Apostel Carlo Lansdorf:
Gij zijt het zout der aarde
Tori-Collectief essayreeks
Een bijbels essay over geloof en politiek (Deel 1)
Dit eerste artikel benadert de verhouding tussen politiek en geloof vanuit christelijk perspectief, als spiegel en toetssteen, niet als partijprogramma. De Bijbel wordt belicht als een boek van verbond en geweten, waarin profeten niet zwijgen en macht wordt getoetst aan gerechtigheid en barmhartigheid.
Inleiding
In deze reeks van zes essays behandelen wij plaatsen, gebeurtenissen en perspectieven die Suriname tekenen. Van Fort Zeelandia als symbool van onderdrukking tot het visioen van een bestuur geleid door principes. Elk essay is een stem in het koor dat zingt: Suriname, sta op in waarheid.
De aanleiding tot het vijfde essay werd gevormd door een ontmoeting met pastoor VL van de Volle Evangeliebeweging, die met het Tori-Collectief sprak over de groei en geestelijke kracht van deze beweging. Hij sprak de overtuiging uit dat gelovigen, ongeacht hun partijpolitieke kleur, vanuit hun geloofsovertuiging kunnen bijdragen aan een rechtvaardig bestuur.
Wat hier op papier is gezet is de aanzet tot een vurige bazuinroep, een pleidooi voor een geloof dat niet zwijgt wanneer het kwaad regeert.
Srefidensi
Een van de eerste leden van het Tori Collectief, ontstaan in de dagen rond het verkrijgen van Srefidensi in 1973, was Carlo Lansdorf. Hij was toen net afgestudeerd aan de Selectaschool van de Evangelische Broedergemeente. In die tijd verscheen het eerste boek dat de aanstaande onafhankelijkheid van Suriname behandelde: Heb hart voor Suriname, geschreven door Henk Doelwijt. De illustraties kwamen van leerlingen van de Nieuwe School voor Beeldende Kunst, opgericht in 1971 door de legendarische Nola Hatterman. Onder hen bevonden zich R. Polak, R. Chang, D. Soekinta, R. Jokhan en J. Brandflu.
Wim Bakker, eveneens een van de eerste leden van het Tori Collectief, werd door dit boek geĆÆnspireerd tot het schrijven van het gelijknamige lied: Heb hart voor Suriname. Carlo Lansdorf, nu Apostel van de Kinderen van het Licht Ministries en nog steeds lid van het Tori Collectief richt zich, na al die jaren, op de verhouding tussen geloof en politiek.
Laat ons afdalen in de diepte van Schrift en geschiedenis, waar het Woord niet fluistert, maar klinkt als een bazuin over de velden van macht en moraal. Dit eerste artikel benadert de verhouding tussen politiek en geloof vanuit christelijk perspectief, al zouden verwante gedachten evengoed ontsproten kunnen zijn aan andere geloofstradities.
Tussen troon en altaar
Ā In de Surinaamse samenleving klinkt steeds luider de vraag: wat is de plaats van het geloof in het rijk van wetten, bestuur en macht? Of scherper: kan een mens God dienen en tegelijk de koning gehoorzamen?
De Bijbel, dat oude maar levende boek van wijsheid, poƫzie, recht en profetie, biedt geen partijprogramma of stemadvies. Maar het weeft door al zijn bladzijden een visie op macht, rechtvaardigheid en menselijke verantwoordelijkheid.
Van Mozes tot Christus, van profeet tot apostel: de Bijbel spreekt niet over politiek als machtsspel, maar als morele toetssteen. Niet als stemwijzer, maar als spiegel.
God sluit met Abraham een verbond, en later via Mozes met het volk IsraĆ«l. Hier is God Koning, en de wet is geen mensenwerk, maar heilige instructie. āGij zult heilig zijn, want Ik, de HEERE, uw God, ben heilig.ā
De profeet SamuĆ«l waarschuwt het volk wanneer het een aardse koning verlangt: “Hij zal uw zonen nemen en hen aanstellen als zijn wagenmenners… hij zal het beste van uw akkers nemen… u zult dan roepen tot de HEERE omwille van uw koning, maar de HEERE zal u niet antwoorden.ā
Toch houdt het volk vol. Dan zegt God tot SamuĆ«l: āZij hebben u niet verworpen, maar Mij, dat Ik geen koning over hen zou zijn.ā
Vanaf dat moment ontstaat een bijbels spanningsveld: God staat boven de politiek, maar laat zich er niet uit wegschrijven. David wordt koning, een man naar Gods hart, maar tegelijk een zondaar. En de profeten? Die spreken zelden namens de macht, maar eerder als de luis in de pels van het paleis. Zij zijn de waakhonden van gerechtigheid, niet de hofpredikers van het regime.
Gerechtigheid als fundament
Ā āGerechtigheid en recht zijn de grondslag van Uw troon,ā word in Psalm gezegd. In heel de Schrift zijn het niet de offers, maar het recht dat God behaagt. Het onrecht van leiders is een aanfluiting in Gods ogen, en macht zonder barmhartigheid roept Zijn gramschap op.
Wie regeert, wordt getoetst aan zijn zorg voor de weduwe, de wees, de vreemdeling en de armen. Geen groter verraad dan wanneer een koning zich als roofdier gedraagt in plaats van als herder.
Jezus en het keizerrijk
Ā In het Nieuwe Testament wordt de politieke lading nog indringender. Jezus leeft onder Romeinse bezetting. Wanneer men Hem vraagt of het geoorloofd is belasting te betalen aan de keizer, is dat geen boekhoudkundige vraag, maar een valstrik. Zijn antwoord is messcherp:
āGeef dan aan de keizer wat des keizers is, en aan God wat van God is.ā
Jezus erkent daarmee de tijdelijke orde, maar stelt Gods gezag erboven. Hij zwaait niet met een zwaard, maar ondergraaft het fundament van elke macht die zich goddelijk waant. Hij verkondigt het Koninkrijk van God, geen geografische staat, maar een geestelijke werkelijkheid. āMijn Koninkrijk is niet van deze wereld,ā zegt Hij tegen Pilatus.
En toch sterft Hij. Niet als crimineel, maar als bedreiging voor het systeem. Zijn kruis is het bewijs dat de wereld liever de waarheid kruisigt dan zich bekeert.
Onderwerping of verzet?
Ā Paulus schrijft dat elke overheid door God is ingesteld. Maar tegelijk roept hij op: āMen moet God meer gehoorzamen dan mensen.ā Hier ontstaat de christelijke paradox: gehoorzaamheid aan gezag, zolang het niet in strijd is met het geweten in Christus.
De Openbaring van Johannes maakt het nog scherper: de keizerlijke macht wordt daar voorgesteld als een beest, dronken van arrogantie. De gelovigen worden opgeroepen trouw te blijven aan het Lam, zelfs tot in de dood. Wie de macht verabsoluteert, stelt zich tegen God. Maar de hoop blijft: een nieuw Jeruzalem, waar gerechtigheid woont.
Zout der aarde
Ā De Bijbel roept niet op tot theocratie, maar ook niet tot apolitieke afzondering. Gelovigen worden geroepen om āhet zout der aardeā te zijn, een licht op de kandelaar. Politiek is een terrein van zonde en genade, waar geloof niet moet zwijgen, maar getuigen.
Geloof is geen vlag in het stemhokje, maar een kompas. Wie de Schrift serieus neemt, stelt kritische vragen aan elke macht, links of rechts. Macht is nooit neutraal, en het Evangelie is nooit muisstil.
Laten wij daarom moedig zijn, puur van hart, scherp van geest, rechtvaardig in daad. Want Hij die ons roept, zegt: āZalig zijn de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.ā




