CampusEditor1

De sociale en economische gevolgen van ongereguleerde migratie

De sociale en economische gevolgen van ongereguleerde migratie In deze reeks onderzoeken wij hoe migratie, arbeid en de olie- en gassector Suriname kunnen veranderen. Elk deel belicht een ander aspect van dit vraagstuk en nodigt uit tot bezinning, dialoog en richting.   Deel 3 van 10   Het is zichtbaar hoe gesloten migrantennetwerken functioneren als efficiënte, maar afgeschermde systemen. In dit essay verschuift de blik naar buiten die netwerken. Want elke vorm van geslotenheid heeft gevolgen voor wie er geen deel van uitmaakt. Verdringing is geen abstract beleidsbegrip, maar een dagelijkse realiteit voor grote groepen in Suriname.   De centrale vraag is eenvoudig, maar confronterend: wie draagt de kosten van een systeem zonder regie?   Arbeid onder druk De meest directe vorm van verdringing doet zich voor op de arbeidsmarkt. In sectoren als bouw, landbouw, bewaking, transport en huishoudelijke dienstverlening worden Surinaamse werknemers steeds vaker geconfronteerd met concurrentie van migranten die lagere lonen accepteren, langere werkdagen maken en minder bescherming genieten.   Voor werkgevers is deze arbeid aantrekkelijk: flexibel, goedkoop en weinig veeleisend. Voor Surinamers betekent dit echter verlies van kansen. Niet omdat zij niet willen werken, maar omdat zij niet kunnen concurreren met voorwaarden die onder het bestaansminimum liggen. Het resultaat is een groeiend gevoel van uitsluiting op de eigen arbeidsmarkt en een verdere normalisering van informele arbeid.   Kleine ondernemers in het nauw Ook de kleine ondernemer betaalt een prijs. In de detailhandel en dienstverlening worden lokale bedrijven steeds vaker verdrongen door ondernemingen die opereren binnen gesloten herkomstnetwerken. Dankzij interne financiering, goedkope bevoorrading en familiekrachten als personeel kunnen zij prijzen hanteren waarmee individuele Surinaamse ondernemers niet kunnen wedijveren.   Dit leidt tot een stille verschuiving: buurtwinkels verdwijnen, zelfstandigen sluiten hun deuren of worden gedwongen mee te gaan in informele praktijken. De economische diversiteit verschraalt en ondernemerschap verliest zijn lokale worteling.   Inheemse gemeenschappen en het binnenland De zwaarste gevolgen van verdringing manifesteren zich in het binnenland. In traditionele leefgebieden van inheemse en tribale gemeenschappen worden economische activiteiten ontplooid zonder hun instemming of bescherming. Illegale goudwinning en houtkap brengen niet alleen ecologische schade toe, maar ondermijnen ook sociale structuren.   Land wordt onttrokken, water vervuild en veiligheid aangetast. Jongeren zien hun toekomst verdwijnen en trekken weg. Verdringing is hier geen marktmechanisme, maar een existentiële bedreiging van cultuur en leefwijze.   De stedelijke woningmarkt: een stille crisis Een minder zichtbaar, maar uiterst ontwrichtend effect is de druk op de woningmarkt. Grote aantallen migranten zoeken onderdak in stedelijke gebieden. Vaak gebeurt dit via overbewoning: meerdere gezinnen in één woning, tijdelijke constructies en ongereguleerde verhuur.   De gevolgen zijn voelbaar: stijgende huren, dalende woonkwaliteit en toenemende spanningen in wijken. Surinamers met een bescheiden inkomen vinden moeilijker betaalbare huisvesting. Jongeren blijven langer thuis wonen, terwijl kwetsbare groepen worden verdrongen naar slechtere woonomstandigheden.   Deze huisvestingsdruk raakt niet alleen sociale verhoudingen, maar ook veiligheid en volksgezondheid. Brandgevaar, overbelasting van voorzieningen en gebrek aan toezicht vormen een groeiend risico.   Sociale spanningen en verlies aan samenhang Verdringing werkt als een sluipend gif. Zij tast het gevoel van rechtvaardigheid aan. Waar mensen het idee krijgen dat regels niet gelijk worden toegepast, groeit wantrouwen. Niet alleen jegens migranten, maar ook jegens de overheid die het laat gebeuren.   Dit kan leiden tot polarisatie: wij tegen zij, autochtoon tegen nieuwkomer, formeel tegen informeel. De geschiedenis leert dat dergelijke spanningen, wanneer ze worden genegeerd, kunnen escaleren.   Verdringing is een beleidskeuze Verdringing is geen automatisch gevolg van migratie, maar van onbeheerde migratie. Waar geen regels zijn, wint de sterkste. Waar geen handhaving is, verdwijnt solidariteit. De prijs wordt betaald door wie zich wel aan regels houdt, maar daardoor kwetsbaar wordt.   Suriname staat voor de vraag of het deze ontwikkeling accepteert als onvermijdelijk, of erkent als corrigeerbaar. Want zonder ingrijpen dreigt een samenleving waarin winnaars en verliezers niet worden bepaald door inzet of talent, maar door toegang tot informele macht.   Vooruitblik De vraag is nu hoe andere landen omgaan met vergelijkbare spanningen. Is verdringing een onvermijdelijk lot, of bestaan er alternatieven? In de volgende aflevering plaatsen we de Surinaamse ervaring in internationaal perspectief.

De sociale en economische gevolgen van ongereguleerde migratie Read More »

De gesluierde netwerken

De gesluierde netwerken In deze reeks onderzoeken wij hoe migratie, arbeid en de olie- en gassector Suriname kunnen veranderen. Elk deel belicht een ander aspect van dit vraagstuk en nodigt uit tot bezinning, dialoog en richting.   Deel 2 van 10   Gesloten gemeenschappen en georganiseerde macht   Het is duidelijk dat illegale migratie in Suriname geen tijdelijk of marginaal verschijnsel meer is, maar een structureel probleem. De vraag die zich nu aandient, is hoe deze illegaliteit zich kan handhaven en zelfs uitbreiden. Het antwoord ligt niet alleen in zwakke handhaving of open grenzen, maar vooral in de manier waarop migranten zich organiseren.   Dit essay onderzoekt de gesloten netwerken die ontstaan binnen delen van de migrantenpopulatie: economisch efficiënt, sociaal afgeschermd en grotendeels onttrokken aan toezicht.     Wat zijn gesloten netwerken? Gesloten netwerken zijn gemeenschappen die functioneren met een eigen interne infrastructuur: arbeid, huisvesting, krediet, communicatie en sociale zorg blijven binnen de groep. Contact met de bredere samenleving is minimaal en vaak functioneel van aard. De buitenwereld is werkterrein, niet leefwereld.   Deze netwerken zijn niet per definitie crimineel. Ze ontstaan vaak uit noodzaak: taalbarrières, wantrouwen jegens autoriteiten en de behoefte aan bescherming. Maar wanneer zij langdurig buiten regulering blijven, ontwikkelen ze zich tot parallelle systemen die de rol van de staat deels overnemen.   Economische eilanden binnen een open economie In Suriname zijn verschillende van deze netwerken zichtbaar. In het binnenland opereren Braziliaanse goudzoekers in afgelegen gebieden. Zij brengen hun eigen logistiek mee: transport, brandstof, wapens, communicatie en bevoorrading. De economische activiteit is intensief, maar vindt grotendeels buiten formele kanalen plaats. De staat is er afwezig of slechts sporadisch aanwezig.   In stedelijke gebieden zien we een andere vorm van geslotenheid. Binnen delen van de detailhandel en horeca functioneren ondernemingen die volledig leunen op familie- en herkomstnetwerken. Arbeid, kapitaal en goederenstromen blijven intern. De efficiëntie is hoog, de integratie laag. Lokale arbeidskrachten worden zelden aangetrokken; taal en vertrouwen fungeren als selectiecriteria.   Ook andere migrantengroepen organiseren zich rond informele structuren: gezamenlijke huisvesting, interne kredietsystemen, religieuze leiders of bemiddelaars die conflicten oplossen zonder tussenkomst van officiële instanties. Hierdoor ontstaat een economisch eiland binnen de nationale economie.   Onzichtbaarheid als kracht De kracht van gesloten netwerken ligt in hun onzichtbaarheid. Omdat activiteiten verspreid zijn, informeel verlopen en zich afspelen binnen de eigen kring, zijn zij moeilijk te controleren. Inspecties bereiken hen niet of zelden. Belastingen worden beperkt afgedragen of omzeild. Arbeidswetgeving geldt in theorie, maar niet in de praktijk. Dit heeft twee belangrijke gevolgen:   Machtsconcentratie Wie toegang heeft tot werk, huisvesting en krediet binnen het netwerk, verkrijgt aanzienlijke invloed. Leiderschap ontstaat niet democratisch, maar functioneel.   Kwetsbaarheid voor misbruik Afhankelijkheid maakt leden vatbaar voor uitbuiting, schuldbinding en intimidatie. De geslotenheid beschermt niet alleen tegen de staat, maar ook tegen externe hulp.   Voor de samenleving Gesloten netwerken hebben een ontwrichtend effect wanneer zij zich uitbreiden zonder tegenwicht. Zij verstoren eerlijke concurrentie, drukken lonen en versterken sociale segregatie. Voor buitenstaanders ontstaat het gevoel dat er parallelle regels gelden: andere werktijden, andere lonen, andere normen.   Dit voedt wantrouwen en frustratie. Niet omdat migranten aanwezig zijn, maar omdat hun aanwezigheid zich onttrekt aan gedeelde spelregels. Waar regels niet uniform worden toegepast, ontstaat sociale spanning.   Internationaal is dit patroon bekend. In verschillende landen zijn gesloten gemeenschappen uitgegroeid tot blijvende enclaves, met eigen rechtssystemen, onderwijs en informele macht. De les is telkens dezelfde: hoe langer geslotenheid voortduurt, hoe moeilijker integratie wordt.   Openheid vraagt beleid Geslotenheid is geen cultureel lot, maar een beleidsuitkomst. Waar de staat afwezig is, vullen netwerken het vacuüm. Waar ontmoeting niet wordt gefaciliteerd, groeit segregatie. Waar arbeid niet wordt gereguleerd, wint informele macht terrein.   De oplossing ligt niet in repressie alleen, maar in gerichte openheid: taalonderwijs, arbeidsregistratie, handhaving met menselijke maat en structurele interactie tussen gemeenschappen. Zonder beleid dat ontmoeting afdwingt en mogelijk maakt, blijven netwerken gesloten en invloedrijk.   Vooruitblik Gesloten netwerken zijn efficiënt voor wie erin participeert. Maar zij hebben een prijs. Die prijs wordt niet betaald binnen de netwerken zelf, maar daarbuiten: door arbeiders, kleine ondernemers, inheemse gemeenschappen en kwetsbare stedelingen.

De gesluierde netwerken Read More »

Illegaliteit als structureel probleem

Illegaliteit als structureel probleem In deze reeks onderzoeken wij hoe migratie, arbeid en de olie- en gassector Suriname kunnen veranderen. Elk deel belicht een ander aspect van dit vraagstuk en nodigt uit tot bezinning, dialoog en richting.   Deel 1 van 10   Hoe migratie in Suriname uitgroeide tot een parallel systeem   Suriname verandert. Niet via een aangekondigde hervorming, niet via wetgeving of verkiezingen, maar via een stille verschuiving in samenstelling, arbeid en ruimtegebruik. Migratie, legaal, semilegaal en illegaal heeft zich ontwikkeld van randverschijnsel tot structurerende kracht binnen de samenleving. Dit essay onderzoekt hoe illegaliteit geen incident meer is, maar een systeem is geworden, met diepgaande gevolgen voor de staat, de economie en de sociale samenhang.   De omvang van het verschijnsel Hoewel exacte cijfers ontbreken, wijzen samenlopende schattingen erop dat tussen de 90.000 en 125.000 migranten in Suriname verblijven. Dat betekent dat 20 tot 25 procent van de bevolking van buitenlandse herkomst is, waarvan een aanzienlijk deel ongedocumenteerd. Deze mensen zijn actief in sectoren die cruciaal zijn voor het dagelijks functioneren van het land: bouw, landbouw, visserij, detailhandel, beveiliging, huishoudelijke arbeid en delen van de informele dienstverlening.   Deze instroom staat in schril contrast met de binnenlandse arbeidsmarkt. De werkloosheid schommelt rond de 15 procent, terwijl circa 28 procent van de beroepsbevolking als ambtenaar werkt. Er is dus tegelijkertijd sprake van arbeidsoverschot én arbeidsimport. Dat spanningsveld vormt de kern van het probleem.   Oorzaken: meer dan grensoverschrijding Illegale migratie is geen op zichzelf staand fenomeen. Zij is het resultaat van een samenloop van factoren: regionale crises in landen als Venezuela, Cuba en Haïti. Economische aantrekkingskracht door goudwinning en de opkomende olie- en gassector. Zwakke grensbewaking en beperkte handhavingscapaciteit. Een arbeidsmarkt zonder duidelijke regulering. Corruptie en mensensmokkel als faciliterende structuren. Suriname heeft in de praktijk geen sluitend migratiesysteem. Registratie is fragmentarisch, toezicht versnipperd en beleid reactief. Hierdoor is een grijs gebied ontstaan waarin verblijf, arbeid en vestiging plaatsvinden zonder duidelijke rechten of plichten.   Parallelle werkelijkheden De gevolgen zijn zichtbaar in buurten, op werkvloeren en in het binnenland. In stedelijke gebieden ontstaan wijken waar de voertaal niet langer Nederlands of Sranantongo is, maar Spaans, Portugees of Creools. In het binnenland functioneren goudkampen grotendeels buiten staatsgezag. Nieuwe nederzettingen verschijnen zonder planning, vergunning of toezicht. Deze ontwikkelingen leiden tot parallelle samenlevingen: groepen die wel deelnemen aan de economie, maar nauwelijks aan de instituties van de staat. Dat heeft drie structurele effecten. Uitholling van de rechtsstaat De overheid verliest zicht op wie zich waar bevindt, werkt of onderneemt.   Normalisering van illegaliteit Wat tijdelijk bedoeld was, wordt permanent. Wat uitzonderlijk was, wordt gewoon.   Erosie van vertrouwen Burgers ervaren dat regels niet voor iedereen gelden, wat de legitimiteit van de staat ondermijnt.   Culturele en politieke implicaties Meertaligheid en diversiteit zijn historisch gezien krachten van Suriname. Maar wanneer instroom ongecontroleerd verloopt, verandert diversiteit in fragmentatie. Scholen, zorginstellingen en politie krijgen te maken met taalbarrières en onduidelijke verantwoordelijkheden. Sociale diensten raken overbelast. Gemeenschappen voelen zich vervreemd in hun eigen leefomgeving. Politiek gezien ontstaat een blinde vlek: een groeiend deel van de bevolking dat niet geregistreerd is, niet stemt, maar wel invloed uitoefent op economie en ruimte. Dat tast de democratische balans aan.   Geen angst, maar regie Dit essay is geen pleidooi voor gesloten grenzen of ontmenselijking. Migratie is van alle tijden en migranten zijn in de eerste plaats mensen. Maar gastvrijheid zonder regie verandert in verlies van zelfbeschikking. Grenzen zijn geen muren, maar gecontroleerde doorgangen. Een rechtvaardige samenleving vraagt om helderheid: wie komt binnen, onder welke voorwaarden, met welke rechten en plichten. Zolang die vragen onbeantwoord blijven, zal illegaliteit zich blijven verdiepen en verankeren. Suriname staat voor een keuze: blijft het migratie behandelen als bijzaak, of erkent het dit vraagstuk als structureel en bepalend voor de toekomst van de natie?

