CampusEditor1

Een volk dat recht doet

Een volk dat recht doet Tori-Collectief essayreeks Deel 5: Visioen voor bestuur in waarheid “En wat eist de HEERE van u dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God?” Dit essay is een oproep, geen betoog; een visioen, geen verkiezingsprogramma. Wij schrijven dit vanuit de diepe overtuiging dat Suriname slechts recht zal doen aan zijn roeping wanneer zij zich laat leiden door de heilige beginselen van gerechtigheid, compassie en nederigheid zoals door God vereist. “En wat eist de HEERE van u dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God?”  Woorden van gelijke strekking uit de mond van Apostel Lansdorf: “Wanneer een volk herhaaldelijk struikelt, niet door gebrek aan talent of middelen, maar door gebroken moraal en het negeren van geestelijke wetten, dan is het tijd om terug te keren. Niet naar oude vormen, maar naar eeuwige waarheden.” De Bijbel als bestuursinstrument  “Laat het duidelijk zijn: wij spreken hier niet over een theocratie waarin dominees de wetten schrijven. Nee, wij spreken over een geestelijk fundament. Zoals elk huis een fundament behoeft om te blijven staan, zo heeft elk land een moreel kompas nodig om niet af te glijden in corruptie en chaos. Dat kompas ligt niet verborgen in partijprogramma’s of beleidsnota’s, maar in het Woord van God. De Schrift biedt geen blauwdruk voor begrotingen of beleidsdomeinen. Wat zij wel biedt, is een ijkpunt: “Weeg de geest der besluiten,” zegt de Bijbel. Niet alles wat legaal is, is rechtvaardig. Niet elke meerderheid is moreel. Waar geloof regeert, daar buigt men voor het zwakke, beschermt men de weduwe en de wees, en sluit men geen compromissen met onrecht, hoe winstgevend dat ook mag lijken.” De plaats van gelovige leiders “Wanneer gelovigen de politieke arena betreden, dan moet dat niet zijn om werelds succes te zoeken, maar om lichtdragers te zijn in duisternis. Hun opdracht is tweevoudig: standvastig in principes, maar zachtmoedig in omgang. Ze moeten zich niet verschuilen achter partijstandpunten, maar zich telkens weer afvragen: Wat zou Christus doen? De Volle Evangeliebeweging heeft hierin een unieke verantwoordelijkheid. Niet omdat zij beter is dan anderen, maar omdat zij belijdt te leven in de kracht van de Heilige Geest. Dat vereist méér dan charisma; het vraagt karakter. Besturen in de Geest betekent: waarheid spreken waar het pijn doet, liefde betonen waar het schuurt, en hoop brengen waar alles dor lijkt.” Bestuurspraktijk  “Waarheidsgetrouw spreken, geen vage beloften of leugens met omwegen. Laat uw ja ja zijn en uw nee nee. Verantwoordelijkheid dragen, macht is geen privilege maar plicht. Elke handtekening telt bij de troon van God. Recht doen aan de kleinen, geen enkel beleid is rechtvaardig als het de armen vergeet. Corruptie afzweren, wie geld aanbidt, kan God niet dienen. Eerlijke handen zijn zelden rijk, maar altijd gezegend. Vrede zoeken boven partijbelang, gedeeld leiderschap is geen zwakte, maar wijsheid. Gebed als bestuursinstrument, laat Gods Geest vrij bewegen in de raadzaal. Suriname is geen goddeloos land. Het is een land dat verlangt, zoekt, en soms struikelt. Maar zolang er gelovigen zijn die opstaan, niet in naam van een partij maar in Naam van de Allerhoogste, is er hoop.  Zo spreekt de HEERE: “Ik zoek naar een mens die de bres opstaat voor het land…”  Tot zover apostel Lansdorf.

Een volk dat recht doet Read More »

Het salaris van de volkswil

Deel 4 van 9 Het salaris van de volkswil Over vergoeding en waardering Ressortraadsleden ontvingen aanvankelijk een maandelijkse schadeloosstelling van circa SRD 1.500 tot SRD 2.000; districtsraadsleden iets meer. Een magere vergoeding, gezien de verantwoordelijkheden en tijdsinvestering. Hun werk gebeurt vaak tussen familieverplichtingen en eigen broodwinning door. Maar waardering is meer dan geld: het zit ook in erkenning, ondersteuning en vorming. Wanneer een raadslid zijn hand moet ophouden voor brandstof om een werkbezoek af te leggen, ondergraaft men het ambt en de democratie. Verbind vergoedingen aan inzet, transparantie en meetbare resultaten. Beloon prestatie, niet politieke trouw. Wie draagt, verdient ruggensteun – óók op lokaal niveau. Henk Doelwijt

Het salaris van de volkswil Read More »

Het kiesbiljet als spiegel

Deel 3 van 9 Het kiesbiljet als spiegel Lokaal bestuur of partijkantoor? Met de invoering van één nationale kieskring werd het stemproces eenvoudiger, maar ook afstandelijker. Uit de publieke opinie blijkt dat ressortraadsleden hun positie te vaak gebruiken als beloning voor partijloyaliteit, niet als dienst aan de gemeenschap. De burger ziet hoe projecten, werkplaatsen en subsidies naar “vrienden van de partij” gaan. Hierdoor ontstaan cynisme en apathie. De fundamentele vraag blijft: dienen ressortraadsleden hun buurt, of hun partij? Transparantie, integriteit en toezicht zijn geen luxe maar noodzaak. Dit vraagt om gedragscodes, onafhankelijke toetsing en een cultuur van verantwoording. Wie de spiegel van het kiesbiljet op zichzelf durft te richten, ontdekt of hij gekozen is voor het volk – of voor de partij. Henk Doelwijt

Het kiesbiljet als spiegel Read More »

Een gelijke stem voor allen

Deel 2 van 9 Een gelijke stem voor allenDe hervorming van het kiesstelsel Tot 2020 kende Suriname een kiesstelsel waarin stemmen uit kleine districten zwaarder wogen dan die uit dichtbevolkte gebieden. Deze scheefgroei leidde ertoe dat een stem in Coronie bijvoorbeeld tientallen keren zwaarder woog dan een stem in Paramaribo. Dit was niet alleen onrechtvaardig, het was onhoudbaar. Na tussenkomst van het Constitutioneel Hof kwam de historische correctie. In 2025 werd een landelijk evenredig kiesstelsel ingevoerd. Suriname werd één kiesdistrict. Elke stem telt nu even zwaar. Dit bevordert nationale eenheid en dwingt politieke partijen tot bredere, inclusieve programma’s. Toch is er een schaduwzijde. De lokale raden verdwijnen uit de publieke aandacht. Campagnes negeren de lokale schakels. Maar als de fundamenten verwaarloosd worden, stort ook het bovenhuis vroeg of laat in. Behoud de balans. Nationale eenheid moet niet betekenen dat lokale vertegenwoordiging wordt opgeofferd. Integendeel: hun rol is belangrijker dan ooit. Henk Doelwijt

Een gelijke stem voor allen Read More »

De onmisbare fundering

Deel 1 van 9 De onmisbare funderingRessortraden en Districtsraden in Suriname In het Surinaamse huis van de democratie zijn het vaak de hoogste verdiepingen die de aandacht trekken: de president, het parlement, de ministers. Maar een goed huis rust op een degelijk fundament. In Suriname vormen de ressort- en districtsraad dat fundament. Zij zijn de onzichtbare pilaren waarop lokale vertegenwoordiging en ontwikkeling rusten, het democratisch cement dat de samenleving bijeenhoudt van Nickerie tot Marowijne. Deze raden, verankerd in de Grondwet en de Wet Regionale Organen, verkleinen de afstand tussen burger en bestuur. Ze zijn de eersten die horen wanneer de waterleiding barst of het pad onbegaanbaar wordt. Ze signaleren de problemen die voor de nationale overheid te klein lijken, maar voor de buurtbewoner van levensgroot belang zijn. Toch blijven ze onbekend, onbemind en ondergewaardeerd. De nationale aandacht richt zich op de DNA en het kabinet, terwijl volksvertegenwoordigers op lokaal niveau nauwelijks scholing, ondersteuning of media-aandacht krijgen. Zonder middelen, stem of macht, vervagen hun contouren in het schaduwspel van bestuurlijke verwaarlozing. Herwaardeer de ressortraden als het kloppend hart van de democratie, niet als symbolische aanwezigheid, maar als uitvoerende kracht in het veld. Want een huis zonder stevig fundament is gedoemd te bezwijken, hoe prachtig de bovenverdiepingen ook zijn. Henk Doelwijt

De onmisbare fundering Read More »

Fyofyo

FyofyoFort Zeelandia wan hebi na Sranantapu Tori-Collectief essayreeks Deel 4: Deze essay is de vierde in de serie waaraan wij werken, een reeks die niet slechts terugblikt, maar zich wil wortelen in waarheid, herstel en gewetensonderzoek. Fort Zeelandia, bastion van bezetting en beraad, een beladen plek als spiegel voor de natie Fort Zeelandia staat als een litteken aan de Surinamerivier. Van koloniale onderdrukking tot de Decembermoorden van 1982, het fort draagt bloed en geschiedenis. Maar ook hoop. Dit essay beschrijft hoe geestelijke leiders, waaronder uit de Volle Evangeliebeweging, deze plek trachten te reinigen en opnieuw toe te wijden. Want een volk dat zijn verleden niet eert met waarheid, bouwt zijn toekomst op zand. Vier eeuwen geschiedenis  In het hart van Paramaribo, aan de oever van de Surinamerivier, staat Fort Zeelandia als een onverzettelijke getuige van vier eeuwen geschiedenis. Niet louter een stapeling van bakstenen, maar een belichaamde herinnering aan onderdrukking, strijd en lijden. Het fort en de omgeving staan als een litteken in het landschap, dragen het gewicht van een verleden dat zwaarder is dan steen. Een verleden van koloniale overheersing, slavernij, marteling, doodslag en moord. Fort Zeelandia is een plek waar de geschiedenis nog ademt, soms in fluistering, soms in kreet. Gebouwd op geweld De oorsprong van Fort Zeelandia ligt in het midden van de zeventiende eeuw. Vanaf 1650 verschenen de eerste structuren, aangelegd door Engelse zeeschuimers, kolonisten die zich de grond van de inheemse bevolking toe-eigenden. Wat begon als een verdedigingswerk groeide uit tot een machtscentrum in de bittere strijd tussen Europese koloniale machten, Engelsen, Nederlanders en Fransen die elkaar met kruit en zwaard bevochten om zeggenschap over de Nieuwe Wereld. In 1667 viel het fort in handen van de Zeeuwse vloot onder leiding van Abraham Crijnssen. De bezetting veranderde, maar de aard bleef dezelfde: overheersing, extractie, onderwerping. Daar waar inheemsen ooit vrij leefden werd slavernij ingevoerd, vloeide nu het bloed van de onderdrukten. Het bastion werd militair hoofdkwartier, gevangenis en tuchthuis. De naam veranderde, maar de functie niet. Fort van slavernij en straf De koloniale tijd bracht met zich een barbaars regime van slavernij en tucht. Fort Zeelandia werd een plek van angst. Tot slaaf gemaakte Afrikanen werden hier vastgehouden, gemarteld, publiekelijk vernederd. Men werd gegeseld, gebrandmerkt, geradbraakt, opgehangen of levend verbrand, straffen die het hart doen verkrampen en de ziel doen beven. Het fort deed dienst als huis van bewaring. Criminelen, al dan niet schuldig, ondergingen hun straf in omstandigheden die verre van menselijk waren. Dwangarbeid, kettingen, honger en isolatie bepaalden het bestaan. Hier was het recht krom, en genade zeldzaam. Politiek geweld In de jaren tachtig werd het fort in bezit genomen door militaire coupplegers. Het bloed van het verleden werd opnieuw opgewekt. In de nacht van 7 op 8 december 1982 werden critici van het militaire regime daar vastgehouden, gemarteld en geëxecuteerd. De kogelgaten in de muur van Bastion Veere getuigen van deze wandaad. De Decembertragedie markeerden niet slechts een tragisch hoofdstuk, maar een voortzetting van het patroon waarin Fort Zeelandia telkens opnieuw fungeerde als toneel van onderdrukking. De geschiedenis had zich niet herhaald, ze had zich voortgezet. Energetische last en spirituele zuivering  Zulke gruwelen laten sporen na, niet enkel in de geschiedschrijving, maar in de atmosfeer. Een beklemmende sfeer, een gevoel van onrust, alsof het lijden van weleer in de muren is gekropen. De plek lijkt energetisch ‘belast’, alsof de geesten van de gemartelde er nog altijd dwalen. In reactie daarop zijn er door de jaren heen rituelen van geestelijke reiniging uitgevoerd. Christelijke en hindoeïstische gebedsdiensten, waterwijdingen, brandende kaarsen, heilige rook, allen proberen zij, op hun manier, de plek te zuiveren. Het is een symbolische poging tot herstel: niet om het verleden te wissen, maar om de ruimte opnieuw te wijden aan leven en waarheid. Ook de huidige president van de republiek heeft dit besef omarmd. President Santokhi laat geestelijke leiders van verschillende denominaties toe tot het paleis en het kabinet. Niet alleen om te bidden en zegeningen af te smeken voor zijn bestuur en het welzijn van het land, maar ook om de energetische geladenheid tegen te gaan die deze plaatsen aankleeft door hun geschiedenis. Vooral leiders uit de Volle Evangeliebeweging nemen hierin een actieve rol. Onder hen bevindt zich Apostel Lansdorf, die met gebed, zalving, lofzang en profetisch spreken deze ruimten inwijdt met het uitspreken van bevrijdingsgebeden, zoals beschreven in de Bijbel: “Is iemand onder u ziek, laat hij de oudsten der gemeente tot zich roepen, en laten zij voor hem bidden en hem zalven in de naam van de Heer.” Zulke handelingen zijn geen folklore, maar diepe geloofsgebruiken om door de kracht van de Heilige Geest reiniging en herbestemming tot stand te brengen. Het Presidentieel Paleis een verwante last Op steenworp van het Fort liggen het Presidentieel Paleis en het Kabinet van de President, het machtscentrum van het land. Ook deze plekken dragen een zware historische en symbolische last. Gebouwd in koloniale tijden, fungeert het paleis als het decor van vele politieke drama’s, inclusief momenten van nationale crisis en conflict. Ook hier zijn en worden gebedsdiensten gehouden, reinigingsrituelen voltrokken. Het volk weet: macht zonder moreel kompas leidt tot verderf. Daarom bidt men niet alleen voor de leiders, maar ook voor de plek vanwaar zij regeren. Fort Zeelandia als spiegel Wat moet men doen met een plek als Fort Zeelandia? Slopen? Verzachten? Vergeten? Een volk dat zijn verleden vergeet, veroordeelt zichzelf tot herhaling. Fort Zeelandia moet blijven staan, maar niet als een monument van trots. Het moet zijn als een spiegel, waarin elke generatie haar geweten onderzoekt. Het is aan het volk, gelovigen, historici en dichters om de waarheid onder ogen te zien, recht te doen aan de doden, lessen te trekken voor de levenden. Het fort is geen toeristische trekpleister, het is een altaar van herinnering. Het verdient onze eerbied, ons mededogen en onze moed om de geschiedenis niet te verbergen, maar te verklaren. Want zolang Fort Zeelandia staat, klinkt de stem van het verleden. En wie luisteren wil, zal horen wat nooit meer mag worden herhaald.

Fyofyo Read More »

“Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben”

Apostel Carlo Lansdorf:“Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben” Tori-Collectief essayreeks Deel 3: Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Over geloofstrouw en de plaats van Winti in het publieke debat. Dit derde essay snijdt een pijnlijk en actueel thema aan: hoe gaan we om met religieuze diversiteit, specifiek wanneer het aankomt op de plaats van Winti in nationale rituelen? Het vertrekpunt is een ontmoeting op het presidentieel paleis, waar de spanning tussen Bijbelse exclusiviteit en multiculturele tolerantie zichtbaar werd. Het stuk roept op tot zuivere theologie zonder verborgen koloniale reflexen, waarheid in liefde, zonder aanzien des persoons. Op de middag van 3 februari verscheen Apostel Lansdorf, met zijn gebruikelijke spoed en ernst, op het hoofdkwartier van het Tori Collectief. Zijn bezoek was, zoals men zou zeggen, van doktersaard kort, dringend, maar niet zonder betekenis. Ik liet de gelegenheid niet onbenut om hem met een mengeling van humor en ernst te wijzen op zijn afwezigheid bij onze bijeenkomsten. Wij missen zijn scherpte, zijn wijsheid, zijn geestelijke evenwicht bij het breinen en discussiëren over zaken van gewicht. Hij is immers een man van geleerdheid, ervaring en doorleefde overtuiging, een klankbord van waarde, zo niet onschatbaar. Met zijn kenmerkende hoffelijkheid verontschuldigde hij zich, maar wees er fijntjes op dat hij slechts een paar minuten had. Hij was onderweg naar het jaardagfeest van Zijne Excellentie, de president. Zonder aarzeling nodigde hij mij uit hem te vergezellen, en ik stemde toe. Onderweg, in de schaduw van de wandelgangen, konden we van gedachten wisselen zoals oude denkers dat doen: vrij, diepgaand en zonder omhaal. Het feest, gehouden in de tuin van het presidentieel paleis, was geen vertoon van pracht en praal. Integendeel, het was eenvoudig, ingetogen maar geladen met symboliek. Geen rijen diplomaten, geen elite in maatpakken. De gasten waren arbeiders, landbouwers, mensen van het veld, de zogeheten ‘kleine man’. Het was een bewuste keuze van de president, een gebaar dat, hoe eenvoudig ook, diepe weerklank vond. Tijdens de bijeenkomst nam een manspersoon het woord. Hij stelde zich voor als adviseur van de president en sprak over religie in een multiculturele samenleving. In zijn betoog prees hij enkele geloofsrichtingen expliciet: het hindoeïsme, de islam, het christendom, stuk voor stuk genoemd als bouwstenen van nationale harmonie. Maar zijn toon werd scherp toen hij sprak over Winti. Hij verklaarde ronduit niets te moeten hebben van Winti Bribi een geloof dat volgens hem ‘meekwam uit de slavernij’ en daar had moeten blijven. Die woorden sneden. Alsof de geschiedenis van een volk als ballast werd afgeschreven. Alsof de geestelijke nalatenschap van voorouders kon worden weggezet als folkloristisch bijgeloof. Ik keerde mij tot Apostel Lansdorf, een vooraanstaand leider binnen de Volle Evangeliebeweging. “Hoe vind je dat?” vroeg ik. “Dat Winti Bribi niet welkom is op het paleis?” Hij keek me aan, de ogen een tikje vermoeid, maar de stem helder en beslist: “De God van de Christenen is een jaloerse God.” Hij verwees, zoals het een bijbelman betaamt, naar de Tien Geboden, het fundament van de goddelijke orde zoals gegeven op de Sinaï: “Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. “Gij zult u geen gesneden beeld maken … noch u daarvoor neerbuigen.” De God van Israël duldt geen rivalen. Hij eist trouw, exclusiviteit, geen gedeeld altaar, geen gedeeld hart. Dit is geen moderne soepelheid, maar oeroud geloof. En in dat licht is de afwijzing van Winti een religie met meerdere entiteiten, rituelen en voorouderspiritualiteit volgens Lansdorf geen kwestie van discriminatie, maar van gehoorzaamheid aan een heilig gebod. Toch dringt zich een prangende vraag op. Een die velen fluisteren maar weinigen luidop durven stellen: Hoe rijmt Lansdorf zijn strikte gehoorzaamheid aan dit eerste gebod met zijn samenwerking met president Santokhi – een publieke belijder van het hindoeïsme? Want is het hindoeïsme ook niet een religie met vele goden, rituelen en beelden? Waarom lijkt Winti onbespreekbaar, maar wordt het hindoeïsme beleefd verwelkomd aan staatsrituelen en nationale gebedsdagen? De Bijbel zelf aarzelt niet om dit spanningsveld te benoemen: “Trek niet in een ongelijk span met ongelovigen. Want wat heeft gerechtigheid gemeen met wetteloosheid? Of wat heeft het licht te maken met de duisternis? … Welke overeenstemming is er tussen de tempel van God en afgoden?” Maar dezelfde Schrift kent ook andere tonen. De Heer sprak met Samaritanen. Hij geneest heidense kinderen. De apostel Paulus, scherp als een zwaard in doctrine, sprak tot filosofen en afgodenvereerders, zonder zijn geloof te verloochenen. Daniël diende een heidense koning, zonder zijn God te verraden. Wat leert ons dit? Dat de weg tussen waarheid en vrede geen eenvoudige is. Er is een tijd om te waarschuwen, en een tijd om te luisteren. Een tijd om af te zonderen, en een tijd om te verbinden. Niet alles wat verdraagzaam is, is waar. Maar ook niet alles wat waar is, moet met het zwaard verdedigd worden. Wat betreft Winti: het wordt vaak met argwaan bekeken, deels om theologische redenen, maar ook, zo moeten we eerlijk erkennen om historische en raciale. Winti is het geloof van tot slaaf gemaakte. De schaduwen van het kolonialisme hangen er nog altijd boven. Hindoeïsme daarentegen, hoe vreemder voor het christelijk dogma ook, is gekoppeld aan een bevolkingsgroep met bredere maatschappelijke acceptatie en meer politieke vertegenwoordiging. Is de afwijzing van Winti dan zuiver theologisch? Of een echo van koloniale rangordes? De brief van Jakobus spreekt scherp: “Gij zult het geloof in onze Heere Jezus Christus niet combineren met aanzien des persoons.” Wie onderscheid maakt tussen geloofsgemeenschappen op grond van afkomst, pleegt heiligschennis. Dan is het niet God die regeert, maar het vooroordeel van mensen. Apostel Lansdorf bidt met de president. Hij wandelt door de gangen van de macht, maar draagt zo mogen we hopen in zijn binnenste de stem van het Woord. Moge hij, en zij die met hem staan, de moed hebben deze vragen niet te mijden, maar aan te gaan met liefde én waarheid. Want zout dat niet meer schuurt, verliest zijn kracht. En licht dat zijn helderheid verliest, kan zelfs een paleis niet verlichten.

“Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben” Read More »

Vrijwillig, niet vrijblijvend

Vrijwillig, niet vrijblijvend Over de roeping en selectie van vrijwilligers Dit essay is geschreven naar aanleiding van een terugkerend en verontrustend fenomeen dat tijdens een diepgaande gedachtewisseling tussen maatschappelijk werkers met jarenlange ervaring aan het licht kwam. Allen, werkzaam in verschillende sectoren van de samenleving, herkenden dezelfde worsteling: de betekenis van het woord vrijwilliger wordt te vaak verkeerd geïnterpreteerd. Dag in, dag uit vertrouwen hulpbehoevenden, ouderen, kinderen en kwetsbare groepen op de inzet van vrijwilligers. En hoewel velen zich met een warm hart aanmelden, blijkt in de praktijk regelmatig dat afspraken niet worden nagekomen, vrijwilligers onverwacht wegblijven of zich nauwelijks verantwoordelijk voelen voor hun rol. Deze ervaring heeft geleid tot een dringende behoefte om het onderwerp onder de loep te nemen. Niet om te ontmoedigen, integendeel. Dit essay is bedoeld om het vrijwilligerswerk te versterken, door eerlijke verwachtingen te scheppen, duidelijke richtlijnen te bieden, en recht te doen aan het onmisbare belang van goed geselecteerde en gemotiveerde vrijwilligers. De ware betekenis van ‘vrijwilliger’ Suriname kent een warme traditie van samenleven en samen helpen. De bereidheid om tijd, kennis en kracht te delen is groot. Velen zetten zich in zonder financiële beloning, enkel gedreven door medemenselijkheid. Maar juist omdat vrijwilligers geen loon ontvangen, sluipt er soms een misvatting in hun houding. Het woord vrijwilliger betekent: uit vrije wil. Maar dat betekent niet: vrijblijvend. Wanneer iemand zich aanmeldt als vrijwilliger, doet diegene een morele belofte. Die belofte is niet juridisch bindend, maar wel maatschappelijk doorslaggevend. Als een vrijwilliger zonder afzegging wegblijft van zijn post, terwijl een zieke wacht op verzorging of een kind rekent op begeleiding, laat men niet alleen een taak, maar een mens in de steek. Het is dan ook een vergissing te denken: “Ik doe dit voor niets, dus ik ben tot niets verplicht.” Het tegenovergestelde is waar: juist in de vrijwilligheid ligt een grotere vorm van verantwoordelijkheid besloten. Aan welke eisen moet een vrijwilliger voldoen? Een warm hart is een prachtig begin. Maar een goed georganiseerde organisatie vraagt méér. Vrijwilligers vormen het fundament van vele projecten. Zonder betrouwbaarheid en toewijding wankelt dat fundament. Daarom zijn er duidelijke kenmerken waaraan een vrijwilliger idealiter voldoet: Verantwoordelijkheidsgevoel Doet wat beloofd is, komt afspraken na en communiceert tijdig bij verhindering. Betrouwbaarheid Zorgt voor continuïteit, houdt zich aan regels en gaat vertrouwelijk om met informatie. Inzetbaarheid Is op vaste, afgesproken momenten beschikbaar, niet ‘wanneer het uitkomt’. Basisvaardigheden Afhankelijk van de rol: kunnen luisteren, begeleiden, organiseren of rapporteren. Teamgeest Kan samenwerken, toont respect voor collega’s en leidinggevenden. Leerbereidheid Staat open voor begeleiding, feedback en persoonlijke ontwikkeling.   Het belang van een selectieprocedure Een stichting of organisatie is geen toevallige optelsom van goede bedoelingen. Zij heeft een missie, een structuur, en vaak een kwetsbare doelgroep die bescherming verdient. Daarom is het niet alleen verstandig, maar zelfs noodzakelijk om een lichte, doch gerichte selectieprocedure te hanteren voor vrijwilligers. Een goede selectieprocedure voorkomt: Onbegrip over taken en verwachtingen. Kennismakingsgesprek Onveilige situaties voor hulpvragers en collega’s. Zo’n procedure kan bestaan uit: kennismakingsgesprek om motivatie, vaardigheden en beschikbaarheid te peilen. Toetsing van inzetbaarheid Is de vrijwilliger werkelijk beschikbaar zoals nodig is? Achtergrondcheck (indien nodig), zeker bij werk met kinderen, ouderen of vertrouwelijke informatie. Proefperiode Laat de vrijwilliger meedraaien met begeleiding, zodat wederzijdse verwachtingen helder worden. Vrijwilligersovereenkomst Een schriftelijke afspraak waarin staat wat men van elkaar verwacht, geen juridisch contract, maar een morele leidraad. Moet iedereen worden toegelaten? Het antwoord is eenvoudig: nee. Het is geen kwestie van discrimineren, maar van zorgvuldig bouwen aan een werkzame gemeenschap. Niet iedereen past bij elke taak. Goede bedoelingen zijn waardevol, maar niet altijd voldoende. Een vrijwilliger zonder verantwoordelijkheidsgevoel, hoe vriendelijk ook, kan méér schade aanrichten dan iemand die eerlijk zegt: “Dit is niets voor mij.” Een team zonder selectie werkt als een orkest zonder dirigent: ieder speelt zijn eigen deuntje, maar de harmonie ontbreekt. Door duidelijk te zijn aan de poort, beschermt men niet alleen de organisatie, men beschermt ook de vrijwilliger tegen overbelasting, misverstanden en teleurstelling. Een zaak van hart en hoofd Vrijwilligerswerk is geen invuloefening, geen veredelde hobby. Het is dienstbaarheid met waardigheid. De vrijwilliger is geen loonslaaf, maar ook geen vrijblijvende passant. Hij of zij is een roepingsfiguur, een mens die bewust kiest om er voor een ander te zijn, op vaste tijden, in een gedeelde opdracht. Daarom mogen we het niet lichtvaardig behandelen. Wie een vrijwilliger wil worden, moet beseffen: men stapt in een keten van vertrouwen. En wie verantwoordelijk is voor vrijwilligers, moet met zorg waken over die keten. Een warm hart is een goed begin maar een stevig kompas maakt de tocht vol houdbaar. Vrijwillig is niet vrijblijvend. Het is trouw aan een belofte die men uit eigen wil heeft uitgesproken. In het hart van de Surinaamse samenleving klopt een eeuwenoude traditie van solidariteit. Van het helpen van de buurvrouw zonder tegenprestatie, tot het organiseren van kinderactiviteiten in het weekend: Surinamers hebben een goed hart. Dat staat buiten kijf. Het vrijwilligerswerk is daarvan het levende bewijs. Velen zetten hun kennis, krachten en tijd in om anderen bij te staan. Zij kiezen ervoor om te dienen zonder loon, maar met liefde. En toch, in die edele wereld van goede bedoelingen dreigt een sluipend misverstand: het woord “vrijwilliger” wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd. De ware betekenis van ‘vrijwilliger’ Vrijwillig betekent: uit eigen vrije wil, zonder dwang. Maar het betekent niet: vrijblijvend. Daar wringt de schoen. Te vaak leeft de gedachte dat wie vrijwilliger is, ook zomaar kan “wegblijven.” Wegblijven zonder bericht, zonder gevolgen. Men bedoelt het niet slecht. Men denkt simpelweg: “Ik doe dit voor niets, dus ik ben tot niets verplicht.” Maar die gedachte is onjuist. En gevaarlijk. Want een vrijwilliger krijgt misschien geen salaris, maar hij of zij draagt wel verantwoordelijkheid. Soms zelfs méér dan wie voor loon werkt. Want zonder contract of toezicht is er slechts één kompas: het innerlijk plichtsgevoel. Stel je voor: je hebt je opgegeven om op een zieke te passen. De familie vertrouwt op jouw komst. De patiënt wacht. En jij verschijnt niet. Geen bericht. Geen vervanging. Wat achterblijft is onzekerheid, angst,

Vrijwillig, niet vrijblijvend Read More »

“Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht”

Apostel Carlo Lansdorf:“Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht” Tori-Collectief essayreeks Deel 2: Barmhartigheid als stille kracht van de samenleving In dit tweede essay verleggen we de focus van de macht naar de mens. Barmhartigheid, zo leert het Evangelie, is geen optionele deugd, maar het hart van ware godsdienst. Christus identificeert zich met de zieke, de gevangene, de verworpene. Suriname zal niet worden geoordeeld op haar begroting, maar op haar bewogenheid. Wie een wond verbindt, heeft het Koninkrijk dichterbij gebracht. Middernacht  Wanneer de eerste onder de gelijken van het Tori Collectief een ander belt, is dat zelden een alledaags moment. Zo ook die nacht, diep in het uur waarin engelen waken en mensen slapen. Het was middernacht toen ik Apostel Lansdorf belde. Hij nam op en sprak, zonder omhaal: “Ik kan nu niet praten, ik ben op het Kabinet van President Santokhi. Wij zijn aan het bidden voor het welzijn van Suriname.” Uit dat korte, geladen antwoord ontsproot deze bespiegeling. Indien het eerste deel handelde over de verhouding tussen God en de macht, dan richt dit tweede deel zich op radicale kracht: barmhartigheid. Geen wapen, geen wapenfeit, maar de verborgen politiek van de liefde voor de verworpene, de zieke, de verwaarloosde, het zogenaamd ‘gespuis’. Zorg voor de zieken een heilige plicht  “Ik was ziek, en gij hebt Mij bezocht.” In deze woorden van Christus, uitgesproken in het licht van het Laatste Oordeel, klinkt geen poëzie maar profetie. Hij zegt niet: zij waren ziek, maar: Ik was ziek. Hij vereenzelvigt Zich met de lijdende mens. Wie voor hen zorgt, zorgt voor Hem. Wie hen mijdt, keert zich van Hem af. En Hij gebiedt Zijn volgelingen, zonder slag of stoot: “Genees de zieken, reinig melaatsen, wek doden op, drijf demonen uit. Om niet hebt gij ontvangen, om niet moet gij geven.” Niet als het u schikt. Niet als het politiek uitkomt. Maar altijd. Onvoorwaardelijk. Met vrijmoedigheid en vuur. De Farizeeën vroom van kleed, maar koud van hart fronsten hun voorhoofden toen Jezus aan tafel ging met tollenaars en hoeren. Maar Hij sprak: “De gezonde heeft geen dokter nodig, maar de zieke wel.” Zijn genade overspant de afgrond van onze oordelen. Zijn liefde schrijft wetten waar mensenwetten zwijgen. Toen men een vrouw bij Hem bracht, betrapt op overspel, schreef Hij in het zand en sprak: “Wie zonder zonde is, werp de eerste steen.” De stenen bleven liggen. De oordelen verstomden. Alleen de genade bleef staan. Barmhartigheid de kern van ware godsdienst  De profeet Micha spreekt als een klok in de nacht: “Wat eist de HEERE van u dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God?” Jakobus schrijft: “De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader is: omzien naar wezen en weduwen in hun verdrukking, en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren.” Ware godsdienst is geen leer zonder leven. Geen lofzang zonder liefde. Geen dogma zonder daden. Geen eredienst zonder erbarmen. De Barmhartige Samaritaan Een man ligt halfdood aan de kant van de weg. Een priester passeert haastig, op weg naar de tempel. Een tempeldienaar kijkt, maar keert zich af. Dan komt een Samaritaan, verworpen en veracht, en knielt. Hij verzorgt. Draagt. Betaalt. Redt. “Wie van deze drie,” vraagt Jezus, “is de naaste geweest?” En Hij besluit: “Ga heen, en doe gij evenzo.” Ziedaar het gebod. Geen theorie, maar praktijk. Geen idee, maar opdracht. Het hart van God klopt nabij de verworpene  “De HEERE is nabij de gebrokene van hart,” zegt de psalm. Hij woont niet in paleizen, noch in de bladzijden van beleidsnota’s, maar in de kreet van een verslaafde, het gebed van een dakloze, het stille verdriet van een vergeten kind. Wie hen “gespuis” noemt, verzaakt het gelaat van Christus in hun ogen. Wie hen veracht, veracht de Heer Zelf. Want God meet een volk niet naar haar macht, maar naar haar mildheid. Niet naar haar torens, maar naar haar tranen. De maat van een volk  Suriname zal niet worden geoordeeld op slogans of cijfers, maar op de vraag: Wat deed gij voor de minste onder u? Apostel Lansdorf, biddend in de wandelgangen van het kabinet, toont dat geloof geen ivoren toren is. Geloof is voeten op aarde en ogen op de hemel. Geloof is niet alleen knielen bij de president, maar ook bukken bij de krakkemikkige op de straathoek. Moge deze woorden niet blijven hangen in inkt, maar vlees en bloed worden in het doen van hen die durven geloven. Want wie een wond verbindt, heeft het Koninkrijk dichterbij gebracht.

“Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht” Read More »

Gij zijt het zout der aarde

Apostel Carlo Lansdorf:Gij zijt het zout der aarde Tori-Collectief essayreeks Een bijbels essay over geloof en politiek (Deel 1) Dit eerste artikel benadert de verhouding tussen politiek en geloof vanuit christelijk perspectief, als spiegel en toetssteen, niet als partijprogramma. De Bijbel wordt belicht als een boek van verbond en geweten, waarin profeten niet zwijgen en macht wordt getoetst aan gerechtigheid en barmhartigheid. Inleiding In deze reeks van zes essays behandelen wij plaatsen, gebeurtenissen en perspectieven die Suriname tekenen. Van Fort Zeelandia als symbool van onderdrukking tot het visioen van een bestuur geleid door principes. Elk essay is een stem in het koor dat zingt: Suriname, sta op in waarheid. De aanleiding tot het vijfde essay werd gevormd door een ontmoeting met pastoor VL van de Volle Evangeliebeweging, die met het Tori-Collectief sprak over de groei en geestelijke kracht van deze beweging. Hij sprak de overtuiging uit dat gelovigen, ongeacht hun partijpolitieke kleur, vanuit hun geloofsovertuiging kunnen bijdragen aan een rechtvaardig bestuur. Wat hier op papier is gezet is de aanzet tot een vurige bazuinroep, een pleidooi voor een geloof dat niet zwijgt wanneer het kwaad regeert. Srefidensi Een van de eerste leden van het Tori Collectief, ontstaan in de dagen rond het verkrijgen van Srefidensi in 1973, was Carlo Lansdorf. Hij was toen net afgestudeerd aan de Selectaschool van de Evangelische Broedergemeente. In die tijd verscheen het eerste boek dat de aanstaande onafhankelijkheid van Suriname behandelde: Heb hart voor Suriname, geschreven door Henk Doelwijt. De illustraties kwamen van leerlingen van de Nieuwe School voor Beeldende Kunst, opgericht in 1971 door de legendarische Nola Hatterman. Onder hen bevonden zich R. Polak, R. Chang, D. Soekinta, R. Jokhan en J. Brandflu. Wim Bakker, eveneens een van de eerste leden van het Tori Collectief, werd door dit boek geïnspireerd tot het schrijven van het gelijknamige lied: Heb hart voor Suriname. Carlo Lansdorf, nu Apostel van de Kinderen van het Licht Ministries en nog steeds lid van het Tori Collectief richt zich, na al die jaren, op de verhouding tussen geloof en politiek. Laat ons afdalen in de diepte van Schrift en geschiedenis, waar het Woord niet fluistert, maar klinkt als een bazuin over de velden van macht en moraal. Dit eerste artikel benadert de verhouding tussen politiek en geloof vanuit christelijk perspectief, al zouden verwante gedachten evengoed ontsproten kunnen zijn aan andere geloofstradities. Tussen troon en altaar  In de Surinaamse samenleving klinkt steeds luider de vraag: wat is de plaats van het geloof in het rijk van wetten, bestuur en macht? Of scherper: kan een mens God dienen en tegelijk de koning gehoorzamen? De Bijbel, dat oude maar levende boek van wijsheid, poëzie, recht en profetie, biedt geen partijprogramma of stemadvies. Maar het weeft door al zijn bladzijden een visie op macht, rechtvaardigheid en menselijke verantwoordelijkheid. Van Mozes tot Christus, van profeet tot apostel: de Bijbel spreekt niet over politiek als machtsspel, maar als morele toetssteen. Niet als stemwijzer, maar als spiegel. God sluit met Abraham een verbond, en later via Mozes met het volk Israël. Hier is God Koning, en de wet is geen mensenwerk, maar heilige instructie. “Gij zult heilig zijn, want Ik, de HEERE, uw God, ben heilig.” De profeet Samuël waarschuwt het volk wanneer het een aardse koning verlangt: “Hij zal uw zonen nemen en hen aanstellen als zijn wagenmenners… hij zal het beste van uw akkers nemen… u zult dan roepen tot de HEERE omwille van uw koning, maar de HEERE zal u niet antwoorden.” Toch houdt het volk vol. Dan zegt God tot Samuël: “Zij hebben u niet verworpen, maar Mij, dat Ik geen koning over hen zou zijn.” Vanaf dat moment ontstaat een bijbels spanningsveld: God staat boven de politiek, maar laat zich er niet uit wegschrijven. David wordt koning, een man naar Gods hart, maar tegelijk een zondaar. En de profeten? Die spreken zelden namens de macht, maar eerder als de luis in de pels van het paleis. Zij zijn de waakhonden van gerechtigheid, niet de hofpredikers van het regime. Gerechtigheid als fundament  “Gerechtigheid en recht zijn de grondslag van Uw troon,” word in Psalm gezegd. In heel de Schrift zijn het niet de offers, maar het recht dat God behaagt. Het onrecht van leiders is een aanfluiting in Gods ogen, en macht zonder barmhartigheid roept Zijn gramschap op. Wie regeert, wordt getoetst aan zijn zorg voor de weduwe, de wees, de vreemdeling en de armen. Geen groter verraad dan wanneer een koning zich als roofdier gedraagt in plaats van als herder. Jezus en het keizerrijk  In het Nieuwe Testament wordt de politieke lading nog indringender. Jezus leeft onder Romeinse bezetting. Wanneer men Hem vraagt of het geoorloofd is belasting te betalen aan de keizer, is dat geen boekhoudkundige vraag, maar een valstrik. Zijn antwoord is messcherp: “Geef dan aan de keizer wat des keizers is, en aan God wat van God is.” Jezus erkent daarmee de tijdelijke orde, maar stelt Gods gezag erboven. Hij zwaait niet met een zwaard, maar ondergraaft het fundament van elke macht die zich goddelijk waant. Hij verkondigt het Koninkrijk van God, geen geografische staat, maar een geestelijke werkelijkheid. “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld,” zegt Hij tegen Pilatus. En toch sterft Hij. Niet als crimineel, maar als bedreiging voor het systeem. Zijn kruis is het bewijs dat de wereld liever de waarheid kruisigt dan zich bekeert. Onderwerping of verzet?  Paulus schrijft dat elke overheid door God is ingesteld. Maar tegelijk roept hij op: “Men moet God meer gehoorzamen dan mensen.” Hier ontstaat de christelijke paradox: gehoorzaamheid aan gezag, zolang het niet in strijd is met het geweten in Christus. De Openbaring van Johannes maakt het nog scherper: de keizerlijke macht wordt daar voorgesteld als een beest, dronken van arrogantie. De gelovigen worden opgeroepen trouw te blijven aan het Lam, zelfs tot in de dood. Wie de macht verabsoluteert, stelt zich tegen God. Maar de hoop blijft: een nieuw Jeruzalem, waar gerechtigheid woont. Zout der aarde  De Bijbel roept niet op tot theocratie, maar ook niet tot apolitieke

Gij zijt het zout der aarde Read More »

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiëren