Het licht dat niemand kan doven
Het was een stille nacht.
De sterren stonden hoog aan de hemel
en verspreidden licht over de aarde.
Ā
Maria en Jozef waren onderweg.
Ze verplaatsen zich langs een lange weg,
zoals je samen ver reist,
van de drukte naar de rust.
Ā
Maria was moe.
Haar baby zou spoedig
het levenslicht zien.
Ā
Toen ze in Bethlehem aankwamen,
zochten ze een plek om te rusten.
Jozef klopte op deuren,
maar overal was het vol.
Ā
Geen huis.
Geen bed.
Ā
Uiteindelijk vonden ze een eenvoudige stal.
Een plek met stro,
met dieren,
met stilte.
Ā
Daar, in de zachte adem van de nacht,
werd de baby geboren.
Ā
Maria hield Hem dicht tegen zich aan.
Ze noemde Hem Jezus.
Ze wikkelde Hem in doeken
en legde Hem voorzichtig
in een voederbak.
Ā
Geen groot huis,
maar wel veel liefde.
Ā
En zo kwam baby Jezus,
stil en zacht,
naar de wereld.
Ā
Ver weg, in een ander land,
keken drie wijze mannen naar de hemel.
Hun ogen vonden een ster.
Ā
Helder.
Nieuw.
Bijzonder.
Ā
Ze wisten:
er is een Koning geboren.
Ā
De mannen gingen op reis.
Dag na dag.
Nacht na nacht.
Ze volgden de ster.
Ā
Ze namen geschenken mee:
goud,
wierook
en mirre.
Ā
Geschenken voor
een bijzonder Kind.
Ā
Hun weg bracht hen eerst
naar het paleis van Koning Herodes.
Hij luisterde aandachtig,
maar in zijn hart werd het onrustig.
Ā
āEen nieuwe Koning?ā
dacht hij.
āIk wil zelf koning blijven.ā
Ā
Herodes zei tegen de wijze mannen:
āGa het Kind zoeken
en kom het mij vertellen.ā
Ā
Maar zijn woorden
droegen duisternis.
Ā
De ster verscheen opnieuw
en ging verder.
De wijze mannen volgden haar
tot Bethlehem.
Ā
Daar vonden zij Maria,
Jozef
en baby Jezus.
Ā
Ze knielden.
Ze glimlachten.
En ze gaven hun geschenken:
goud,
wierook
en mirre.
Ā
Hun harten
waren vol.
Ā
Die nacht kregen de wijze mannen een droom.
God zei:
āGa niet terug naar Herodes.ā
Ā
Ze luisterden
en gingen een andere weg.
Ā
Ook Jozef kreeg een droom.
God zei:
āSta op.
Breng het Kind in veiligheid.ā
Ā
Jozef luisterde.
Maria nam baby Jezus in haar armen.
Samen gingen ze op weg.
Ā
God zorgde voor hen.
Ā
En zo groeide baby Jezus op.
Niet in een paleis,
maar met liefde.
Ā
De ster had het licht gebracht.
En geen wereldsekoning
kan dat licht doven.
Ā
Want Jezus kwam
voor alle mensen.