Illegaliteit als structureel probleem Read More »

Zalig Petrus Donders de heiligste Surinamer

Zalig Petrus Donders de heiligste Surinamer Suriname spreekt veel over natievorming. Maar verbondenheid is niet enkel een politiek project. Het is een moreel proces. In het 51ste levensjaar van de Republiek Suriname is de fundamentele vraag niet hoeveel olie wij winnen, hoeveel goud wij exporteren of hoeveel begrotingsdiscipline wij bereiken. De kernvraag is: op welke waarden rust onze nationale gemeenschap? Een natie wordt niet alleen gebouwd met wetten en verkiezingen. Zij wordt gebouwd met overtuigingen. Met gedeelde ethiek. Met morele moed. En precies daar krijgt Zalig pater Petrus Nobertus donders nationale betekenis. De wand die sprak De discussie over Surinamerschap begon met een herinnering. Een student in Nederland, Runaldo Roland Venetiaan, later driemaal president van de Republiek Suriname, verfde op 1 juli 1963, honderd jaar na de emancipatie, woorden op een wand van zijn studentenflat: Want in het hart van de tiranMag de tijd de druk verlichtenDe slachtoffers blijvenVoor zover verminkt, verminktVoor zover gewond. Het was geen literaire oefening. Het was diagnose die te maken heeft met het menselijk bestaan. Die verwoordden het collectieve geheugen van een volk dat kolonialisme en slavernij heeft doorstaan. Het gesprek dat daarop volgde werd een lofzang op alaman: Inheemsen, Marrons, Hindostanen, Javanen, Chinezen, Joden. Elke groep erkend als bouwsteen van de natie. Maar de Europeanen, vooral de Hollanders werden niet genoemd als kondreman. De herinnering aan geweld, uitbuiting en vernedering was te scherp. Toch klonk er een andere stem: “Wanneer wij het verleden recht doen en het een juiste plaats geven in het heden, groeit verbondenheid.” Dat is de overgang van ras-sentiment naar verantwoordelijkheid. En dat is precies waar natievorming begint. Kerk, kolonialisme en morele ambivalentie               Met de verspreiding van het christendom via Rome over Europa ontwikkelde de Rooms Katholieke kerk zich tot een monument van geloof, kennis en stedelijke identiteit. Met de opkomst van Spanje, Portugal als wereldmachten werd christendom een exportmodel. Kerk en kroon werkten nauw samen in het zogenaamde “patronato real”, waarbij de staat kerkelijke structuren organiseerde in de koloniën. De kerk werd een zichtbaar teken van christelijke en Europese overheersing in Latijns-Amerika: geloof, onderwerping, vermenging evangelisatie en culturele onderdrukking speelden een hoofdrol. In het Caribisch gebied was deze druk minder zwaar dan in Spaans en Portugees Amerika, maar functioneel cruciaal. Ze dienden als schakel tussen kerk, koloniaal bestuur en plantage-economie. De geschiedenis van kerk en koloniale expansie is niet vrij van schaduw. In delen van Latijns-Amerika werkte de kerk nauw samen met wereldmachten. Kerstenen en overheersing liepen parallel. Het geloof werd een drager van beschaving, maar ook van culturele onderdrukking. Suriname kende eveneens slavernij, plantage-economie en koloniale hiërarchie. Dat verleden mag niet worden geromantiseerd. Maar Suriname laat ook zien dat geschiedenis uit één stuk steen gehouwen is. De rooms-katholieke aanwezigheid ontwikkelde zich hier relatief laat en kreeg vooral vorm in onderwijs, gezondheidszorg en armenzorg. De kerk werd geen triomfantelijk machtsmonument, maar een sociaal ankerpunt binnen een multi-etnische samenleving. Paramaribo groeide uit tot een stad waar christenen, joden, moslims, hindoes en aanhangers van traditionele religies naast elkaar leefden. In een wereld waar religieuze uniformiteit vaak werd afgedwongen, ontstond hier een cultuur van co-existentie. Binnen die context verschijnt Petrus Donders niet als vertegenwoordiger van een overheersende macht, maar als moreel tegenbeeld van uitsluiting. Batavia: waar heiligheid politiek werd zonder politiek te zijn In Batavia werkte Donders tussen melaatsen, mensen die niet alleen lichamelijk ziek waren, maar ook sociaal verbannen. Zij waren letterlijk aan de rand van de samenleving geplaatst. Hij bleef. Hij waste wonden. Hij luisterde. Hij bad. Hij koos nabijheid waar anderen vreesden. Hij zag geen ras, geen economische waarde.Hij zag menselijkheid. Dat is natievorming in haar zuiverste, meest radicale vorm,de erkenning dat waardigheid niet afhangt van status of afkomst. Zijn werk was geen staatsprogramma, maar het bevatte een impliciete politieke boodschap: niemand mag structureel buiten de gemeenschap worden geplaatst. Wanneer wij vandaag spreken over inclusiviteit, sociale cohesie en gedeelde verantwoordelijkheid, herhalen wij vaak zonder het te beseffen precies dit beginsel. Zaligverklaring en de naderende heiligverklaring In 1982 werd Petrus Donders zalig verklaard. De kerk erkende daarmee officieel zijn leven van uitzonderlijke deugd. In Suriname gaat zijn betekenis verder dan kerkelijke erkenning. Hij symboliseert dat binnen koloniale structuren ook mensen opstonden die het tegenovergestelde kozen van overheersing: dienstbaarheid boven dominantie, aanwezigheid boven afstand, barmhartigheid boven systeem. Zijn heiligverklaring lijkt geen verre mogelijkheid meer. De devotie leeft. Zijn morele getuigenis is consistent en historisch onderbouwd. Wanneer dat moment komt, zal het formeel een kerkelijke gebeurtenis zijn. Maar moreel mag het een nationaal moment worden. Niet omdat hij hier geboren werd, maar omdat hij hier koos te blijven.Niet omdat hij een paspoort droeg, maar omdat hij zijn leven gaf. Heiligheid is geen etnische categorie. Zij is een existentiële keuze. Natievorming als morele discipline Suriname is een Mini World dat kan fragmenteren wanneer historische pijn het laatste woord krijgt. Natievorming vraagt drie fundamentele bewegingen: Herinnering zonder verbittering. Erkenning zonder uitsluiting. Verbondenheid zonder uniformiteit. Petrus Donders belichaamt deze spanningsvolle balans. Hij was Europeaan, maar koos Suriname. Hij stond binnen een kerkelijke structuur, maar zijn menselijkheid overstijgt institutionele grenzen.Hij werkte in een koloniale context, maar zijn handelen weersprak koloniale logica. Dat maakt hem relevant voor het hedendaagse Suriname. Nationale identiteit kan niet uitsluitend rusten op gedeeld lijden. Zij moet ook rusten op gedeelde waarden. Barmhartigheid.Rechtvaardigheid.Menselijke waardigheid. Dat zijn geen zachte begrippen. Dat zijn staatsdragende principes. De heiligste Surinamer? Wanneer men spreekt over “Zalig pater Petrus Nobertus Donders, de heiligste Surinamer”, Dan is dat geen claim van bloedlijn. Het is een morele typering. En misschien, wanneer zijn heiligverklaring werkelijkheid wordt, zal Suriname niet alleen een heilige eren, maar zichzelf spiegelen.  De devotie leeft. De herinnering blijft. De morele getuigenis is consistent. Tussen slavernij en emancipatie. Tussen koloniale breuk en republikeinse hoop. Wanneer dat moment komt, zal de wereld spreken over een Surinaamse missionaris. Suriname zal spreken over een kondreman die hier zijn roeping vervulde. Hier stierf. Hier begraven ligt. Henk Doelwijt

Zalig Petrus Donders de heiligste Surinamer Read More »

De consument klem tussen prijzen en machteloosheid

Dagboek van een Consument: De consument klem tussen prijzen en machteloosheid Deel 2   De consument klem tussen prijzen en machteloosheid Na lange tijd zag ik ze weer: mooie aardappelen in de schappen van een supermarkt. Meestal tref je er onsmakelijk uitziende aardappelen aan voor rond de SRD 40 per kilo. Dit keer zagen ze er goed uit en kostten ze SRD 25. Ik aarzelde geen moment en kocht een twee kilo.   Thuis bleek opnieuw de harde realiteit van de Surinaamse consument. Na het koken waren de aardappelen waterig en smakeloos. De vraag dringt zich op: wist de importeur dat er inferieure waar op de markt wordt gebracht?   Medicijnen plotseling twee keer zo duur Ook in de apotheken gebeuren merkwaardige dingen. Het laxeermiddel Dulcolax, dat veel wordt gebruikt bij moeilijke stoelgang, is van de een op de andere dag 100% duurder geworden. Dit middel staat bovendien op de klapper van het Staatsziekenfonds (SZF).   Als basisverzekerde bezocht ik meerdere apotheken. De reacties waren opvallend: Sommige apotheken zeiden dat het niet in voorraad was. Andere vroegen SRD 40 en meer per tablet. Weer andere SRD 45. Zelfs bij de SZF-hoofdapotheek kreeg ik te horen: “Wij hebben het niet in voorraad.”   Hoe kan een medicijn dat op de lijst van een zorgverzekeraar staat plotseling zo duur worden en tegelijkertijd nauwelijks verkrijgbaar zijn?   De consument in een kwetsbare positie De consument bevindt zich in een moeilijke positie. Prijzen veranderen snel, informatie ontbreekt en controle is nauwelijks zichtbaar. De vraag blijft: hoe weet een consument of een prijs eerlijk is?   Ooit bestonden er in Suriname een Consumentenbond en een Consumentenkring. Die organisaties wilden de burger beschermen. Vandaag zijn ze vrijwel uit het publieke leven verdwenen.   In theorie heeft de consument rechten. In de praktijk worden die rechten weinig gekend en nog minder gebruikt.   Wanneer een koelkast stuk gaat, een auto gerepareerd moet worden of een medische behandeling nodig is, heeft de consument vaak geen tijd om uitgebreid prijzen te vergelijken. Beslissingen moeten snel worden genomen, en juist dan ontstaat ruimte voor misleiding.   Gebrek aan informatie In veel sectoren ontbreekt duidelijke informatie. Er is nauwelijks prijsvergelijking, weinig transparantie en vrijwel geen garantie. De gemiddelde consument weet niet: wat een redelijke prijs is voor een reparatiie, welke onderdelen werkelijk vervangen moeten worden, welke garantie hij mag verwachten, waar hij met een klacht terecht kan. Wanneer informatie ontbreekt ontstaat een ongelijke positie tussen verkoper en koper.   Stilzwijgende acceptatie Veel consumenten melden hun ervaringen niet. Men zegt vaak: “Laat maar zo.” “Mi no wani probleem.” “Mi no abi ten fu dati.” Daardoor blijven misstanden onder de radar. Ondernemers die correct werken worden zeldzaam, terwijl malafide praktijken soms jarenlang kunnen doorgaan zonder dat iemand ze benoemt.   Zonder sterke consument geen sterke economie Een gezonde economie heeft ook sterke consumenten nodig. Dat betekent: betere voorlichting, transparante prijzen, eerlijke dienstverlening, consumenten die hun rechten kennen. Wanneer consumenten hun ervaringen delen en elkaar informeren, wordt misleiding moeilijker.   Dagboek van een Consument Uw ervaring telt.Uw stem doet ertoe. Heeft u ook een ervaring die gedeeld moet worden?Dagboek van een Consument geeft u een stem.

De consument klem tussen prijzen en machteloosheid Read More »

Zaai zaadjes in kinderharten

Zaai zaadjes in kinderharten In het district Wanica, aan de Santopolderweg, ligt Kindercentrum Hadassah van Stichting Weid Mijn Lammeren,een plaats waar zorg, geloof en toekomst samenkomen.   Hadassah is meer dan een kindercentrum.Het is een plek waar geloof handen en voeten krijgt.   In het kader van mijn Tien Geboden-traject bracht ik: Johanna Belfor O’Brayen, de Boodschapper, een bezoek aan dit kindercentrum.Een ontmoeting die staat in het teken van interkerkelijke samenwerking, geloofsopbouw en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor onze kinderen.   Stichting Weid Mijn Lammeren zet zich in voor het welzijn van kwetsbare kinderen in onze Republiek Suriname.Met toewijding, liefde en visie wordt hier gebouwd aan karakter, waarden en hoop.   Deze opname maakt deel uit van een breder educatief programma waarin Bijbelse principes, kindgerichte didactiek en audiovisuele ondersteuning brengt opdat de boodschap niet alleen gehoord, maar ook begrepen en doorgegeven wordt. https://youtu.be/-aDZzrv-aGI

Zaai zaadjes in kinderharten Read More »

Naweeën van Valentijnsdag

Naweeën van Valentijnsdag Valentijnsdag, 14 februari jongstleden: dé dag van de liefde, waarop harten sneller kloppen, geliefden elkaar overladen met tederheid en de romantiek als een warme deken over alles ligt. Vlak ervoor botsten jeugdvrienden Henk en Roy hartverscheurend samen. Roy’s stem brak van ellende: “Ik heb Magda, mijn alles, al dagen niet gezien of gehoord. Door mijn persoonlijke omstandigheden blies ik ons tortelduifjesreisje naar de Antillen af en nu is ze woest. Ze negeert mijn telefoons … Ik voel me verloren, Henk.” Getroffen door dit rauwe leed, troostte Henk zijn oude makker. Bewogen kroop hij in de pen en schreef een smeekbede voor echte, wederzijdse liefde, want Valentijn mag geen eenzijdig cadeau zijn, maar een balsem voor beide harten.   Maak liefde wederkerig Valentijnsdag wordt vaak verkocht als een feest van liefde voor iedereen. Maar wie goed kijkt naar de praktijk, ziet een scheve balans: het is in veel vriendschappen en huishoudens vooral een feest voor vrouwen, waarbij mannen eerder de gever dan de ontvanger zijn. De man schenkt bloemen, een cadeautje, een etentje, een lief bericht. De vrouw verwacht soms expliciet, soms stilzwijgend aandacht, bevestiging en een tastbaar teken. En als het uitblijft, hangt er snel een sfeer van teleurstelling: “Je bent me vergeten.” Dat patroon is niet per se kwaadaardig. Het is vooral cultureel gegroeid. Reclamecampagnes, winkelacties en social media versterken het elk jaar: hartjes, rozen, parfums, chocolade, lingerie-producten die bijna altijd op de vrouw gericht zijn. De man wordt in die beelden neergezet als degene die het goed moet maken, die zijn liefde moet bewijzen met iets dat gekocht, geregeld of gepland is. Liefde wordt daarmee ongemerkt vertaald naar prestatie: wie echt van je houdt, laat het zien met een cadeau.   De man als vanzelfsprekende gever In veel relaties is de man al gewend om te moeten leveren: zorgen, regelen, betalen, beschermen, oplossen. Valentijnsdag past moeiteloos in dat script. De vrouw krijgt aandacht; de man toont aandacht. Maar juist daardoor wordt een belangrijk deel van liefde onderbelicht: wederkerigheid. Liefde is niet alleen ontvangen; het is ook teruggeven. Als Valentijnsdag vooral gaat over wat vrouwen krijgen en niet over wat beide partners elkaar geven, dan raakt de kern van liefde zoek. En daar zit een gevoelige laag: mannen ervaren vaak ook behoefte aan waardering, zachtheid en bevestiging, maar uiten dat minder. Niet omdat ze het niet voelen, maar omdat ze geleerd hebben sterk te zijn, nuchter, niet zeuren. Een man kan dus op Valentijnsdag gewoon doorgaan, lachen, doen alsof het hem niet raakt, maar innerlijk toch denken: “En ik dan”?   Verwachtingen en teleurstellingen Het probleem is niet het cadeau. Het probleem is de verwachtingsdruk. Als aandacht een verplicht nummer wordt, verandert het van liefde naar contract: ik verwacht, jij levert. Dan wordt Valentijnsdag een meetmoment waarop relaties worden beoordeeld: hoeveel moeite deed je? Hoeveel geld gaf je uit? Heb je het op social media gezet? Voor sommige vrouwen is het ook een vorm van zekerheid: een cadeautje is een bewijs dat ze belangrijk is. Maar wanneer liefde afhankelijk wordt van rituelen en cadeaus, gaan we een gevaarlijke weg op. Dan wordt de man gereduceerd tot leverancier van romantiek en de vrouw tot beoordelaar van romantiek. Dat is geen partnerschap; dat is een rolverdeling.   Dezelfde scheefgroei bij Moederdag en Vaderdag Wat we bij Valentijn zien, zien we nog duidelijker bij Moederdag versus Vaderdag. Moederdag is groots: scholen knutselen wekenlang, winkels maken campagnes, families plannen lunches en cadeaus. Moeders krijgen bloemen, parfum, etentjes, foto’s, speeches. Vaderdag is vaak kleiner, sneller, soms bijna een nagedachte: een paar sokken, een biertje, “fijne dag” en we gaan weer door. Ook hier geldt: moeders verdienen waardering. Absoluut. Maar vaders verdienen die ook. Zeker in een tijd waarin we zeggen dat gendergelijkheid, opvoeding gedeelde verantwoordelijkheid is. Als we werkelijk geloven dat vaders belangrijk zijn voor emotionele veiligheid, discipline, humor, bescherming en warmte, waarom laten we dat dan zo zwak zien in onze feestdagen? We hoeven Valentijnsdag niet af te schaffen. We hoeven Moederdag niet kleiner te maken. De oplossing is simpeler en menselijker: maak liefde wederkerig.

Naweeën van Valentijnsdag Read More »

De monteur-maffia ontmaskerd

Dagboek van een Consument: De monteur-maffia ontmaskerd Wat begon als een eenvoudige controlebeurt bij een ogenschijnlijk professionele garage aan de Tourtonnelaan, dreigde uit te monden in een financiële ramp.   Als automobilist stond ik op het punt SRD 20.000 te betalen voor een probleem dat uiteindelijk SRD 3.000 bleek te kosten.   Het verhaal begint met een onrustbarend geluid onder de motorkap. Vertrouwend op moderne apparatuur en een verzorgde werkplaats, klopte ik aan bij een bekende garage. De diagnose volgde snel en dramatisch: “Uw motor is een tikkende tijdbom.”   Volgens de monteur was de distributieketting defect en moest deze dringend vervangen worden. De prijs: tussen SRD 15.000 en SRD 20.000.   De boodschap was duidelijk niet direct ingrijpen, riskeerde ernstige motorschade. Angst werd het verkoopargument.   Een tweede mening en de waarheid Ik besloot, tegen het advies in, een langere rit te maken naar een ander adres. Daar volgde een grondige inspectie.   De conclusie was onthutsend eenvoudig: geen kapotte distributieketting en geen motorprobleem. Wel: een versleten poelie. Totale kosten: SRD 3.000.   Structureel probleem Het verschil van ruim SRD 12.000 riep bij mij ongemakkelijke vragen op.Hoe vaak gebeurt dit? Hoeveel consumenten betalen uit angst, onwetendheid of tijdsdruk?   Dit verhaal staat niet op zichzelf. Het wijst op een zorgwekkend patroon van misleiding in delen van de autosector. Dit is niet alleen in de auto-maar in alle branche een cultuur aan het worden.   Waarschuwing aan consumenten Laat u niet intimideren door grote woorden, dure apparatuur of haastige diagnoses. Vraag door. Vraag om bewijs. Vraag een tweede en derde mening,     Heeft u een soortgelijke ervaring?   Deel uw verhaal.   Dagboek van een Consument geeft u een stem.

De monteur-maffia ontmaskerd Read More »

Ouderparticipatie: de magische driehoek binnen het onderwijs

Ouderparticipatie: de magische driehoek binnen het onderwijs Het belang van ouderparticipatie op schoolOuderparticipatie is een essentiële pijler van goed onderwijs. Betrokken ouders hebben aantoonbare invloed op leerprestaties, gedrag, motivatie en sociale ontwikkeling van hun kinderen. In Suriname blijft deze betrokkenheid echter vaak achter bij wat wenselijk en noodzakelijk is. Het verbeteren van ouderparticipatie is een gedeelde verantwoordelijkheid. Scholen moeten ouders actief en respectvol benaderen, helder communiceren en ruimte bieden voor dialoog. Tegelijk is beleid nodig waarin ouderbetrokkenheid structureel wordt verankerd. Goed onderwijs vraagt om een sterke samenwerking tussen kind, ouder en school. Zonder die samenwerking blijft het onderwijs onder zijn mogelijkheden. https://youtu.be/MU4XWMrbfrs

Ouderparticipatie: de magische driehoek binnen het onderwijs Read More »

Onderwijs in Suriname anno 2026: Achterstand die niet langer te ontkennen is

Onderwijs in Suriname anno 2026: Achterstand die niet langer te ontkennen is Suriname staat in 2026 op een kruispunt. De wereld verandert razendsnel door technologie en digitalisering. In veel landen is onderwijs al volledig meegegroeid met deze ontwikkelingen. In Suriname is dat niet het geval. De realiteit is hard: wij lopen achter en die achterstand wordt elke dag groter. Waar onderwijsachterstand vroeger langzaam ontstond, voltrekt zij zich nu in hoog tempo. Wat elders in maanden wordt vernieuwd, kost bij ons jaren, als het al gebeurt. Daardoor dreigen kinderen en jongeren structureel buitenspel te worden gezet, niet alleen economisch, maar ook maatschappelijk.   Technologie staat nog in de kinderschoenen   Op veel scholen is technologie geen vanzelfsprekend onderdeel van het onderwijs. Digitale middelen zijn schaarser dat schaar, internet is niet overal betrouwbaar en veel docenten hebben nooit de kans gekregen om zich goed te scholen in moderne onderwijstechnologie. Programmeren, digitale vaardigheden en kritisch omgaan met informatie krijgen nauwelijks aandacht. Technologie wordt vaak gezien als luxe of extraatje, terwijl het wereldwijd juist de basis vormt van modern onderwijs. Zolang dat denken niet verandert, blijft vernieuwing afhankelijk van losse projecten en persoonlijke inzet, in plaats van structureel beleid.   Leren met middelen uit het verleden   Naast de technologische achterstand kampt het onderwijs met een groot tekort aan leerboeken en hulpmiddelen. Op scholen wordt gewerkt met verouderde boeken, die niet meer aansluiten bij de huidige samenleving of arbeidsmarkt. Vaak zijn er zelfs niet genoeg boeken voor alle leerlingen. De leeromgeving laat hetzelfde beeld zien. In vrijwel alle scholen wordt nog lesgegeven met krijtborden en krijt. Zelfs het whiteboard is op de meeste plaatsen nog niet beschikbaar, laat staan digitale of interactieve borden. Moderne leermiddelen zijn eerder uitzondering dan regel. nog sterker de: uitzondering die de regel bevestigt’ Dit heeft directe gevolgen voor het onderwijs: lessen blijven vooral eenrichtingsverkeer; leerlingen leren weinig zelfstandig of onderzoekend; aansluiting bij de leefwereld van jongeren ontbreekt; digitale vaardigheden worden nauwelijks ontwikkeld. Het gevolg is een groeiende kloof tussen wat leerlingen op school leren en wat zij later nodig hebben.   Geen tijdelijk probleem, maar een structurele crisis   Het gaat hier niet om losse tekorten of tijdelijke moeilijkheden. Het is een structureel probleem dat al decennia bestaat en nu steeds zichtbaarder wordt. Verouderde leerstof, gebrek aan middelen, onvoldoende bijscholing van docenten en een traag beleid versterken elkaar. Zolang onderwijsvernieuwing vooral op papier bestaat en niet zichtbaar wordt in klaslokalen, boeken en hulpmiddelen, verandert er in de praktijk weinig.   Vernieuwing is geen keuze meer   Onderwijsvernieuwing is anno 2026 geen luxe en geen beleidsoptie, maar een noodzaak. Zonder echte investeringen in: actuele leerboeken, moderne leermiddelen, digitale infrastructuur, bijscholing van leerkrachten blijft elke hervorming leeg. Investeren in onderwijs betekent investeren in concrete, zichtbare basisvoorzieningen. Zonder die basis blijven mooie plannen woorden zonder gevolg.   Tijd voor een nationale inhaalslag   Suriname heeft vaker in zijn geschiedenis voor grote uitdagingen gestaan. Telkens bleek onderwijs de sleutel tot vooruitgang. Dat is nu niet anders. Maar de tijd dringt meer dan ooit. De keuze is duidelijk: bijblijven of achterblijven. Elke dag uitstel vergroot de kloof voor de volgende generatie. Als onderwijs werkelijk de ruggengraat van nationale ontwikkeling moet zijn, dan moet het ook zo worden behandeld met visie, middelen en daadkracht. Henk Doelwijt https://youtu.be/Zgo-Px0-G2g

Onderwijs in Suriname anno 2026: Achterstand die niet langer te ontkennen is Read More »

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiëren