Het eerste kwartaal van 1927 als breekpunt in de Surinaamse geschiedenis
Het eerste kwartaal van 1927 als breekpunt in de Surinaamse geschiedenis Suriname leeft in het laatste kwartaal van 2026 met een samenleving waarin politieke, economische en maatschappelijke spanningen elkaar versterken. Ā Dit niet alleen in het stadsdistrict, het zogenaamde centrum van handel, industrie en bestuur. Ā In de districten zijn er meerdere haarden die onrust broeien. Ā Buiten de kuststrook in āgotu busiā neemt de druk toe richting het kookpunt. https://youtu.be/jFxcRLwnxkM Tegen deze achtergrond klinkt de verwachting dat de onrust in de laatste maanden van het jaar nog beheerst zal blijven, maar in het eerste kwartaal van 2027 een kookpunt kan bereiken. Ā Die gedachte staat niet op zichzelf. Zowel in de koloniale als in de moderne geschiedenis vielen enkele ingrijpende machtswisselingen, confrontaties en sociale uitbarstingen in januari, februari of maart. Ā Zo’n verwachting verdient een voorzichtige, maarr ook serieuse benadering. De Surinaamse geschiedenis leert niet dat maatschappelijke uitbarstingen zich aan een kalender houden. Zij laat wel zien dat het eerste kwartaal herhaaldelijk het moment werd waarop reeds opgebouwde spanningen zichtbaar doorbraken.Ā Ā De vraag is daarom niet of de geschiedenis zich automatisch zal herhalen, maar welke omstandigheden achter dit terugkerende patroon schuilgaan en of die omstandigheden opnieuw herkenbaar zijn. Ā Van 1492 naar de Surinaamse volksplanting Ā Bij het terugvoeren van de geschiedenis tot 1492 is een nauwkeurige afbakening noodzakelijk. Het jaar 1492 markeert de aankomst van Columbus in het Caribisch Gebied en geldt als symbool voor het begin van de Europese koloniale expansie in onze contreien. Ā Het is echter niet het stichtingsjaar van de Surinaamse Volksplanting. Europese zeevaarders verkenden de kust van de Guyana’s pas later. Ā De eerste min of meer blijvende Engelse volksplanting in Suriname ontstond omstreeks 1650 onder leiding van Francis Willoughby. Vanaf dat moment kreeg de plantagekolonie steeds duidelijker vorm. Ā Wanneer wij deze langere koloniale periode onderzoeken, valt het eerste kwartaal enkele malen op als tijd van machtswisseling, repressie en verzet. Ā Het bewijs is niet sterk genoeg om van een historische kalenderwet te spreken. Wel kunnen drie gebeurtenissen worden aangewezen die samen een betekenisvolle lijn vormen. Ā Dan hebben wij hetĀ onder andere over de Nederlandse verovering in februari 1667, de terechtstelling van Kodjo, Mentor en Present in januari 1833 en de bloedige gebeurtenissen rond Anton de Kom in februari 1933. Ā Abraham Crijnsen en de wisseling van het koloniale gezag Ā Op 25 februari 1667 bereikte een Zeeuwse vloot onder bevel van Abraham Crijnssen de monding van de Surinamerivier. Na een korte strijd capituleerde het Engelse Fort Willoughby op 27 februari. Ā Het fort werd omgedoopt tot Fort Zeelandia. Daarmee begon feitelijk de Nederlandse koloniale overheersing van Suriname. Ā De internationale bevestiging volgde later dat jaar bij de Vrede van Breda, maar de daadwerkelijke machtswisseling aan de Surinamerivier had reeds in het eerste kwartaal plaatsgevonden. Ā Deze gebeurtenis veranderde de bestuurlijke, militaire en economische oriĆ«ntatie van de volksplanting. Ā Suriname kwam terecht in het Nederlandse Atlantische koloniale systeem, waarin plantagelandbouw, Europese handelsbelangen en de gedwongen arbeid van tot slaaf gemaakte Afrikanen centraal kwamen te staan. Ā Februari 1667 is daardoor een van de meest fundamentele breekpunten uit de koloniale geschiedenis. Ā Januari 1833 en de koloniale afrekening met verzet Ā Bijna twee eeuwen later kreeg het eerste kwartaal opnieuw een zware betekenis. In de nacht van 3 op 4 september 1832 werd Paramaribo getroffen door een grote stadsbrand. Kodjo, Mentor en Present, drie gevluchte tot slaaf gemaakte jongemannen, werden als hoofdverantwoordelijken aangewezen. Ā Uit de koloniale processtukken blijkt dat de beschuldigden niet uitsluitend met brandstichting in verband werden gebracht. Ā Zij zouden zich met andere gevluchte slaafgemaakten hebben willen verenigen, tegen de koloniale machthebbers willen vechten en zich uiteindelijk van het land meester willen maken. Ā De brand zelf vond dus niet in het eerste kwartaal plaats, maar de beslissende koloniale vergelding wel. Ā Op 26 januari 1833 werden Kodjo, Mentor en Present op wrede wijze terechtgesteld. Het koloniale bestuur gebruikte hun bestraffing om de bevolking af te schrikken en de slavenhoudersorde te bevestigen. Ā In de hedendaagse herinnering gelden zij steeds meer als symbolen van verzet tegen slavernij en onmenselijke onderdrukking. Ook hier zien wij dat een crisis in het voorgaande jaar ontstond, terwijl de politieke en symbolische afrekening na de jaarwisseling volgde. Ā Ā Anton de Kom Ā Een derde koloniaal breekpunt ontstond precies honderd jaar later. Anton de Kom keerde op 4 januari 1933 naar Suriname terug. Ā Binnen korte tijd werd hij een aanspreekpunt voor arbeiders, kleine landbouwers en andere mensen die leden onder onder armoede en klachten hadden over uitbuiting en koloniale achterstelling. Ā Creolen, Hindostanen, Javanen en mensen uit het binnenland herkenden in hem iemand die hun problemen onder woorden bracht. Daarmee kreeg zijn optreden een betekenis die de gebruikelijke koloniale en etnische scheidslijnen oversteeg. Ā Op 31 januari 1933 werd De Kom gearresteerd. In de dagen daarna verzamelden zich grote groepen mensen om zijn vrijlating te eisen. Op 7 februari opende de politie het vuur op de menigte. Ā Er vielen twee doden en 23 gewonden. Deze dag ging de geschiedenis in als āZwarte Dinsdagā. Ā De koloniale overheid behandelde een brede sociale beweging als een bedreiging van het gezag, maar haar harde optreden versterkte juist het antikoloniale bewustzijn en gaf een nieuwe impuls aan het Surinaamse nationalisme. Ā De gebeurtenissen van 1667, 1833 en 1933 verschillen sterk van karakter. De eerste betrof een strijd tussen Europese koloniale mogendheden, de tweede een gewelddadige afrekening binnen de slavenmaatschappij en de derde een confrontatie tussen het koloniale bestuur en een ontluikende volksbeweging. Ā Toch hebben zij iets gemeen: in alle drie gevallen werd het eerste kwartaal het moment waarop een langer proces van machtsstrijd, onderdrukking of verzet tot een beslissend punt kwam. Ā Drie bekende toetsingsgevallen buiten het eerste kwartaal Ā Een zorgvuldige geschiedschrijving moet ook gebeurtenissen noemen die vaak met nationale breekpunten worden verbonden, maar niet in januari, februari of maart plaatsvonden. Ā Juist deze tegenvoorbeelden voorkomen dat alleen feiten worden geselecteerd die de stelling ondersteunen. Ā Het Killinger-complot behoort daartoe. Ā Politie-inspecteur Frans
Het eerste kwartaal van 1927 als breekpunt in de Surinaamse geschiedenis Read More Ā»

