De palmbomen van Batavia
Langs de rivier staan rijen handen
die niet meer wuiven maar waken:
palmen, geplant als stille kruisen
voor wie hier heengingen zonder een grafsteen,
zonder een naam in hout gegrift,
maar niet zonder waardigheid.
Batavia, bedevaart en balsemplaats,
waar lijden aan land kwam en bleef.
Hier leerde men dat afstand niets geneest,
dat nabijheid ademt als brood.
Een priester boog zich laag en bleef:
Petrus Norbertus Donders, Redemptorist,
vriend van de laatste plaats.
Hij waste, verbond, bad,
bracht troost voor de ziel en ruimte voor de mens.
Hij stierf in 1887; in 1982 werd hij zalig verklaard.
Zijn weg naar heiligverklaring gaat voort,
een spoor van barmhartigheid dat niet opdroogt.
Waarom zoveel palmen?
Omdat men vaak geen kruis kon maken:
lichamen verminkt, handen die niet meer grepen,
levens lang apart gezet.
Dus plantte men palmbomen, voor ieder een
wortel in aarde, kruinen naar God,
zodat het afscheid groen kon blijven.
En wie de wonden zag, leerde ook hun taal:
zenuwen die zwegen, zodat pijn niet waarschuwde;
huid die uitdroogde en scheurde als dorre grond;
voetzolen met diepe zweren,
knokkels die rauw werden door werk en wrijving;
bot dat zich terugtrok in stilte,
rode knobbels die opkwamen met koorts,
niet enkel littekens, maar verhalen
van arbeid, schaamte en volharding.
Het palmenritueel reikte verder dan Batavia;
ook elders waar melaatsen woonden
groeiden lichtgroene gebaren
als een zacht, voortdurend gebed.
En nog altijd fluisteren de bladeren:
kies nabijheid boven oordeel,
recht boven gemak,
dienstbaarheid boven naam.
Wie onder deze bomen stilstaat, hoort het:
barmhartigheid is geen verleden tijd.
Ze groeit, zoals palmen groeien,
traag, trouw, en hemelwaarts.
Henk Doelwijt




