May 15, 2025

Vrijwillig, niet vrijblijvend

Vrijwillig, niet vrijblijvend Over de roeping en selectie van vrijwilligers Dit essay is geschreven naar aanleiding van een terugkerend en verontrustend fenomeen dat tijdens een diepgaande gedachtewisseling tussen maatschappelijk werkers met jarenlange ervaring aan het licht kwam. Allen, werkzaam in verschillende sectoren van de samenleving, herkenden dezelfde worsteling: de betekenis van het woord vrijwilliger wordt te vaak verkeerd geïnterpreteerd. Dag in, dag uit vertrouwen hulpbehoevenden, ouderen, kinderen en kwetsbare groepen op de inzet van vrijwilligers. En hoewel velen zich met een warm hart aanmelden, blijkt in de praktijk regelmatig dat afspraken niet worden nagekomen, vrijwilligers onverwacht wegblijven of zich nauwelijks verantwoordelijk voelen voor hun rol. Deze ervaring heeft geleid tot een dringende behoefte om het onderwerp onder de loep te nemen. Niet om te ontmoedigen, integendeel. Dit essay is bedoeld om het vrijwilligerswerk te versterken, door eerlijke verwachtingen te scheppen, duidelijke richtlijnen te bieden, en recht te doen aan het onmisbare belang van goed geselecteerde en gemotiveerde vrijwilligers. De ware betekenis van ‘vrijwilliger’ Suriname kent een warme traditie van samenleven en samen helpen. De bereidheid om tijd, kennis en kracht te delen is groot. Velen zetten zich in zonder financiële beloning, enkel gedreven door medemenselijkheid. Maar juist omdat vrijwilligers geen loon ontvangen, sluipt er soms een misvatting in hun houding. Het woord vrijwilliger betekent: uit vrije wil. Maar dat betekent niet: vrijblijvend. Wanneer iemand zich aanmeldt als vrijwilliger, doet diegene een morele belofte. Die belofte is niet juridisch bindend, maar wel maatschappelijk doorslaggevend. Als een vrijwilliger zonder afzegging wegblijft van zijn post, terwijl een zieke wacht op verzorging of een kind rekent op begeleiding, laat men niet alleen een taak, maar een mens in de steek. Het is dan ook een vergissing te denken: “Ik doe dit voor niets, dus ik ben tot niets verplicht.” Het tegenovergestelde is waar: juist in de vrijwilligheid ligt een grotere vorm van verantwoordelijkheid besloten. Aan welke eisen moet een vrijwilliger voldoen? Een warm hart is een prachtig begin. Maar een goed georganiseerde organisatie vraagt méér. Vrijwilligers vormen het fundament van vele projecten. Zonder betrouwbaarheid en toewijding wankelt dat fundament. Daarom zijn er duidelijke kenmerken waaraan een vrijwilliger idealiter voldoet: Verantwoordelijkheidsgevoel Doet wat beloofd is, komt afspraken na en communiceert tijdig bij verhindering. Betrouwbaarheid Zorgt voor continuïteit, houdt zich aan regels en gaat vertrouwelijk om met informatie. Inzetbaarheid Is op vaste, afgesproken momenten beschikbaar, niet ‘wanneer het uitkomt’. Basisvaardigheden Afhankelijk van de rol: kunnen luisteren, begeleiden, organiseren of rapporteren. Teamgeest Kan samenwerken, toont respect voor collega’s en leidinggevenden. Leerbereidheid Staat open voor begeleiding, feedback en persoonlijke ontwikkeling.   Het belang van een selectieprocedure Een stichting of organisatie is geen toevallige optelsom van goede bedoelingen. Zij heeft een missie, een structuur, en vaak een kwetsbare doelgroep die bescherming verdient. Daarom is het niet alleen verstandig, maar zelfs noodzakelijk om een lichte, doch gerichte selectieprocedure te hanteren voor vrijwilligers. Een goede selectieprocedure voorkomt: Onbegrip over taken en verwachtingen. Kennismakingsgesprek Onveilige situaties voor hulpvragers en collega’s. Zo’n procedure kan bestaan uit: kennismakingsgesprek om motivatie, vaardigheden en beschikbaarheid te peilen. Toetsing van inzetbaarheid Is de vrijwilliger werkelijk beschikbaar zoals nodig is? Achtergrondcheck (indien nodig), zeker bij werk met kinderen, ouderen of vertrouwelijke informatie. Proefperiode Laat de vrijwilliger meedraaien met begeleiding, zodat wederzijdse verwachtingen helder worden. Vrijwilligersovereenkomst Een schriftelijke afspraak waarin staat wat men van elkaar verwacht, geen juridisch contract, maar een morele leidraad. Moet iedereen worden toegelaten? Het antwoord is eenvoudig: nee. Het is geen kwestie van discrimineren, maar van zorgvuldig bouwen aan een werkzame gemeenschap. Niet iedereen past bij elke taak. Goede bedoelingen zijn waardevol, maar niet altijd voldoende. Een vrijwilliger zonder verantwoordelijkheidsgevoel, hoe vriendelijk ook, kan méér schade aanrichten dan iemand die eerlijk zegt: “Dit is niets voor mij.” Een team zonder selectie werkt als een orkest zonder dirigent: ieder speelt zijn eigen deuntje, maar de harmonie ontbreekt. Door duidelijk te zijn aan de poort, beschermt men niet alleen de organisatie, men beschermt ook de vrijwilliger tegen overbelasting, misverstanden en teleurstelling. Een zaak van hart en hoofd Vrijwilligerswerk is geen invuloefening, geen veredelde hobby. Het is dienstbaarheid met waardigheid. De vrijwilliger is geen loonslaaf, maar ook geen vrijblijvende passant. Hij of zij is een roepingsfiguur, een mens die bewust kiest om er voor een ander te zijn, op vaste tijden, in een gedeelde opdracht. Daarom mogen we het niet lichtvaardig behandelen. Wie een vrijwilliger wil worden, moet beseffen: men stapt in een keten van vertrouwen. En wie verantwoordelijk is voor vrijwilligers, moet met zorg waken over die keten. Een warm hart is een goed begin maar een stevig kompas maakt de tocht vol houdbaar. Vrijwillig is niet vrijblijvend. Het is trouw aan een belofte die men uit eigen wil heeft uitgesproken. In het hart van de Surinaamse samenleving klopt een eeuwenoude traditie van solidariteit. Van het helpen van de buurvrouw zonder tegenprestatie, tot het organiseren van kinderactiviteiten in het weekend: Surinamers hebben een goed hart. Dat staat buiten kijf. Het vrijwilligerswerk is daarvan het levende bewijs. Velen zetten hun kennis, krachten en tijd in om anderen bij te staan. Zij kiezen ervoor om te dienen zonder loon, maar met liefde. En toch, in die edele wereld van goede bedoelingen dreigt een sluipend misverstand: het woord “vrijwilliger” wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd. De ware betekenis van ‘vrijwilliger’ Vrijwillig betekent: uit eigen vrije wil, zonder dwang. Maar het betekent niet: vrijblijvend. Daar wringt de schoen. Te vaak leeft de gedachte dat wie vrijwilliger is, ook zomaar kan “wegblijven.” Wegblijven zonder bericht, zonder gevolgen. Men bedoelt het niet slecht. Men denkt simpelweg: “Ik doe dit voor niets, dus ik ben tot niets verplicht.” Maar die gedachte is onjuist. En gevaarlijk. Want een vrijwilliger krijgt misschien geen salaris, maar hij of zij draagt wel verantwoordelijkheid. Soms zelfs méér dan wie voor loon werkt. Want zonder contract of toezicht is er slechts één kompas: het innerlijk plichtsgevoel. Stel je voor: je hebt je opgegeven om op een zieke te passen. De familie vertrouwt op jouw komst. De patiënt wacht. En jij verschijnt niet. Geen bericht. Geen vervanging. Wat achterblijft is onzekerheid, angst,

Vrijwillig, niet vrijblijvend Read More »

“Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht”

Apostel Carlo Lansdorf:“Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht” Tori-Collectief essayreeks Deel 2: Barmhartigheid als stille kracht van de samenleving In dit tweede essay verleggen we de focus van de macht naar de mens. Barmhartigheid, zo leert het Evangelie, is geen optionele deugd, maar het hart van ware godsdienst. Christus identificeert zich met de zieke, de gevangene, de verworpene. Suriname zal niet worden geoordeeld op haar begroting, maar op haar bewogenheid. Wie een wond verbindt, heeft het Koninkrijk dichterbij gebracht. Middernacht  Wanneer de eerste onder de gelijken van het Tori Collectief een ander belt, is dat zelden een alledaags moment. Zo ook die nacht, diep in het uur waarin engelen waken en mensen slapen. Het was middernacht toen ik Apostel Lansdorf belde. Hij nam op en sprak, zonder omhaal: “Ik kan nu niet praten, ik ben op het Kabinet van President Santokhi. Wij zijn aan het bidden voor het welzijn van Suriname.” Uit dat korte, geladen antwoord ontsproot deze bespiegeling. Indien het eerste deel handelde over de verhouding tussen God en de macht, dan richt dit tweede deel zich op radicale kracht: barmhartigheid. Geen wapen, geen wapenfeit, maar de verborgen politiek van de liefde voor de verworpene, de zieke, de verwaarloosde, het zogenaamd ‘gespuis’. Zorg voor de zieken een heilige plicht  “Ik was ziek, en gij hebt Mij bezocht.” In deze woorden van Christus, uitgesproken in het licht van het Laatste Oordeel, klinkt geen poëzie maar profetie. Hij zegt niet: zij waren ziek, maar: Ik was ziek. Hij vereenzelvigt Zich met de lijdende mens. Wie voor hen zorgt, zorgt voor Hem. Wie hen mijdt, keert zich van Hem af. En Hij gebiedt Zijn volgelingen, zonder slag of stoot: “Genees de zieken, reinig melaatsen, wek doden op, drijf demonen uit. Om niet hebt gij ontvangen, om niet moet gij geven.” Niet als het u schikt. Niet als het politiek uitkomt. Maar altijd. Onvoorwaardelijk. Met vrijmoedigheid en vuur. De Farizeeën vroom van kleed, maar koud van hart fronsten hun voorhoofden toen Jezus aan tafel ging met tollenaars en hoeren. Maar Hij sprak: “De gezonde heeft geen dokter nodig, maar de zieke wel.” Zijn genade overspant de afgrond van onze oordelen. Zijn liefde schrijft wetten waar mensenwetten zwijgen. Toen men een vrouw bij Hem bracht, betrapt op overspel, schreef Hij in het zand en sprak: “Wie zonder zonde is, werp de eerste steen.” De stenen bleven liggen. De oordelen verstomden. Alleen de genade bleef staan. Barmhartigheid de kern van ware godsdienst  De profeet Micha spreekt als een klok in de nacht: “Wat eist de HEERE van u dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God?” Jakobus schrijft: “De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader is: omzien naar wezen en weduwen in hun verdrukking, en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren.” Ware godsdienst is geen leer zonder leven. Geen lofzang zonder liefde. Geen dogma zonder daden. Geen eredienst zonder erbarmen. De Barmhartige Samaritaan Een man ligt halfdood aan de kant van de weg. Een priester passeert haastig, op weg naar de tempel. Een tempeldienaar kijkt, maar keert zich af. Dan komt een Samaritaan, verworpen en veracht, en knielt. Hij verzorgt. Draagt. Betaalt. Redt. “Wie van deze drie,” vraagt Jezus, “is de naaste geweest?” En Hij besluit: “Ga heen, en doe gij evenzo.” Ziedaar het gebod. Geen theorie, maar praktijk. Geen idee, maar opdracht. Het hart van God klopt nabij de verworpene  “De HEERE is nabij de gebrokene van hart,” zegt de psalm. Hij woont niet in paleizen, noch in de bladzijden van beleidsnota’s, maar in de kreet van een verslaafde, het gebed van een dakloze, het stille verdriet van een vergeten kind. Wie hen “gespuis” noemt, verzaakt het gelaat van Christus in hun ogen. Wie hen veracht, veracht de Heer Zelf. Want God meet een volk niet naar haar macht, maar naar haar mildheid. Niet naar haar torens, maar naar haar tranen. De maat van een volk  Suriname zal niet worden geoordeeld op slogans of cijfers, maar op de vraag: Wat deed gij voor de minste onder u? Apostel Lansdorf, biddend in de wandelgangen van het kabinet, toont dat geloof geen ivoren toren is. Geloof is voeten op aarde en ogen op de hemel. Geloof is niet alleen knielen bij de president, maar ook bukken bij de krakkemikkige op de straathoek. Moge deze woorden niet blijven hangen in inkt, maar vlees en bloed worden in het doen van hen die durven geloven. Want wie een wond verbindt, heeft het Koninkrijk dichterbij gebracht.

“Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht” Read More »

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiëren