Het theater van participatie

Na vier berichten over geslotenheid in de Surinaamse democratie, van auteursrecht tot de context van politiek en belangenbehartiging wenden we ons nu tot een vorm van democratie die er wƩl uitziet als participatie, maar het niet is. Er worden commissies benoemd, consultaties georganiseerd en hoorzittingen gehouden, maar uiteindelijk verandert er niets wezenlijks. Dit noemen we: het theater van participatie.

De rituelen van schijndemocratie

Consultaties zijn in theorie bedoeld om burgers, experts en maatschappelijke organisaties te betrekken bij beleid. In praktijk zijn het vaak symbolische bijeenkomsten waarin de besluiten al genomen zijn. De participatie is geƫnsceneerd, de uitkomst vooraf bepaald.

Verslagen verdwijnen in laden, rapporten worden genegeerd. De burger wordt uitgenodigd om te praten, niet om te beslissen. Wie zich uitspreekt, loopt het risico gezien te worden als lastig. Wie zwijgt, past in het script.

Waarom dit zo gevaarlijk is

Schijnparticipatie ondermijnt het vertrouwen in de staat. Burgers raken gefrustreerd, deskundigen haken af, jongeren verliezen interesse in beleid. De kloof tussen burger en overheid groeit. Het ergste: het versterkt cynisme en apathie, twee vijanden van echte democratie.

Wanneer participatie een toneelstuk wordt, wordt protest de enige vorm van werkelijke invloed. De samenleving polariseert omdat het systeem weigert te luisteren. En dan is het niet de burger die faalt, maar de overheid die toneelspeelt.

Voorbeelden uit de Surinaamse praktijk

Van infrastructuurprojecten tot onderwijshervorming: er zijn talloze voorbeelden waarbij consultaties plaatsvonden zonder dat de inzichten van betrokkenen terug te vinden waren in de eindversie van het beleid. Vaak worden belanghebbenden laat, vluchtig of selectief geĆÆnformeerd.

Er wordt gesproken over mensen, niet met hen. Besluiten worden gerechtvaardigd met verwijzing naar “input”, maar deze input is zelden representatief, laat staan doorslaggevend.

Om participatie meer dan poppenkast te maken, is moed nodig. Moed van bestuurders om te delen in zeggenschap. Moed van burgers om zich te organiseren. En moed van instellingen om ruimte te maken voor verschil, kritiek en initiatief.

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiƫren