Paasgang van Licht
Van Palmzondag tot Pasen
gaat de weg van onze Heer,
van jubel naar verwerping,
van liefde naar het kruis,
van stilte naar de morgen
waarin het leven overwon.
Ā
Palmzondag
Hosanna klonk in de straten,
palmtakken bewogen in de wind.
Daar reed de Koning van de Vrede,
zachtmoedig, nederig, heilig.
Niet gedragen door aardse macht,
maar door de wil van God.
Ā
Witte Donderdag
Aan tafel brak Hij het brood,
deelde Hij de beker rond,
en gaf Hij zichzelf
als teken van eeuwige liefde.
De Meester knielde neer
en diende met reine handen.
Ā
Goede Vrijdag
Toen werd de hemel donker,
en de aarde beefde stil.
Aan het kruis droeg Hij de zonde,
de smart, de schuld van velen.
Wat mensen tot einde maakten,
maakte God tot begin van genade.
Ā
Stille Zaterdag
Daarna kwam de grote stilte,
het zwijgen van graf en steen.
De hoop lag als een zaad verborgen
in de donkere schoot van de aarde.
Maar in het zwijgen van die dag
werkte reeds Gods verborgen Kracht
Ā
De Paasdagen
En zie, de morgen brak aan.
De steen was weggewenteld.
Het graf was leeg.
De dood had niet het laatste woord.
Christus is opgestaan,
de Levende leeft.
Ā
Nieuw Licht
Ā
Nu zingt de kerk van overwinning,
nu ademt de wereld nieuw licht,
nu mag elk bedroefd hart weten:
geen nacht duurt eeuwig,
geen graf houdt stand,
geen duisternis wint van God.
Ā
De eeuwige morgen
Ā
Van Palmzondag tot Pasen
loopt de liefde haar heilige weg
En aan het einde van die weg
staat niet de dood,
maar het leven,
niet het zwijgen,
maar de eeuwige morgen.
Ā
Christus is opgestaan.
Hij is waarlijk opgestaan!




