, herstel en geestelijke ondersteuning. In een wereld waarin velen verdwalen in verslaving, psychische nood, sociale ontwrichting of een gebrek aan perspectief, is Stichting De Stem uitgegroeid tot een baken van hoop. Ā  Dit jubileummoment nodigt uit om niet alleen stil te staan bij de jaren die voorbij zijn gegaan, maar vooral bij de betekenis van het werk dat in die jaren is verricht. Achter de naam Stichting De Stem ligt immers een geschiedenis van roeping, dienstbaarheid, opoffering en geloof in de herstelkracht van de mens. Ā  Een stichting met een roeping Ā  Stichting De Stem is in de loop van de jaren meer geworden dan een maatschappelijke instelling. Zij is een werkplek van barmhartigheid geworden, een plaats waar mensen die door omstandigheden, verkeerde keuzes of diepe innerlijke strijd aan de rand van het leven zijn beland, opnieuw als mens worden gezien. Niet als dossier. Niet als probleemgeval. Niet als last. Maar als een mens met waardigheid, een verleden, een pijn en een toekomst. Ā  Juist die benadering maakt Stichting De Stem bijzonder. Waar de samenleving soms geneigd is mensen af te schrijven, heeft De Stem door de jaren heen het tegenovergestelde gedaan. De stichting heeft volgehouden dat herstel mogelijk is. Dat een mens niet samenvalt met zijn diepste val. Dat wie gebroken is, niet waardeloos is. En dat begeleiding, discipline, liefde en geestelijke richting samen een weg kunnen openen naar een nieuw begin. Ā  De geestelijke zuil van Kinderen van het Licht Ministries Ā  In het bijzonder moet worden vermeld dat Stichting De Stem de geestelijke zuil is van Kinderen van het Licht Ministries. Daarmee is zij niet slechts een afzonderlijke hulpverleningsorganisatie, maar ook een wezenlijk onderdeel van een bredere geestelijke roeping en bediening. Waar Kinderen van het Licht Ministries staat voor geloof, verkondiging, geestelijke vorming en het uitdragen van christelijke waarden, belichaamt Stichting De Stem diezelfde waarden in de praktijk van opvang, begeleiding en herstel. Ā  De bediening in de praktijk Ā  De stichting geeft concrete handen en voeten aan de geestelijke opdracht van de bediening. Zij laat zien dat geloof niet alleen wordt beleden in woorden, liederen of samenkomsten, maar ook zichtbaar wordt in de zorg voor de gewonde mens, de zoekende mens en de gevallen mens. Juist daardoor heeft Stichting De Stem een bijzondere plaats gekregen: als geestelijke pijler, als werkarm van ontferming en als levend bewijs dat christelijke betrokkenheid maatschappelijke relevantie heeft. Ā  Negenentwintig jaar dienst aan de kwetsbare mens Ā  Wie terugkijkt op 29 jaar Stichting De Stem, ziet een geschiedenis van volharding in moeilijke omstandigheden. Het werkveld van de stichting was nooit eenvoudig. Werken met mensen die kampen met verslaving, psychische problemen, een detentieverleden of maatschappelijke ontsporing vraagt meer dan goede bedoelingen. Het vraagt om geduld, geloof, discipline, wijsheid en innerlijke kracht. Ā  Menselijkheid niet loslaten Ā  Door de jaren heen heeft Stichting De Stem zich gericht op mensen die elders vaak geen plaats meer vonden. Mensen die vastliepen in hun gezin, hun werk, hun sociale omgeving of in zichzelf. Mensen die door anderen dikwijls met wantrouwen of onbegrip werden bekeken. De stichting koos er bewust voor juist naar die mensen toe te gaan. Niet om hun fouten goed te praten, maar om hun menselijkheid niet los te laten. Ā  Daarmee heeft De Stem niet alleen individuen geholpen, maar ook families geraakt, relaties hersteld en het maatschappelijk besef versterkt dat echte hulpverlening meer is dan symptoombestrijding. Werkelijk herstel vraagt om aandacht voor lichaam, geest, gedrag, omgeving en zingeving. Ā  Een plaats van herstel en wederopbouw Ā  Het werk van Stichting De Stem moet worden begrepen als meer dan opvang alleen. Het gaat om herstel in de volle breedte van het mens-zijn. Een mens die is vastgelopen, moet niet alleen worden beschermd tegen verder verval, maar ook worden begeleid naar innerlijke ordening, hernieuwd zelfrespect en maatschappelijke herinschakeling. Daarin ligt de waarde van het werk dat de stichting verricht. Ā  Herstel is immers geen ogenblikkelijke gebeurtenis, maar een proces. Een weg van vallen en opstaan. Een weg waarop correctie, begeleiding, gebed, structuur en menselijke nabijheid noodzakelijk zijn. De Stem heeft in die lange periode bewezen bereid te zijn die weg samen met mensen te lopen: niet vluchtig, niet oppervlakkig, maar met toewijding. Ā  Juist dat maakt dit 29-jarig bestaan, en de overgang naar het dertigste levensjaar, zo betekenisvol. Een instelling blijft niet bijna drie decennia bestaan op basis van toeval. Dat gebeurt alleen wanneer er overtuiging achter schuilt, wanneer er mensen zijn die het werk dragen en wanneer het bestaan van die instelling beantwoordt aan een werkelijke nood in de samenleving. Ā  Betekenis voor Suriname Ā  De geschiedenis van Stichting De Stem raakt aan bredere vragen over Suriname als samenleving. Hoe gaan wij om met mensen die afglijden? Hoe kijken wij naar verslaving, psychische kwetsbaarheid, detentie en sociale ontwrichting? Zijn wij bereid mensen alleen te veroordelen, of durven wij ook te investeren in hun herstel? Ā  In dat opzicht heeft Stichting De Stem een voorbeeldfunctie vervuld. De stichting houdt de samenleving een spiegel voor. Zij laat zien dat beschaving niet alleen blijkt uit economische vooruitgang of politieke ontwikkeling, maar ook uit de manier waarop wij omgaan met de zwaksten, de gekwetsten en de ontspoorden. Een land dat ruimte maakt voor herstel, bewijst dat het zijn menselijkheid niet verloren heeft. Ā  Daarom mag worden gezegd dat Stichting De Stem niet alleen een instelling is voor individuele hulpverlening, maar ook een morele aanwezigheid in de samenleving. Zij herinnert ons eraan dat niemand definitief mag worden opgegeven, dat barmhartigheid geen zwakte is maar een kracht, en

29 jaar Stichting De Stem Read More Ā»

Melisa Panka MA leest tegen de koloniale logica in

Melisa Panka MA leest tegen de koloniale logica in Een bijdrage aan de Surinaamse geschiedschrijving Ā  Met grote blijdschap en trots maken wij bekend dat Melisa Christina Panka gehuwd Doelwijt haar studie: Master of Arts in Geschiedenis aan de Faculteit der Humaniora van de Anton de Kom Universiteit van Suriname, heeft voltooid en is afgestudeerd met haar masterthesis. Ā  Het Staatstoezicht Met het onderzoek naar het koloniaal beleid tijdens de periode van het Staatstoezicht en de overlevingsstrategieĆ«n van de vrijgemaakten gedurende die periode, levert zij een bijdrage aan de Surinaamse geschiedschrijving. Ā  In dit onderzoek belicht Melisa Panka een periode uit onze geschiedenis en schenkt zij bijzondere aandacht aan de veerkracht, waardigheid en overlevingskracht van de vrijgemaakten. Haar werk getuigt van toewijding, wetenschappelijke ernst en historisch besef. Ā  Deze mijlpaal is niet alleen een persoonlijke overwinning, maar ook een moment van vreugde voor allen die haar op deze weg hebben ondersteund en aangemoedigd. Ā  Wij feliciteren Melisa Christina Panka van harte met deze prachtige academische prestatie en wensen haar Gods rijke zegen, wijsheid en verdere voorspoed toe op haar levens- en loopbaanpad. Ā Master of Arts in Geschiedenis Ā  Met haar onderzoek naar het koloniaal beleid tijdens de periode van het Staatstoezicht en de overlevingsstrategieĆ«n van de vrijgemaakten levert Melisa Christina Panka een bijdrage aan de Surinaamse geschiedschrijving. De studie werd ingediend op 30 maart 2026 bij de Anton de Kom Universiteit van Suriname, Faculteit der Humaniora, ter verkrijging van de graad van Master of Arts in Geschiedenis. Ā  De keuze van het onderwerp Ā  De kracht van deze thesis ligt in de keuze van het onderwerp. Panka richt haar blik op het Staatstoezicht in de periode 1863–1873, een fase die wel bekend is, maar in de geschiedschrijving vaak onvoldoende vanuit het perspectief van de vrijgemaakten is onderzocht. Ā  Zij laat zien dat de formele afschaffing van de slavernij niet automatisch samenviel met werkelijke vrijheid. Volgens haar analyse diende het Staatstoezicht vooral om de plantage-economie te beschermen, arbeidsdwang voort te zetten en bestaande raciale machtsverhoudingen in stand te houden. Tegelijk toont zij aan dat vrijgemaakten, ondanks deze zware beperkingen, uiteenlopende strategieĆ«n ontwikkelden om hun autonomie te vergroten. Diepgang en analytisch scherp Ā  Methodologisch is dit werk stevig opgebouwd. Panka baseert zich op archiefonderzoek, literatuurstudie en orale traditie en benadert haar materiaal vanuit een subalterne invalshoek, aangevuld met theoretische inzichten uit onder meer de Critical Race Theory, Durkheim en de copingtheorie van Lazarus en Folkman. Dat geeft de studie historische diepgang en analytische scherpte. Vooral haar poging om ā€œde geschiedenis van onderuitā€ te schrijven, maakt het proefschrift relevant voor zowel de academie als het bredere maatschappelijke debat in Suriname. Ā  Slachtofferschapsperspectief doorbroken Ā  Panka blijft niet steken in de beschrijving van onderdrukking alleen. Zij brengt ook de veerkracht, agency en gemeenschapsvorming van de vrijgemaakten naar voren. Daarmee doorbreekt zij een eenzijdig slachtofferschapsperspectief. In haar conclusie komt zij uit bij een kernformule die nazindert. Het Staatstoezicht was juridisch geen voortzetting van de slavernij, maar wel een systeem van ā€œvrijheid in gebondenheidā€. Die formulering vat de historische tragiek, de analytische kracht van deze thesis samen. Ā  Suriname geen geĆÆsoleerd geval Ā  De vergelijkende blik naar Brits-Guyana versterkt het werk. Hierdoor wordt duidelijk dat Suriname geen geĆÆsoleerd geval was, maar deel uitmaakte van een bredere koloniale logica waarin emancipatie werd toegestaan zonder de onderliggende machtsstructuren werkelijk af te breken. Dat maakt deze thesis niet alleen belangrijk voor de nationale geschiedschrijving, maar ook voor bredere CaraĆÆbische en diasporische studies. Historische ernst Ā  Waar deze studie sterk betrokken en moreel bewogen klinkt, is dat geen zwakte maar eerder een teken van historische ernst. Panka schrijft niet koel op afstand, maar met een duidelijke verantwoordelijkheid tegenover hen van wie de stemmen in het archief vaak slechts indirect hoorbaar zijn. Dat maakt deze scriptie menselijk en geĆ«ngageerd. In haar eigen woorden wil zij bijdragen aan heling, bewustwording en een dieper begrip van vrijheid. Die ambitie is voelbaar in het hele werk. Ā  Maatschappelijk relevante studie Ā  Melisa Panka studeert af met een thesis die ertoe doet. Dit is een verdienstelijke, zorgvuldig opgebouwde en maatschappelijk relevante studie. Zij verdient waardering, niet alleen omdat zij een academische mijlpaal bereikt, maar vooral omdat zij met dit werk een wezenlijke bijdrage levert aan het historisch bewustzijn van Suriname. Ā  Bijdrage aan Surinaamse geschiedschrijving Ā  Op 30 maart 2026 werd de de thesis ingediend bij de Anton de Kom Universiteit van Suriname, Faculteit der Humaniora, studierichting Geschiedenis, ter verkrijging van de graad van Master of Arts in Geschiedenis. Ā  Dr. Hans Ramsoedh en Jerome Egger waren als begeleiders en beoordelaars verbonden aan dit academisch traject. Ā  Melisa Christina Panka gehuwd Doelwijt levert een bijdrage aan de Surinaamse geschiedschrijving. Ā  De kracht van het onderwerp Ā  Melisa Panka richt zich op het Staatstoezicht (1863–1873), een fase die volgde op de formele afschaffing van de slavernij, waarin de vrijheid van de vrijgemaakten in juridisch, sociaal en economisch opzicht sterk werd ingeperkt. Dat spanningsveld maakt haar onderzoek historisch relevant. Ā  Waardigheid bewaren Ā  Zij toont aan dat het Staatstoezicht niet zomaar een overgangsfase was, maar een doelbewust koloniaal systeem dat erop gericht was de plantage-economie te beschermen, arbeidsdwang voort te zetten en de bestaande machtsstructuren te handhaven. Tegelijk laat zij zien dat de vrijgemaakten binnen die benauwde werkelijkheid eigen strategieĆ«n ontwikkelden om te overleven, waardigheid te bewaren en hun autonomie te vergroten. Ā  Poging tot historisch herstel Ā  Zij blijft niet steken in een beschrijving van koloniale onderdrukking. De auteur kiest voor een benadering waarin de veerkracht, de capaciteit van individuen om zelf te kiezen en creativiteit van de vrijgemaakten centraal staan. Ā  Historisch herstel Ā  Dat verleent de thesis een menselijk en moreel gewicht. Hier spreekt niet alleen de historica, maar ook iemand die beseft dat geschiedenis over mensen van vlees en bloed gaat, over verlies en vernedering, maar ook over weerstand, gemeenschapsvorming en geestelijke kracht. In dat opzicht is deze thesis meer dan een academische oefening; zij is ook een poging tot historisch herstel. Ā  Tegen de koloniale logica inlezen Ā  Melisa Panka baseert

Melisa Panka MA leest tegen de koloniale logica in Read More Ā»

Een uitnodiging tot actie

Een uitnodiging tot actie In deze reeks onderzoeken wij hoe migratie, arbeid en de olie- en gassector Suriname kunnen veranderen. Elk deel belicht een ander aspect van dit vraagstuk en nodigt uit tot bezinning, dialoog en richting. Ā  Deel 10 van 10 Ā  Naar een breed maatschappelijk pact Ā  Na negen essays over migratie, arbeid, economie, beleid en waarden, rest geen conclusie in klassieke zin. Wat resteert is een keuze. Niet alleen voor de overheid, maar voor de samenleving als geheel. De vraag is niet langer wat Suriname moet doen, maar wie verantwoordelijkheid neemt. Ā  De grenzen van beleid Beleid is noodzakelijk, maar niet voldoende. Wetgeving kan kaders stellen, inspecties kunnen handhaven, en plannen kunnen richting geven. Maar geen enkele maatregel slaagt zonder maatschappelijke bedding. Ā  Migratiebeheer, arbeidsregie en sociale samenhang zijn geen technocratische dossiers. Ze raken aan dagelijkse keuzes: wie we aannemen, hoe we samenleven, wat we accepteren en waar we grenzen stellen. Ā  Een pact, geen programma Ā  Wat Suriname nodig heeft, is geen nieuw beleidsdocument, maar een maatschappelijk pact: een gedeeld besef dat sommige vraagstukken groter zijn dan partijpolitiek, belangengroepen of korte termijn. Zo’n pact vraagt geen uniformiteit, maar overeenstemming over kernprincipes: dat gastvrijheid samengaat met regels, dat arbeid waardigheid verdient, dat kwetsbare groepen bescherming behoeven; dat economische groei ten dienste staat van de samenleving, dat rechten en plichten onlosmakelijk verbonden zijn. Ā  De rol van elke Schakel Een maatschappelijk pact leeft alleen wanneer iedere schakel haar rol erkent. De overheid moet helder zijn, consistent handelen en aanspreekbaar blijven. Werkgevers dragen verantwoordelijkheid voor eerlijke arbeid en naleving van regels. Onderwijsinstellingen vormen burgers, niet alleen werknemers. Religieuze en maatschappelijke organisaties bewaken waarden en dialoog. Media dragen bij aan nuance, niet aan polarisatie. Burgers spreken zich uit, maar ook elkaar aan. Geen enkele groep staat buiten dit geheel. Ā  Jongeren als dragers van de toekomst Jongeren erven niet alleen de opbrengsten van beleid, maar ook de gevolgen van nalatigheid. Zij groeien op in een samenleving die verandert: demografisch, economisch en cultureel. Hen voorbereiden op die werkelijkheid is geen luxe, maar plicht. Participatie, vakmanschap en burgerschapszin vormen de basis waarop een duurzame toekomst rust. Ā  Van toeschouwer naar mede-eigenaarĀ Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā  De grootste dreiging voor Suriname is niet migratie, olie of globalisering. Het is onverschilligheid. Wanneer burgers toeschouwers worden van hun eigen samenleving, verschuift macht naar informele structuren en kortetermijnbelangen. Een pact nodigt uit tot mede-eigenaarschap. Tot betrokkenheid. Tot het besef dat samenleven onderhoud vergt. Ā  Suriname is meer dan een grondgebied. Het is een gemeenschap van mensen met een gedeelde geschiedenis en een gezamenlijke toekomst. Die toekomst wordt niet bepaald door ƩƩn sector, ƩƩn groep of ƩƩn moment. De olie mag rijkdom brengen. Migratie mag dynamiek brengen. Maar alleen rechtvaardigheid, verantwoordelijkheid en verbondenheid maken die rijkdom duurzaam. Ā  Deze bundel is geschreven vanuit noodzaak. Suriname bevindt zich in een periode van ingrijpende verandering. Economische verwachtingen, gedreven door de opkomst van de olie- en gassector, gaan gepaard met demografische verschuivingen die zich grotendeels buiten het publieke zicht hebben voltrokken. Migratie – legaal, semilegaal en illegaal – heeft zich ontwikkeld tot een structurele factor in arbeid, huisvesting, cultuur en sociale verhoudingen. Toch bleef een samenhangend nationaal gesprek hierover lange tijd uit. Ā  Deze essayreeks is een poging dat gesprek alsnog te voeren. Niet vanuit angst of veroordeling, maar vanuit analyse, verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de toekomst van het land. Ā  De teksten in deze bundel zijn ontstaan uit observatie van de dagelijkse realiteit: op de werkvloer, in buurten, in het binnenland en binnen instituties. Zij brengen in kaart hoe onbeheerde migratie, gesloten netwerken, verdringing en beleidsarmoede elkaar versterken. Tegelijk laten zij zien dat deze ontwikkelingen geen noodlot zijn, maar het gevolg van keuzes — of het uitblijven daarvan. Ā  De bundel volgt een bewuste opbouw. Eerst wordt het probleem benoemd en geduid, vervolgens worden de mechanismen en gevolgen blootgelegd. Daarna wordt Suriname gespiegeld aan internationale ervaringen. Vanuit die analyse worden beleidsopties aangereikt, waarna de economische belofte van de olie- en gassector kritisch wordt getoetst. De reeks sluit af met bezinning, visie en een oproep tot gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ā  Wat deze essays bindt, is het uitgangspunt dat gastvrijheid en begrenzing geen tegenpolen zijn. Een rechtvaardige samenleving vraagt om menselijkheid Ć©n regie. Om openheid Ć©n regels. Om economische groei Ć©n sociale bescherming. Zonder die balans ontstaat geen inclusieve toekomst, maar fragmentatie. Ā  Deze bundel pretendeert niet alle antwoorden te geven. Zij beoogt wel helderheid te scheppen, woorden te geven aan wat velen ervaren, en richting te bieden voor beleid en maatschappelijk handelen. Bovenal is zij een uitnodiging: tot eerlijk debat, tot volwassen keuzes en tot hernieuwde betrokkenheid bij het gezamenlijke project dat Suriname is. Ā  Moge deze essays bijdragen aan een samenleving waarin niemand wordt vergeten, niemand wordt uitgesloten, en waarin vooruitgang hand in hand gaat met rechtvaardigheid.

Een uitnodiging tot actie Read More Ā»

Naar een nationale wedergeboorte

Naar een nationale wedergeboorte In deze reeks onderzoeken wij hoe migratie, arbeid en de olie- en gassector Suriname kunnen veranderen. Elk deel belicht een ander aspect van dit vraagstuk en nodigt uit tot bezinning, dialoog en richting.   Deel 9 van 10   Van beleidsvisie tot sociale rechtvaardigheid   Een nationale wedergeboorte voltrekt zich niet via wetten alleen. Zij ontstaat wanneer een samenleving opnieuw definieert wat zij belangrijk vindt, wat zij beschermt en wat zij wil doorgeven. Dat vraagt om een gedeelde inspanning van overheid, burgers en instituties. Wij zien waar het schuurt: in arbeid, huisvesting, onderwijs, cultuur en vertrouwen. Deze domeinen hangen samen. Wie ze afzonderlijk benadert, mist het grotere geheel.   Herstel van vertrouwen       Vertrouwen is de onzichtbare infrastructuur van elke samenleving. Waar het ontbreekt, verhardt het debat en verdampt solidariteit. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat regels gelden voor iedereen, dat beleid niet willekeurig is en dat offers eerlijk worden verdeeld. Migranten moeten erop kunnen vertrouwen dat registratie niet leidt tot misbruik, maar tot bescherming en perspectief. Zonder wederzijds vertrouwen blijft elk beleid fragiel.   Gelijke waardigheid, gedeelde verantwoordelijkheid Sociale rechtvaardigheid betekent niet dat iedereen hetzelfde is, maar dat iedereen telt. In een rechtvaardige samenleving zijn rechten gekoppeld aan plichten. Wie werkt, woont en onderneemt binnen Suriname, draagt bij en mag meedoen. Dit geldt voor burgers en nieuwkomers. Uitsluiting aan de ene kant en vrijblijvendheid aan de andere kant ondermijnen beiden de sociale samenhang.   Arbeid als verbindende Kracht Arbeid is meer dan inkomen; het is deelname. Een samenleving die arbeid marginaliseert, creëert afhankelijkheid en frustratie. Een samenleving die arbeid waardeert, bouwt aan eigenwaarde en gemeenschapszin. In de context van migratie en economische groei is arbeid het kruispunt waar beleid, cultuur en economie samenkomen. Daar ligt een sleutel tot wedergeboorte.   Onderwijs en vorming Geen wedergeboorte zonder investering in mensen. Onderwijs moet aansluiten bij de economie van morgen, maar ook bij de samenleving van vandaag. Technische vaardigheden, taal, burgerschap en ethiek zijn geen luxe, maar voorwaarden. Wie jongeren voorbereidt op participatie, voorkomt dat zij later toeschouwers worden.   Een moreel kompas Suriname heeft altijd geleund op waarden als verdraagzaamheid, solidariteit en menselijkheid. Die waarden zijn geen vanzelfsprekendheid; zij moeten worden onderhouden. In tijden van verandering is een moreel kompas essentieel om richting te houden. Dat kompas wijst niet naar uitsluiting, maar naar rechtvaardige ordening. Niet naar angst, maar naar verantwoordelijkheid.   Van probleemdenken naar toekomstdenken Een nationale wedergeboorte vraagt om een verschuiving in perspectief. Niet blijven hangen in wat misgaat, maar bouwen aan wat mogelijk is. Dat betekent erkennen wat fout liep, zonder daarin te blijven steken. Migratie, arbeid en olie zijn geen bedreigingen op zichzelf. Zij worden dat pas wanneer visie ontbreekt.

Naar een nationale wedergeboorte Read More Ā»

Tussen gastvrijheid en grenzen

Tussen gastvrijheid en grenzen In deze reeks onderzoeken wij hoe migratie, arbeid en de olie- en gassector Suriname kunnen veranderen. Elk deel belicht een ander aspect van dit vraagstuk en nodigt uit tot bezinning, dialoog en richting. Ā  Deel 8 van 10 Ā  Na zeven essays vol analyse, vergelijking en economische realiteitstoetsen, is het moment aangebroken om stil te staan. Niet om terug te blikken, maar om te wegen. Wat zeggen deze ontwikkelingen over Suriname zelf? Over wie wij zijn, en wie wij willen zijn in een tijd van snelle verandering? Deze beschouwing vormt geen afsluiting in de zin van afronding, maar een overgang: van beleid naar betekenis. Ā  Een land gevormd door migratieĀ Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā  Suriname is ontstaan uit migratie. Slavernij, contractarbeid en vrijwillige vestiging hebben mensen uit verschillende werelddelen samengebracht. Die geschiedenis heeft geleid tot een samenleving die diversiteit kent als kracht, en verdraagzaamheid als kernwaarde. Juist daarom raakt het huidige migratievraagstuk aan iets fundamenteels. Niet aan de aanwezigheid van nieuwkomers op zich, maar aan de manier waarop die aanwezigheid plaatsvindt: ongecontroleerd, ongereguleerd en vaak buiten het zicht van de staat. Ā  Wanneer gastvrijheid haar vorm verliest Gastvrijheid is geen grenzeloosheid. Zij veronderstelt wederkerigheid, respect voor regels en erkenning van de gemeenschap die ontvangt. Wanneer die elementen ontbreken, verliest gastvrijheid haar vorm en verandert zij in bestuurlijke nalatigheid. Dat is de kern van het huidige spanningsveld. Niet tussen Surinamers en migranten, maar tussen waarden en werkelijkheid. Tussen het ideaal van openheid en de noodzaak van ordening. Ā  De morele last van vrijblijvendheid Vrijblijvendheid lijkt humaan, maar is dat zelden. Wanneer illegaliteit wordt gedoogd zonder bescherming of perspectief, ontstaat structurele kwetsbaarheid. Mensen leven en werken in onzekerheid, terwijl de samenleving profiteert zonder verantwoordelijkheid te nemen. Tegelijk ervaren burgers dat regels niet voor iedereen gelijk gelden. Dat tast het vertrouwen aan, niet alleen in beleid maar in elkaar. Ā  Grenzen als moreel instrument Grenzen worden vaak gezien als tegenpool van menselijkheid. In werkelijkheid zijn zij een voorwaarde ervoor. Duidelijke grenzen beschermen niet alleen de gemeenschap, maar ook de migrant. Zij maken rechten afdwingbaar, plichten helder en misbruik zichtbaar. Een samenleving zonder grenzen laat de sterkste winnen. Een samenleving met rechtvaardige grenzen schept ruimte voor waardigheid. Ā  Tussen angst en ontkenning Het publieke debat over migratie beweegt vaak tussen twee uitersten: angst en ontkenning. Angst ziet elke migrant als bedreiging. Ontkenning ziet elk probleem als verzinsel. Beide blokkeren oplossingen. Wat nodig is, is volwassenheid: het vermogen om realiteit onder ogen te zien zonder de menselijke maat te verliezen. Ā  Een keuze die niet uitgesteld kan worden Suriname bevindt zich op een kruispunt. Economische groei, olie-inkomsten en migratie maken keuzes onvermijdelijk. Uitstel is ook een keuze, meestal de duurste. De vraag is niet of Suriname gastvrij blijft. De vraag is of het gastvrij blijft met regie.

Tussen gastvrijheid en grenzen Read More Ā»

De olie- en gassector

De olie- en gassector In deze reeks onderzoeken wij hoe migratie, arbeid en de olie- en gassector Suriname kunnen veranderen. Elk deel belicht een ander aspect van dit vraagstuk en nodigt uit tot bezinning, dialoog en richting. Ā  Deel 7 van 10 Ā  Hoop op werk, maar geen garantie Ā  Wij richten ons op de economische motor die veel verwachtingen oproept: de olie- en gassector. In publieke discussies wordt deze sector vaak gepresenteerd als oplossing voor werkloosheid, armoede en economische stagnatie. De realiteit is genuanceerder. Olie kan kansen scheppen, maar alleen onder specifieke voorwaarden. Zonder gericht beleid dreigt zij bestaande ongelijkheden juist te verdiepen. Ā  De belofte van olie De ontdekking van offshore olievoorraden heeft Suriname internationaal op de kaart gezet. Grote investeringen met projecten als GranMorgu in Blok 58, creĆ«ren het beeld van een economische doorbraak. Internationale conferenties en samenwerkingsverbanden versterken dat optimisme. De verwachting leeft dat olie duizenden banen zal opleveren en de staatsinkomsten structureel zal verhogen. Die verwachting is begrijpelijk, maar vraagt om realisme. Ā  Werkgelegenheid: cijfers en context De olie- en gassector is kapitaalintensief, niet arbeidsintensief. Tijdens de bouwfase ontstaan weliswaar duizenden directe en indirecte banen, maar deze zijn grotendeels tijdelijk. In de operationele fase neemt de werkgelegenheid aanzienlijk af en verschuift zij naar hooggespecialiseerde functies. Ā  Suriname beschikt momenteel over een beroepsbevolking waarvan het grootste deel laag- tot middelbaar opgeleid is. Slechts een beperkt percentage jongeren stroomt door naar technisch of hoger onderwijs. De mismatch tussen vraag en aanbod is dus structureel. Ā  Zonder ingrijpende investeringen in opleiding en training zullen veel sleutelposities worden ingevuld door buitenlandse specialisten. Ā  Buitenlandse expertise en lokale frustratie Internationale oliebedrijven werken volgens mondiale standaarden. Veiligheid, efficiĆ«ntie en ervaring zijn doorslaggevend. Dat verklaart de inzet van buitenlandse expertise, maar vergroot tegelijkertijd het risico dat Surinamers zich toeschouwers voelen in hun eigen economie. Ā  Wanneer lokale participatie zich beperkt tot ondersteunende functies, ontstaat frustratie. Niet omdat werk benedenwaardig is, maar omdat doorgroei en kennisoverdracht uitblijven. Olie wordt dan geen hefboom voor ontwikkeling, maar een enclave-economie. Ā  Local content: beleid of belofte? Local content wordt vaak genoemd als oplossing. In theorie kan het zorgen voor kennisoverdracht, lokale werkgelegenheid en ondernemerschap. In de praktijk blijkt local content zonder afdwinging echter kwetsbaar. Ā  Zonder duidelijke quota, monitoring en sancties blijft local content afhankelijk van goodwill. En goodwill verdwijnt zodra tijdsdruk, kosten en risico’s toenemen. De ervaring in andere olieproducerende landen leert dat alleen verplicht en meetbaar local content-beleid resultaat oplevert. Ā  Sociale bijwerkingen van economische groei Olie-inkomsten brengen niet alleen welvaart, maar ook bijwerkingen. Stijgende prijzen, druk op huisvesting, looninflatie en groeiende ongelijkheid zijn bekende fenomenen. In combinatie met migratie kan dit leiden tot sociale spanning: wie profiteert, wie betaalt de prijs? Ā  Zonder herverdeling en transparantie ontstaat een kleine groep winnaars en een grote groep toeschouwers. Dat is geen economisch probleem alleen, maar een sociaal risico. Ā  Olie vraagt meer dan economie Olie-exploitatie vraagt om bestuurlijke volwassenheid. Transparantie over contracten, publieke betrokkenheid bij besteding van inkomsten en investeringen in menselijk kapitaal zijn randvoorwaarden voor duurzaamheid. Als olie Suriname vooruit moet helpen, moet zij worden ingezet voor onderwijs, woningbouw, infrastructuur en diversificatie van de economie. Olie is een middel, geen doel. Ā  De olie- en gassector biedt hoop, maar geen garantie. Zij kan bijdragen aan werkgelegenheid en ontwikkeling, maar alleen wanneer zij wordt ingebed in een breder nationaal beleid dat inzet op opleiding, lokale participatie en sociale rechtvaardigheid. Zonder die inbedding dreigt Suriname het klassieke grondstoffenscenario te volgen: rijk aan bronnen, arm aan regie.

De olie- en gassector Read More Ā»

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiƫren