Onderwijsinspecteur Remy Pollack van Kawna. De foto’s uit het Archief van het Tori-collectief, hebben slechts een illustratieve functie.

Deel 13 van 30

In het schooljaar 2023-2024

Lijfstraffen

Inspecteur van Onderwijs Remy Pollack: “In navolging van bepalingen van de internationale Commissie Rechten van het Kind heeft Suriname lijfstraffen verboden. Niet alleen op school maar ook daarbuiten. Ouders moeten lijfstraffen ook achterwege laten.”

Taak van de ouders
Bij de schoolinspectie van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling wordt ervan uitgegaan, dat disciplineren van kinderen, een taak is voor de ouders. Discipline begint niet wanneer dat kind zes jaar is en de school bezoekt. Discipline begint al bij de geboorte. Dus het zijn de ouders die dat moeten meenemen. Zij moeten geleerd worden hoe kinderen op te voeden, hoe met kinderen om te gaan.”

Slaan uit den boze
“Vroeger was het zo dat slaan redding bracht. Toen ik jong was werd ik ook geslagen. Men zei: ‘het is voor je best wil.’ Slaan heeft ons goed gedaan, maar in deze tijd met alle kinderrechten die gekomen zijn, is slaan uit den boze.”

Klachten
“Maar we moeten niet denken, dat er niet wordt geslagen. Bij de inspectie komen er nog steeds klachten van ouders dat kinderen worden geslagen. Wij van het Ministerie van Onderwijs sturen elk jaar een schrijven naar de scholen ter verduidelijking, dat slaan verboden is.”

Mishandelen
“De meest bekende en toegepaste strafvorm blijkt het slaan van kinderen te zijn en daar ontstaat steeds meer weerstand tegen, omdat dat snel verwordt tot mishandelen.”

 Vergeleken
“Dat slaan een vorm van mishandelen is, wordt voor velen pas duidelijk, wanneer het wordt vergeleken en afgezet tegen het slaan van vrouwen door mannen, het slaan van de moeder. En hoe er steeds meer weerstand groeit tegen het slaan, vragen veel ouders en leerkrachten zich af wat zij dan wel mogen of moeten doen om toch het kind te kunnen disciplineren.”

Eigen gedrag
“Voor men het gedrag van een kind kan corrigeren zou men eerst zelf moeten weten hoe zijn eigen gedrag in elkaar zit, hoe dat eigen gedrag tot stand komt, wat de bedoeling van het gedrag van het kind is, waarnaar het gedrag leidt, maar ook vooral wat achter dat gedrag schuilgaat.”

Probleemgedrag
 “Vele conflictsituaties tussen opvoeden van kinderen ontstaan door de manier waarop het kind wordt aangesproken. Bij de correctie keurt men vaak het kind als persoon af, terwijl het om het gedrag van het kind gaat. Zo bestaan er geen probleemkinderen, maar er bestaan kinderen met probleemgedrag. Men is vaak bezig met het oude terwijl het in feite gaat om de toekomst. Opvoeding is immers de toekomstgerichte activiteit.”

Emoties
“Men interpreteert gedragingen in plaats van die concreet te omschrijven. Men laat zich door emoties overspoelen, houdt lange verhalen, stelt het kind niet in de gelegenheid iets terug te zeggen. Men luistert vaak slecht in plaats van dat men actief luistert.”

Taalgebruik
“Opvoeders krenken en kwetsen met hun taalgebruik het kind vaak in zijn zelfbeeld en in de gedachte dat het kind dan zijn zelfgedrag zal veranderen. Wat ze niet begrijpen is, dat het kind daardoor meer verbitterd raakt en dat hij er niet door vooruit gaat.”

Denken en nadenken
“Veel opvoeders schreeuwen tegen het kind en zeggen dat het kind niet wil horen. In feite hoort het kind wel maar het kind luistert niet. Er is een groot verschil tussen horen en luisteren. Evenals er een groot verschil is tussen zien en kijken. Horen is eigenlijk een biologische zintuigelijke activiteit, terwijl luisteren vraagt naar actieve cognitieve verwerking. Denken en nadenken.”

Deel 14 van 30 volgt.

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiëren