Apostel Carlo Lansdorf:
“Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht”

Tori-Collectief essayreeks

Deel 2: Barmhartigheid als stille kracht van de samenleving

In dit tweede essay verleggen we de focus van de macht naar de mens. Barmhartigheid, zo leert het Evangelie, is geen optionele deugd, maar het hart van ware godsdienst. Christus identificeert zich met de zieke, de gevangene, de verworpene. Suriname zal niet worden geoordeeld op haar begroting, maar op haar bewogenheid. Wie een wond verbindt, heeft het Koninkrijk dichterbij gebracht.

Middernacht

 Wanneer de eerste onder de gelijken van het Tori Collectief een ander belt, is dat zelden een alledaags moment. Zo ook die nacht, diep in het uur waarin engelen waken en mensen slapen. Het was middernacht toen ik Apostel Lansdorf belde.

Hij nam op en sprak, zonder omhaal: “Ik kan nu niet praten, ik ben op het Kabinet van President Santokhi. Wij zijn aan het bidden voor het welzijn van Suriname.”

Uit dat korte, geladen antwoord ontsproot deze bespiegeling. Indien het eerste deel handelde over de verhouding tussen God en de macht, dan richt dit tweede deel zich op radicale kracht: barmhartigheid. Geen wapen, geen wapenfeit, maar de verborgen politiek van de liefde voor de verworpene, de zieke, de verwaarloosde, het zogenaamd ‘gespuis’.

Zorg voor de zieken een heilige plicht

 “Ik was ziek, en gij hebt Mij bezocht.” In deze woorden van Christus, uitgesproken in het licht van het Laatste Oordeel, klinkt geen poëzie maar profetie. Hij zegt niet: zij waren ziek, maar: Ik was ziek.

Hij vereenzelvigt Zich met de lijdende mens. Wie voor hen zorgt, zorgt voor Hem. Wie hen mijdt, keert zich van Hem af. En Hij gebiedt Zijn volgelingen, zonder slag of stoot: “Genees de zieken, reinig melaatsen, wek doden op, drijf demonen uit. Om niet hebt gij ontvangen, om niet moet gij geven.”

Niet als het u schikt. Niet als het politiek uitkomt. Maar altijd. Onvoorwaardelijk. Met vrijmoedigheid en vuur.

De Farizeeën vroom van kleed, maar koud van hart fronsten hun voorhoofden toen Jezus aan tafel ging met tollenaars en hoeren. Maar Hij sprak: “De gezonde heeft geen dokter nodig, maar de zieke wel.”

Zijn genade overspant de afgrond van onze oordelen. Zijn liefde schrijft wetten waar mensenwetten zwijgen.

Toen men een vrouw bij Hem bracht, betrapt op overspel, schreef Hij in het zand en sprak: “Wie zonder zonde is, werp de eerste steen.” De stenen bleven liggen. De oordelen verstomden. Alleen de genade bleef staan.

Barmhartigheid de kern van ware godsdienst

 De profeet Micha spreekt als een klok in de nacht: “Wat eist de HEERE van u dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God?”

Jakobus schrijft: “De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader is: omzien naar wezen en weduwen in hun verdrukking, en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren.”

Ware godsdienst is geen leer zonder leven. Geen lofzang zonder liefde. Geen dogma zonder daden. Geen eredienst zonder erbarmen.

De Barmhartige Samaritaan

Een man ligt halfdood aan de kant van de weg. Een priester passeert haastig, op weg naar de tempel. Een tempeldienaar kijkt, maar keert zich af. Dan komt een Samaritaan, verworpen en veracht, en knielt. Hij verzorgt. Draagt. Betaalt. Redt.

“Wie van deze drie,” vraagt Jezus, “is de naaste geweest?” En Hij besluit: “Ga heen, en doe gij evenzo.” Ziedaar het gebod. Geen theorie, maar praktijk. Geen idee, maar opdracht.

Het hart van God klopt nabij de verworpene

 “De HEERE is nabij de gebrokene van hart,” zegt de psalm. Hij woont niet in paleizen, noch in de bladzijden van beleidsnota’s, maar in de kreet van een verslaafde, het gebed van een dakloze, het stille verdriet van een vergeten kind. Wie hen “gespuis” noemt, verzaakt het gelaat van Christus in hun ogen. Wie hen veracht, veracht de Heer Zelf. Want God meet een volk niet naar haar macht, maar naar haar mildheid. Niet naar haar torens, maar naar haar tranen.

De maat van een volk

 Suriname zal niet worden geoordeeld op slogans of cijfers, maar op de vraag: Wat deed gij voor de minste onder u?

Apostel Lansdorf, biddend in de wandelgangen van het kabinet, toont dat geloof geen ivoren toren is. Geloof is voeten op aarde en ogen op de hemel. Geloof is niet alleen knielen bij de president, maar ook bukken bij de krakkemikkige op de straathoek.

Moge deze woorden niet blijven hangen in inkt, maar vlees en bloed worden in het doen van hen die durven geloven. Want wie een wond verbindt, heeft het Koninkrijk dichterbij gebracht.

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiëren