Achter ieder straatbeeld schuilt een levensverhaal
Achter ieder straatbeeld schuilt een levensverhaal De verslaafde, de zwerver, de verwarde mens, de dakloze en de thuisloze worden in het dagelijks spraakgebruik vaak op ƩƩn hoop gegooid. Zij worden gezien als mensen die het straatbeeld ontsieren, overlast veroorzaken en āvan de straat gehaaldā moeten worden. Ā Maar wie dieper kijkt, ziet dat achter elk gezicht een ander levensverhaal schuilgaat. Niemand wordt zomaar zwerver. Niemand raakt zomaar verslaafd. Niemand kiest zonder reden voor een bestaan van vuil, honger, gevaar, vernedering en onzekerheid. Ā Deze mensen hebben onderweg in de trein van hun leven schade opgelopen. Sommigen zijn getekend door trauma, anderen door drugs, alcohol, armoede, huiselijk geweld, geestelijke ontregeling, familieruzies, verlies, ziekte, ouderdom, eenzaamheid of overheidsfalen. Hun straatbestaan is vaak niet het begin van het probleem, maar het zichtbare eindpunt van een lange keten van persoonlijke, sociale en maatschappelijke breuken. Ā Daarom is het verkeerd om al deze mensen in ƩƩn tehuis onder te brengen en te denken dat daarmee het probleem is opgelost. Een opvangcentrum zonder onderscheid, diagnose en deskundige begeleiding wordt al gauw een opslagplaats van menselijke ellende. Het haalt mensen misschien tijdelijk uit het straatbeeld, maar herstelt hun leven niet. Ā Niet iedereen heeft hetzelfde probleem De grote fout in veel benaderingen is dat men spreekt over āde zwerversā alsof het om ƩƩn soort mensen gaat. Dat is niet zo. De ene persoon is verslaafd. De andere is psychisch ziek. Een derde is oud en verlaten. Een vierde is door huiselijk geweld gevlucht. Een vijfde is uit detentie gekomen en heeft geen netwerk meer. Een zesde is door schulden, werkloosheid of woningnood op straat beland. Ā Wie deze groepen door elkaar plaatst, creĆ«ert nieuwe problemen. Een mishandelde vrouw hoort niet tussen agressieve verslaafden. Een psychiatrische patiĆ«nt hoort niet zonder begeleiding in een gewone slaapzaal. Een zieke oudere heeft geen strafregime nodig, maar zorg. Een weggelopen jongere mag niet tussen geharde straatfiguren terechtkomen. Ā De eerste vraag moet daarom niet zijn: hoe halen wij deze mensen zo snel mogelijk van de straat? De eerste vraag moet zijn: wie is deze mens, wat is er gebeurd en welke hulp is werkelijk nodig? Ā Verslaving vraagt om behandeling Een grote groep bestaat uit mensen die door drugs- of alcoholgebruik hun grip op het leven zijn kwijtgeraakt. Verslaving wordt vaak gezien als zwakte of slechte wil. Maar daarachter liggen vaak diepere oorzaken: pijn, trauma, verlies, uitzichtloosheid, groepsdruk, psychische nood of jarenlange sociale verwaarlozing. Ā Deze groep heeft meer nodig dan een bed en een bord eten. Nodig zijn verslavingsartsen, psychologen, verslavingscounselors, maatschappelijk werkers, ervaringsdeskundigen, activiteitenbegeleiders en nazorgwerkers. Zonder behandeling, structuur en nazorg is terugval vrijwel onvermijdelijk. Ā Psychische nood vraagt om psychiatrische zorg Een andere groep bestaat uit mensen met ernstige psychische problemen: psychoses, depressie, angststoornissen, trauma, verwardheid of andere geestelijke aandoeningen. Sommigen zijn door familie opgegeven, anderen zijn weggelopen of jarenlang onbehandeld gebleven. Ā Deze mensen horen niet zomaar in een algemeen opvangtehuis. Zij hebben psychiatrische begeleiding nodig van psychiaters, psychologen, psychiatrisch verpleegkundigen, sociaalpsychiatrisch werkers, medicatiebegeleiders en crisisinterventieteams. Ā Zonder deskundigheid kan hun situatie escaleren. Wie met deze groep werkt, moet verstand hebben van de-escalatie, medicatie, crisisopvang, suĆÆciderisico en langdurige begeleiding. Ā Trauma vraagt om veiligheid en vertrouwen Er zijn ook mensen die door diepe innerlijke beschadiging op straat zijn beland. Zij hebben geweld, misbruik, huiselijke terreur, vernedering, verlies, verwaarlozing of langdurige afwijzing meegemaakt. Hun gedrag lijkt soms moeilijk of onaangepast, maar daaronder zit vaak een mens die het vertrouwen in anderen kwijt is. Ā Voor deze groep zijn traumapsychologen, maatschappelijk werkers, vertrouwenspersonen, pastorale begeleiders, familiebegeleiders en hulpverleners met kennis van huiselijk geweld nodig. Zij hebben geen harde hand nodig, maar veiligheid, geduld, respect en herstel van eigenwaarde. Ā Wie trauma niet begrijpt, ziet alleen lastig gedrag. Wie trauma wel begrijpt, ziet een mens die beschermd en stap voor stap hersteld moet worden. Ā Armoede, schulden en werkloosheid Niet alle dak- en thuislozen zijn verslaafd of psychisch ziek. Sommigen zijn op straat beland door armoede, schulden, woningnood, verlies van inkomen of werkloosheid. Zij hadden misschien ooit een baan, een gezin, een kamer of een eenvoudig bestaan, maar verloren stap voor stap hun bestaanszekerheid. Ā Deze groep heeft vooral praktische sociale begeleiding nodig: hulp bij identiteitsdocumenten, werk, inkomen, huisvesting, familiecontact en herintegratie. Daarvoor zijn maatschappelijk werkers, schuldhulpverleners, budgetbegeleiders, arbeidsbemiddelaars, woonbegeleiders en administratieve krachten nodig. Ā Bij deze mensen ligt de oplossing niet in langdurige opname, maar in herstel van zelfstandigheid. Ā Jongeren moeten apart worden beschermd Een aparte en zeer kwetsbare groep bestaat uit jongeren. Sommigen lopen weg van huis, komen uit gebroken gezinnen of zijn slachtoffer van verwaarlozing, mishandeling, misbruik, groepsdruk of verkeerde vriendenkringen. Ā Jongeren die op straat blijven, lopen groot gevaar. Zij kunnen terechtkomen in drugsgebruik, criminaliteit, seksuele uitbuiting, bendevorming of blijvende maatschappelijke ontsporing. Ā Daarom moeten jongeren apart worden opgevangen. Nodig zijn jeugdhulpverleners, orthopedagogen, schoolmaatschappelijk werkers, jeugdpsychologen, mentoren, sportbegeleiders, vaktrainers en familiebegeleiders. De nadruk moet liggen op opvoeding, onderwijs, discipline, sport, vaktraining, talentontwikkeling en herstel van familiebanden. Ā Een jongere moet niet worden opgeborgen. Een jongere moet worden teruggewonnen. Ā Ouderen, zieken en mensen met een beperking Ook ouderdom, ziekte of een lichamelijke of verstandelijke beperking kan mensen op straat doen belanden. Soms is er geen familie meer. Soms is de familie overbelast. Soms ontbreken inkomen, zorg of passende huisvesting. Ā Deze groep vraagt niet om correctie, maar om zorg. Nodig zijn verpleegkundigen, verzorgenden, artsen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, voedingsdeskundigen, maatschappelijk werkers en mantelzorgcoƶrdinatoren. Ā Hun opvang moet gericht zijn op rust, hygiĆ«ne, voeding, medicatie, lichamelijke verzorging en waardigheid. Ā Vrouwen en slachtoffers van geweld Vrouwen, meisjes en andere kwetsbare personen die door huiselijk geweld, misbruik, verstoting of bedreiging op straat terechtkomen, hebben beschermde opvang nodig. Zij mogen niet in een algemene gemengde opvang worden geplaatst waar zij opnieuw slachtoffer kunnen worden. Ā Voor deze groep zijn maatschappelijk werkers, psychologen, juridische begeleiders, crisisopvangmedewerkers, vertrouwenspersonen, beveiligers en familiebemiddelaars nodig. Veiligheid staat hier voorop: eerst bescherming, daarna herstel. Ā Ex-gedetineerden zonder netwerk Een andere groep bestaat uit mensen die uit detentie komen en nergens naartoe kunnen. Zonder woning, werk, familie,
Achter ieder straatbeeld schuilt een levensverhaal Read More Ā»

