Johan Adolf Pengel

Noodtoestand onder de creolen

1 juli 1863 is de beroemdste dag uit de geschiedenis van Suriname. De voorvaders hebben gestreden om een einde te maken aan het koloniaal juk. De betekenis van deze datum heeft te maken met vrijheid en zelfstandigheid.

Johan Adolf Pengel: “Dankbaar zijn wij, maar allerminst voldaan. Er moet huisvesting, voeding, werk en onderwijs zijn voor allen zonder uitzondering. En die ‘allen’ in Suriname zijn geëmancipeerden, zij hebben recht op een menswaardig leven, een menswaardig bestaan. Zij hebben allen zonder uitzondering recht op een passend onderdak, een volwaardige voeding, voldoende werkgelegenheid voor arbeid tegen een redelijk loon, en genoegzaam grond om te bewerken. Geen van hun kinderen mag deugdelijk onderwijs, goede medische verzorging en een hoopvolle kans op de toekomst tekortkomen. Het is een recht dat bij de voortgeschreden emancipatie hoort, een emancipatie die ons tevens de plicht oplegt, met alle kracht te streven naar de verwerkelijking van deze grondrechten van de vrije mens, wij zijn dankbaar maar niet voldaan. En ook nog niet moe”, aldus minister-president Johan Adolf Pengel in 1963.

Uit de Annalen van het Tori Collectief

U kunt de inhoud van deze pagina niet kopiëren