CampusEditor1

Onzichtbare helden

Deel 7 van 9 Onzichtbare heldenWaarom lokale vertegenwoordigers media-aandacht verdienen In campagnes en politieke debatten ligt de focus haast uitsluitend op de president en de leden van De Nationale AssemblĆ©e. De ressortraadsleden verdwijnen in de schaduw. Deze mediale verwaarlozing heeft verstrekkende gevolgen voor hun erkenning, effectiviteit en moraal. Media kunnen een correctieve rol spelen. Lokale radio, sociale media en dagbladen moeten ressortraadsleden tonen in hun werk, dilemma’s, successen en fouten. Want alleen wie gezien wordt, wordt begrepen. En wie begrepen wordt, krijgt draagvlak. Start een nationale mediacampagne over lokaal bestuur. Niet als bijzaak, maar als structureel onderdeel van publieke communicatie. Want een stem die niet gehoord wordt, sterft weg. Henk Doelwijt

Onzichtbare helden Read More Ā»

Geroezemoes in de marge of stem van het volk?

Deel 6 van 9 Geroezemoes in de marge of stem van het volk?De toekomst van de ressortraad Dit essay is een manifest voor herwaardering. Niet alleen in beleid, maar ook in beeldvorming, scholing en burgersensibilisering. Laat de ressortraad niet langer een figurant zijn op het bestuurlijke toneel. Geef hen de plek, middelen en aandacht die passen bij hun verantwoordelijkheid. Ressortraadsleden mogen adviseren, maar zelden beslissen. Ze signaleren, maar bepalen niet. En als de landelijke media alleen de president en parlementariƫrs tonen, verdwijnt de rest in het geroezemoes. Toch zijn het juist deze raden die de nood van de buurten kennen. Wie een huis bouwt, begint niet met het dak. Zij vormen het basale weefsel van de gemeenschap: aanspreekbaar, zichtbaar en onvervangbaar. Henk Doelwijt

Geroezemoes in de marge of stem van het volk? Read More Ā»

De Bijbel als bestuursinstrument

De Bijbel als bestuursinstrument Tori-Collectief essayreeks Deel 6: Apostel Carlo Lansdorf: ā€œLaat het duidelijk zijn: wij spreken hier niet over een theocratie waarin niet met menselijke inzichten wetten worden geschreven. Nee, wij spreken over een geestelijk fundament. Zoals elk huis een fundament behoeft om te blijven staan, zo heeft elk land een moreel kompas nodig om niet af te glijden in corruptie en chaos. Dat kompas ligt niet verborgen in partijprogramma’s of beleidsnota’s, maar in het Woord van God. De schrift biedt geen blauwdruk voor begrotingen of beleidsdomeinen. Wat zij wel biedt, is een ijkpunt: ā€œWeeg de geest der besluiten,ā€ zegt de Bijbel. Niet alles wat legaal is, is rechtvaardig. Niet elke meerderheid is moreel. Waar geloof regeert, daar buigt men voor het zwakke, beschermt men de weduwe en de wees, en sluit men geen compromissen met onrecht hoe winstgevend dat ook mag lijken.ā€ De plaats van gelovige leiders ā€œWanneer gelovigen de politieke arena betreden, dan moet dat niet zijn om werelds succes te zoeken, maar om lichtdragers te zijn in duisternis. Hun opdracht is tweevoudig: standvastig in principes, maar zachtmoedig in omgang. Ze moeten zich niet verschuilen achter partijstandpunten, maar zich telkens weer afvragen: Wat zou Christus doen? De Volle Evangeliebeweging heeft hierin een unieke verantwoordelijkheid. Niet omdat zij beter is dan anderen, maar omdat zij belijdt te leven in de kracht van de Heilige Geest. Dat vereist mƩƩr dan charisma; het vraagt karakter. Besturen in de Geest betekent: waarheid spreken waar het pijn doet, liefde betonen waar het schuurt, en hoop brengen waar alles dor lijkt.ā€ Bestuurspraktijk ā€œWaarheidsgetrouw spreken, geen vage beloften of leugens met omwegen. Laat uw ja ja zijn en uw nee nee. Verantwoordelijkheid dragen, macht is geen privilege maar plicht. Elke handtekening telt bij de troon van God. Recht doen aan de kleinen, geen enkel beleid is rechtvaardig als het de armen vergeet. Corruptie afzweren, wie geld aanbidt, kan God niet dienen. Eerlijke handen zijn zelden rijk, maar altijd gezegend. Vrede zoeken boven partijbelang, gedeeld leiderschap is geen zwakte, maar wijsheid. Gebed als bestuursinstrument, begin elke vergadering met gebed. Laat Gods Geest vrij bewegen in de raadzaal.ā€ Slotbeschouwing ā€œSuriname is geen goddeloos land. Het is een land dat verlangt, zoekt, en soms struikelt. Maar zolang er gelovigen zijn die opstaan, niet in naam van een partij maar in Naam van de Allerhoogste, is er hoop.ā€ Tot zover Apostel Lansdorf. Het Tori-Collectief zal blijven schrijven, want wij geloven dat het mogelijk is: een volk dat recht doet, een regering en een natie die weer durft te dromen.

De Bijbel als bestuursinstrument Read More Ā»

Een volk dat recht doet

Een volk dat recht doet Tori-Collectief essayreeks Deel 5: Visioen voor bestuur in waarheid “En wat eist de HEERE van u dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God?” Dit essay is een oproep, geen betoog; een visioen, geen verkiezingsprogramma. Wij schrijven dit vanuit de diepe overtuiging dat Suriname slechts recht zal doen aan zijn roeping wanneer zij zich laat leiden door de heilige beginselen van gerechtigheid, compassie en nederigheid zoals door God vereist. “En wat eist de HEERE van u dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God?” Ā Woorden van gelijke strekking uit de mond van Apostel Lansdorf: ā€œWanneer een volk herhaaldelijk struikelt, niet door gebrek aan talent of middelen, maar door gebroken moraal en het negeren van geestelijke wetten, dan is het tijd om terug te keren. Niet naar oude vormen, maar naar eeuwige waarheden.ā€ De Bijbel als bestuursinstrument Ā ā€œLaat het duidelijk zijn: wij spreken hier niet over een theocratie waarin dominees de wetten schrijven. Nee, wij spreken over een geestelijk fundament. Zoals elk huis een fundament behoeft om te blijven staan, zo heeft elk land een moreel kompas nodig om niet af te glijden in corruptie en chaos. Dat kompas ligt niet verborgen in partijprogramma’s of beleidsnota’s, maar in het Woord van God. De Schrift biedt geen blauwdruk voor begrotingen of beleidsdomeinen. Wat zij wel biedt, is een ijkpunt: ā€œWeeg de geest der besluiten,ā€ zegt de Bijbel. Niet alles wat legaal is, is rechtvaardig. Niet elke meerderheid is moreel. Waar geloof regeert, daar buigt men voor het zwakke, beschermt men de weduwe en de wees, en sluit men geen compromissen met onrecht, hoe winstgevend dat ook mag lijken.ā€ De plaats van gelovige leiders ā€œWanneer gelovigen de politieke arena betreden, dan moet dat niet zijn om werelds succes te zoeken, maar om lichtdragers te zijn in duisternis. Hun opdracht is tweevoudig: standvastig in principes, maar zachtmoedig in omgang. Ze moeten zich niet verschuilen achter partijstandpunten, maar zich telkens weer afvragen: Wat zou Christus doen? De Volle Evangeliebeweging heeft hierin een unieke verantwoordelijkheid. Niet omdat zij beter is dan anderen, maar omdat zij belijdt te leven in de kracht van de Heilige Geest. Dat vereist mƩƩr dan charisma; het vraagt karakter. Besturen in de Geest betekent: waarheid spreken waar het pijn doet, liefde betonen waar het schuurt, en hoop brengen waar alles dor lijkt.ā€ Bestuurspraktijk Ā ā€œWaarheidsgetrouw spreken, geen vage beloften of leugens met omwegen. Laat uw ja ja zijn en uw nee nee. Verantwoordelijkheid dragen, macht is geen privilege maar plicht. Elke handtekening telt bij de troon van God. Recht doen aan de kleinen, geen enkel beleid is rechtvaardig als het de armen vergeet. Corruptie afzweren, wie geld aanbidt, kan God niet dienen. Eerlijke handen zijn zelden rijk, maar altijd gezegend. Vrede zoeken boven partijbelang, gedeeld leiderschap is geen zwakte, maar wijsheid. Gebed als bestuursinstrument, laat Gods Geest vrij bewegen in de raadzaal. Suriname is geen goddeloos land. Het is een land dat verlangt, zoekt, en soms struikelt. Maar zolang er gelovigen zijn die opstaan, niet in naam van een partij maar in Naam van de Allerhoogste, is er hoop. Ā Zo spreekt de HEERE: ā€œIk zoek naar een mens die de bres opstaat voor het land…ā€ Ā Tot zover apostel Lansdorf.

Een volk dat recht doet Read More Ā»

Het salaris van de volkswil

Deel 4 van 9 Het salaris van de volkswil Over vergoeding en waardering Ressortraadsleden ontvingen aanvankelijk een maandelijkse schadeloosstelling van circa SRD 1.500 tot SRD 2.000; districtsraadsleden iets meer. Een magere vergoeding, gezien de verantwoordelijkheden en tijdsinvestering. Hun werk gebeurt vaak tussen familieverplichtingen en eigen broodwinning door. Maar waardering is meer dan geld: het zit ook in erkenning, ondersteuning en vorming. Wanneer een raadslid zijn hand moet ophouden voor brandstof om een werkbezoek af te leggen, ondergraaft men het ambt en de democratie. Verbind vergoedingen aan inzet, transparantie en meetbare resultaten. Beloon prestatie, niet politieke trouw. Wie draagt, verdient ruggensteun – óók op lokaal niveau. Henk Doelwijt

Het salaris van de volkswil Read More Ā»

Het kiesbiljet als spiegel

Deel 3 van 9 Het kiesbiljet als spiegel Lokaal bestuur of partijkantoor? Met de invoering van ƩƩn nationale kieskring werd het stemproces eenvoudiger, maar ook afstandelijker. Uit de publieke opinie blijkt dat ressortraadsleden hun positie te vaak gebruiken als beloning voor partijloyaliteit, niet als dienst aan de gemeenschap. De burger ziet hoe projecten, werkplaatsen en subsidies naar ā€œvrienden van de partijā€ gaan. Hierdoor ontstaan cynisme en apathie. De fundamentele vraag blijft: dienen ressortraadsleden hun buurt, of hun partij? Transparantie, integriteit en toezicht zijn geen luxe maar noodzaak. Dit vraagt om gedragscodes, onafhankelijke toetsing en een cultuur van verantwoording. Wie de spiegel van het kiesbiljet op zichzelf durft te richten, ontdekt of hij gekozen is voor het volk – of voor de partij. Henk Doelwijt

Het kiesbiljet als spiegel Read More Ā»

Een gelijke stem voor allen

Deel 2 van 9 Een gelijke stem voor allenDe hervorming van het kiesstelsel Tot 2020 kende Suriname een kiesstelsel waarin stemmen uit kleine districten zwaarder wogen dan die uit dichtbevolkte gebieden. Deze scheefgroei leidde ertoe dat een stem in Coronie bijvoorbeeld tientallen keren zwaarder woog dan een stem in Paramaribo. Dit was niet alleen onrechtvaardig, het was onhoudbaar. Na tussenkomst van het Constitutioneel Hof kwam de historische correctie. In 2025 werd een landelijk evenredig kiesstelsel ingevoerd. Suriname werd ƩƩn kiesdistrict. Elke stem telt nu even zwaar. Dit bevordert nationale eenheid en dwingt politieke partijen tot bredere, inclusieve programma’s. Toch is er een schaduwzijde. De lokale raden verdwijnen uit de publieke aandacht. Campagnes negeren de lokale schakels. Maar als de fundamenten verwaarloosd worden, stort ook het bovenhuis vroeg of laat in. Behoud de balans. Nationale eenheid moet niet betekenen dat lokale vertegenwoordiging wordt opgeofferd. Integendeel: hun rol is belangrijker dan ooit. Henk Doelwijt

Een gelijke stem voor allen Read More Ā»

De onmisbare fundering

Deel 1 van 9 De onmisbare funderingRessortraden en Districtsraden in Suriname In het Surinaamse huis van de democratie zijn het vaak de hoogste verdiepingen die de aandacht trekken: de president, het parlement, de ministers. Maar een goed huis rust op een degelijk fundament. In Suriname vormen de ressort- en districtsraad dat fundament. Zij zijn de onzichtbare pilaren waarop lokale vertegenwoordiging en ontwikkeling rusten, het democratisch cement dat de samenleving bijeenhoudt van Nickerie tot Marowijne. Deze raden, verankerd in de Grondwet en de Wet Regionale Organen, verkleinen de afstand tussen burger en bestuur. Ze zijn de eersten die horen wanneer de waterleiding barst of het pad onbegaanbaar wordt. Ze signaleren de problemen die voor de nationale overheid te klein lijken, maar voor de buurtbewoner van levensgroot belang zijn. Toch blijven ze onbekend, onbemind en ondergewaardeerd. De nationale aandacht richt zich op de DNA en het kabinet, terwijl volksvertegenwoordigers op lokaal niveau nauwelijks scholing, ondersteuning of media-aandacht krijgen. Zonder middelen, stem of macht, vervagen hun contouren in het schaduwspel van bestuurlijke verwaarlozing. Herwaardeer de ressortraden als het kloppend hart van de democratie, niet als symbolische aanwezigheid, maar als uitvoerende kracht in het veld. Want een huis zonder stevig fundament is gedoemd te bezwijken, hoe prachtig de bovenverdiepingen ook zijn. Henk Doelwijt

De onmisbare fundering Read More Ā»

Fyofyo

FyofyoFort Zeelandia wan hebi na Sranantapu Tori-Collectief essayreeks Deel 4: Deze essay is de vierde in de serie waaraan wij werken, een reeks die niet slechts terugblikt, maar zich wil wortelen in waarheid, herstel en gewetensonderzoek. Fort Zeelandia, bastion van bezetting en beraad, een beladen plek als spiegel voor de natie Fort Zeelandia staat als een litteken aan de Surinamerivier. Van koloniale onderdrukking tot de Decembermoorden van 1982, het fort draagt bloed en geschiedenis. Maar ook hoop. Dit essay beschrijft hoe geestelijke leiders, waaronder uit de Volle Evangeliebeweging, deze plek trachten te reinigen en opnieuw toe te wijden. Want een volk dat zijn verleden niet eert met waarheid, bouwt zijn toekomst op zand. Vier eeuwen geschiedenis Ā In het hart van Paramaribo, aan de oever van de Surinamerivier, staat Fort Zeelandia als een onverzettelijke getuige van vier eeuwen geschiedenis. Niet louter een stapeling van bakstenen, maar een belichaamde herinnering aan onderdrukking, strijd en lijden. Het fort en de omgeving staan als een litteken in het landschap, dragen het gewicht van een verleden dat zwaarder is dan steen. Een verleden van koloniale overheersing, slavernij, marteling, doodslag en moord. Fort Zeelandia is een plek waar de geschiedenis nog ademt, soms in fluistering, soms in kreet. Gebouwd op geweld De oorsprong van Fort Zeelandia ligt in het midden van de zeventiende eeuw. Vanaf 1650 verschenen de eerste structuren, aangelegd door Engelse zeeschuimers, kolonisten die zich de grond van de inheemse bevolking toe-eigenden. Wat begon als een verdedigingswerk groeide uit tot een machtscentrum in de bittere strijd tussen Europese koloniale machten, Engelsen, Nederlanders en Fransen die elkaar met kruit en zwaard bevochten om zeggenschap over de Nieuwe Wereld. In 1667 viel het fort in handen van de Zeeuwse vloot onder leiding van Abraham Crijnssen. De bezetting veranderde, maar de aard bleef dezelfde: overheersing, extractie, onderwerping. Daar waar inheemsen ooit vrij leefden werd slavernij ingevoerd, vloeide nu het bloed van de onderdrukten. Het bastion werd militair hoofdkwartier, gevangenis en tuchthuis. De naam veranderde, maar de functie niet. Fort van slavernij en straf De koloniale tijd bracht met zich een barbaars regime van slavernij en tucht. Fort Zeelandia werd een plek van angst. Tot slaaf gemaakte Afrikanen werden hier vastgehouden, gemarteld, publiekelijk vernederd. Men werd gegeseld, gebrandmerkt, geradbraakt, opgehangen of levend verbrand, straffen die het hart doen verkrampen en de ziel doen beven. Het fort deed dienst als huis van bewaring. Criminelen, al dan niet schuldig, ondergingen hun straf in omstandigheden die verre van menselijk waren. Dwangarbeid, kettingen, honger en isolatie bepaalden het bestaan. Hier was het recht krom, en genade zeldzaam. Politiek geweld In de jaren tachtig werd het fort in bezit genomen door militaire coupplegers. Het bloed van het verleden werd opnieuw opgewekt. In de nacht van 7 op 8 december 1982 werden critici van het militaire regime daar vastgehouden, gemarteld en geĆ«xecuteerd. De kogelgaten in de muur van Bastion Veere getuigen van deze wandaad. De Decembertragedie markeerden niet slechts een tragisch hoofdstuk, maar een voortzetting van het patroon waarin Fort Zeelandia telkens opnieuw fungeerde als toneel van onderdrukking. De geschiedenis had zich niet herhaald, ze had zich voortgezet. Energetische last en spirituele zuivering Ā Zulke gruwelen laten sporen na, niet enkel in de geschiedschrijving, maar in de atmosfeer. Een beklemmende sfeer, een gevoel van onrust, alsof het lijden van weleer in de muren is gekropen. De plek lijkt energetisch ā€˜belast’, alsof de geesten van de gemartelde er nog altijd dwalen. In reactie daarop zijn er door de jaren heen rituelen van geestelijke reiniging uitgevoerd. Christelijke en hindoeĆÆstische gebedsdiensten, waterwijdingen, brandende kaarsen, heilige rook, allen proberen zij, op hun manier, de plek te zuiveren. Het is een symbolische poging tot herstel: niet om het verleden te wissen, maar om de ruimte opnieuw te wijden aan leven en waarheid. Ook de huidige president van de republiek heeft dit besef omarmd. President Santokhi laat geestelijke leiders van verschillende denominaties toe tot het paleis en het kabinet. Niet alleen om te bidden en zegeningen af te smeken voor zijn bestuur en het welzijn van het land, maar ook om de energetische geladenheid tegen te gaan die deze plaatsen aankleeft door hun geschiedenis. Vooral leiders uit de Volle Evangeliebeweging nemen hierin een actieve rol. Onder hen bevindt zich Apostel Lansdorf, die met gebed, zalving, lofzang en profetisch spreken deze ruimten inwijdt met het uitspreken van bevrijdingsgebeden, zoals beschreven in de Bijbel: “Is iemand onder u ziek, laat hij de oudsten der gemeente tot zich roepen, en laten zij voor hem bidden en hem zalven in de naam van de Heer.” Zulke handelingen zijn geen folklore, maar diepe geloofsgebruiken om door de kracht van de Heilige Geest reiniging en herbestemming tot stand te brengen. Het Presidentieel Paleis een verwante last Op steenworp van het Fort liggen het Presidentieel Paleis en het Kabinet van de President, het machtscentrum van het land. Ook deze plekken dragen een zware historische en symbolische last. Gebouwd in koloniale tijden, fungeert het paleis als het decor van vele politieke drama’s, inclusief momenten van nationale crisis en conflict. Ook hier zijn en worden gebedsdiensten gehouden, reinigingsrituelen voltrokken. Het volk weet: macht zonder moreel kompas leidt tot verderf. Daarom bidt men niet alleen voor de leiders, maar ook voor de plek vanwaar zij regeren. Fort Zeelandia als spiegel Wat moet men doen met een plek als Fort Zeelandia? Slopen? Verzachten? Vergeten? Een volk dat zijn verleden vergeet, veroordeelt zichzelf tot herhaling. Fort Zeelandia moet blijven staan, maar niet als een monument van trots. Het moet zijn als een spiegel, waarin elke generatie haar geweten onderzoekt. Het is aan het volk, gelovigen, historici en dichters om de waarheid onder ogen te zien, recht te doen aan de doden, lessen te trekken voor de levenden. Het fort is geen toeristische trekpleister, het is een altaar van herinnering. Het verdient onze eerbied, ons mededogen en onze moed om de geschiedenis niet te verbergen, maar te verklaren. Want zolang Fort Zeelandia staat, klinkt de stem van het verleden. En wie luisteren wil, zal horen wat nooit meer mag worden herhaald.

Fyofyo Read More Ā»

ā€œGij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebbenā€

Apostel Carlo Lansdorf:ā€œGij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebbenā€ Tori-Collectief essayreeks Deel 3: Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Over geloofstrouw en de plaats van Winti in het publieke debat. Dit derde essay snijdt een pijnlijk en actueel thema aan: hoe gaan we om met religieuze diversiteit, specifiek wanneer het aankomt op de plaats van Winti in nationale rituelen? Het vertrekpunt is een ontmoeting op het presidentieel paleis, waar de spanning tussen Bijbelse exclusiviteit en multiculturele tolerantie zichtbaar werd. Het stuk roept op tot zuivere theologie zonder verborgen koloniale reflexen, waarheid in liefde, zonder aanzien des persoons. Op de middag van 3 februari verscheen Apostel Lansdorf, met zijn gebruikelijke spoed en ernst, op het hoofdkwartier van het Tori Collectief. Zijn bezoek was, zoals men zou zeggen, van doktersaard kort, dringend, maar niet zonder betekenis. Ik liet de gelegenheid niet onbenut om hem met een mengeling van humor en ernst te wijzen op zijn afwezigheid bij onze bijeenkomsten. Wij missen zijn scherpte, zijn wijsheid, zijn geestelijke evenwicht bij het breinen en discussiĆ«ren over zaken van gewicht. Hij is immers een man van geleerdheid, ervaring en doorleefde overtuiging, een klankbord van waarde, zo niet onschatbaar. Met zijn kenmerkende hoffelijkheid verontschuldigde hij zich, maar wees er fijntjes op dat hij slechts een paar minuten had. Hij was onderweg naar het jaardagfeest van Zijne Excellentie, de president. Zonder aarzeling nodigde hij mij uit hem te vergezellen, en ik stemde toe. Onderweg, in de schaduw van de wandelgangen, konden we van gedachten wisselen zoals oude denkers dat doen: vrij, diepgaand en zonder omhaal. Het feest, gehouden in de tuin van het presidentieel paleis, was geen vertoon van pracht en praal. Integendeel, het was eenvoudig, ingetogen maar geladen met symboliek. Geen rijen diplomaten, geen elite in maatpakken. De gasten waren arbeiders, landbouwers, mensen van het veld, de zogeheten ā€˜kleine man’. Het was een bewuste keuze van de president, een gebaar dat, hoe eenvoudig ook, diepe weerklank vond. Tijdens de bijeenkomst nam een manspersoon het woord. Hij stelde zich voor als adviseur van de president en sprak over religie in een multiculturele samenleving. In zijn betoog prees hij enkele geloofsrichtingen expliciet: het hindoeĆÆsme, de islam, het christendom, stuk voor stuk genoemd als bouwstenen van nationale harmonie. Maar zijn toon werd scherp toen hij sprak over Winti. Hij verklaarde ronduit niets te moeten hebben van Winti Bribi een geloof dat volgens hem ā€˜meekwam uit de slavernij’ en daar had moeten blijven. Die woorden sneden. Alsof de geschiedenis van een volk als ballast werd afgeschreven. Alsof de geestelijke nalatenschap van voorouders kon worden weggezet als folkloristisch bijgeloof. Ik keerde mij tot Apostel Lansdorf, een vooraanstaand leider binnen de Volle Evangeliebeweging. ā€œHoe vind je dat?ā€ vroeg ik. ā€œDat Winti Bribi niet welkom is op het paleis?ā€ Hij keek me aan, de ogen een tikje vermoeid, maar de stem helder en beslist: ā€œDe God van de Christenen is een jaloerse God.ā€ Hij verwees, zoals het een bijbelman betaamt, naar de Tien Geboden, het fundament van de goddelijke orde zoals gegeven op de SinaĆÆ: ā€œGij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. ā€œGij zult u geen gesneden beeld maken … noch u daarvoor neerbuigen.ā€ De God van IsraĆ«l duldt geen rivalen. Hij eist trouw, exclusiviteit, geen gedeeld altaar, geen gedeeld hart. Dit is geen moderne soepelheid, maar oeroud geloof. En in dat licht is de afwijzing van Winti een religie met meerdere entiteiten, rituelen en voorouderspiritualiteit volgens Lansdorf geen kwestie van discriminatie, maar van gehoorzaamheid aan een heilig gebod. Toch dringt zich een prangende vraag op. Een die velen fluisteren maar weinigen luidop durven stellen: Hoe rijmt Lansdorf zijn strikte gehoorzaamheid aan dit eerste gebod met zijn samenwerking met president Santokhi – een publieke belijder van het hindoeĆÆsme? Want is het hindoeĆÆsme ook niet een religie met vele goden, rituelen en beelden? Waarom lijkt Winti onbespreekbaar, maar wordt het hindoeĆÆsme beleefd verwelkomd aan staatsrituelen en nationale gebedsdagen? De Bijbel zelf aarzelt niet om dit spanningsveld te benoemen: ā€œTrek niet in een ongelijk span met ongelovigen. Want wat heeft gerechtigheid gemeen met wetteloosheid? Of wat heeft het licht te maken met de duisternis? … Welke overeenstemming is er tussen de tempel van God en afgoden?ā€ Maar dezelfde Schrift kent ook andere tonen. De Heer sprak met Samaritanen. Hij geneest heidense kinderen. De apostel Paulus, scherp als een zwaard in doctrine, sprak tot filosofen en afgodenvereerders, zonder zijn geloof te verloochenen. DaniĆ«l diende een heidense koning, zonder zijn God te verraden. Wat leert ons dit? Dat de weg tussen waarheid en vrede geen eenvoudige is. Er is een tijd om te waarschuwen, en een tijd om te luisteren. Een tijd om af te zonderen, en een tijd om te verbinden. Niet alles wat verdraagzaam is, is waar. Maar ook niet alles wat waar is, moet met het zwaard verdedigd worden. Wat betreft Winti: het wordt vaak met argwaan bekeken, deels om theologische redenen, maar ook, zo moeten we eerlijk erkennen om historische en raciale. Winti is het geloof van tot slaaf gemaakte. De schaduwen van het kolonialisme hangen er nog altijd boven. HindoeĆÆsme daarentegen, hoe vreemder voor het christelijk dogma ook, is gekoppeld aan een bevolkingsgroep met bredere maatschappelijke acceptatie en meer politieke vertegenwoordiging. Is de afwijzing van Winti dan zuiver theologisch? Of een echo van koloniale rangordes? De brief van Jakobus spreekt scherp: ā€œGij zult het geloof in onze Heere Jezus Christus niet combineren met aanzien des persoons.ā€ Wie onderscheid maakt tussen geloofsgemeenschappen op grond van afkomst, pleegt heiligschennis. Dan is het niet God die regeert, maar het vooroordeel van mensen. Apostel Lansdorf bidt met de president. Hij wandelt door de gangen van de macht, maar draagt zo mogen we hopen in zijn binnenste de stem van het Woord. Moge hij, en zij die met hem staan, de moed hebben deze vragen niet te mijden, maar aan te gaan met liefde Ć©n waarheid. Want zout dat niet meer schuurt, verliest zijn kracht. En licht dat zijn helderheid verliest, kan zelfs een paleis niet verlichten.

ā€œGij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebbenā€ Read More Ā»

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiƫren